Tagarchief: werkwoordspelling

Beter scoren op de 3.0 LVS-toetsen ?

Om de 3.0 LVS (Cito)-toetsen van januari beter te kunnen maken is het belangrijk dat uw kind heel goed is voorbereid. Hoe analyseer je een tekst bij begrijpend lezen, zodat je begrijpt wat er werkelijk staat en zo de vragen goed kunt beantwoorden, hoe pas je de juiste berekening toe op een redactiesom, welke spellingsregels moet je kennen om de opgaven goed te kunnen maken, hoe lees je een tabel of grafiek?

Schermafbeelding 2018-10-19 om 14.09.07

De focus in de klas is vaak gericht op de zwakke leerling, zodat de gemiddelde of goede leerling te weinig aandacht krijgt. Hierdoor kan het resultaat op de LVS-toetsen lager uitvallen dan verwacht. Daarom is er voor hen Winter’S Cool van Beter Bijles! Een resultaatgerichte cursus voor kinderen van groep 7 en groep 8 die zoden aan de dijk zet.

Gun uw kind deze cursus in november: het zal alle verschil maken. In drie dagen krijgt uw kind intensief les in begrijpend lezen, rekenen, spelling en studievaardigheden en zorgen wij ervoor dat uw kind optimaal is voorbereid op de belangrijke toetsen van januari.

Na de cursus ontvangt u van ons een uitgebreide rapportage: alle resultaten (met betrekking tot alle onderdelen van de instap- en uitstaptoets en de cijfermatige consequenties hiervan) worden overzichtelijk weergegeven. U zult eveneens een advies met betrekking tot eventuele aandachtspunten en een nauwgezette beschrijving aantreffen van de leerprestaties en vooruitzichten van uw kind.

Wilt u uw kind aanmelden of eerst onze uitgebreide brochure over Winter’S Cool ontvangen? Er zijn nog een beperkt aantal plaatsen beschikbaar, dus wacht niet te lang. Mail of bel ons!

 

 

Advertenties

Cito-toets : enkele tips&tricks voor spelling!

Spelling van niet-werkwoorden is ook een vast onderdeel in de Cito-toets. Een paar regels die je moet kennen:

  • Bijvoeglijke naamwoorden eindigen op een -e, behalve wanneer het een materiaal betreft (de houten tafel) of wanneer een voltooid deelwoord van een sterk werkwoord bijvoeglijk wordt gebruikt (het gebroken sieraad).
  • Een trema wordt geschreven om problemen met de uitspraak te voorkomen (efficiënt, coördineren). Of je bij het meervoud van woorden die op -ie eindigen één of twee e’s schrijft, hangt af van waar de klemtoon valt. Valt de klemtoon niet op ‘ie’, dan schrijf je één e met trema (bacteriën). Valt de klemtoon wel op ‘ie’, dan schrijf je ‘ieë’ (fantasieën).
  • Bij meervoud van een woord dat eindigt op de klinker i, a, u, o en y gebruik je een apostrof omdat je anders een verkeerde uitspraak krijgt (menu’s, agenda’s, taxi’s, auto’s, baby’s).
  • Je schrijft geen ‘tussen -n‘ wanneer het eerste deel van een samenstelling verwijst naar iets dat uniek is (zonneschijn) of als het eerste woord de betekenis van het tweede versterkt (apetrots, beregoed).
  • Om snel het fout gespelde woord te vinden, kun je het woord het best in lettergrepen verdelen. Een paar voorbeelden:

Alle regelmatige werkwoorden worden op dezelfde manier vervoegd: in alle gevallen (t.t./v.t./volt.deelw.) kun je uitgaan van de ik-vorm van het werkwoord en daar achter ‘plakken’ wat op dat moment nodig is. De tegenwoordige tijd is simpel (stam+t) en voor de verleden tijd (-te of -de) en het voltooid deelwoord (-t of -d) moet je de regels van ‘t kofschip (x) kennen.

De verleden tijd kan dus soms worden geschreven met twee klinkers en twee medeklinkers. Dit geldt voor regelmatige werkwoorden die eindigen op -ten of -den:

Maar, dit geldt alleen voor regelmatige werkwoorden. Bij onregelmatige (sterke) werkwoorden schrijf je nooit twee klinkers en twee medeklinkers! Een paar voorbeelden. Wij smeetten de kleren in de hoek (smijten —> wij smeten). Zij beslootten het toch niet te doen (besluiten —> besloten). Of ook: wij verdwaaldden gisteren in het bos (verdwalen —> verdwaalden (regelmatig)).