Tagarchief: voortgezet onderwijs

Het basisschooladvies – een goede score op de CITO Eindtoets blijft van belang!

Omdat het basisschooladvies kan worden bijgesteld en een vo-school een leerling hóger kan plaatsen dan dit schooladvies aangeeft, blijft een relatief goede score op de CITO eindtoets van groot belang. Zeker wanneer het schooladvies – dat u vóór 1 maart zult ontvangen – lager is dan verwacht, zal extra oefenen met taal en rekenen wellicht nog educatieve vruchten afwerpen!

Volgens de nieuwe regelgeving is het basisschooladvies bindend voor de toelating tot de middelbare school. Hoewel er wat dit betreft – vergeleken met voorgaande jaren – niet veel is veranderd, heeft de stem van de basisschool – door het pas in april afnemen van de Cito-toets – wel meer gewicht gekregen.

Een gedegen schooladvies is gebaseerd op een aantal zaken. Ten eerste zij  er de test- en toetsgegevens: de leerlingvolgsysteem (Cito) toetsen, eventueel aangevuld met een drempeonderzoek of intelligentieonderzoek. Daarnaast moeten ook de leerlingkenmerken bij het advies worden meegenomen; zo kunnen werkhouding, concentratievermogen of karakter zeer bepalend zijn.

(bron:BOVO)

Het schooladvies is in principe bindend voor toelating tot het voortgezet onderwijs. De vo-school (voortgezet onderwijs) kan een leerling wel hoger plaatsen dan het schooladvies. Deze mogelijkheid bestaat als het resultaat op de eindtoets in groep 8 hoger uitvalt dan de basisschool had verwacht. De basisschool moet het eerder gegeven advies dan heroverwegen: de basisschool kan dan besluiten het advies naar boven bij te stellen. Wanneer het resultaat lager is dan verwacht, heroverweegt de basisschool het schooladvies niet.

Er kan maar één schooladvies bestaan; omdat sommige basisscholen zowel een schooladvies als een plaatsingsadvies opstellen, leidt dit tot problemen. De leerling krijgt bijvoorbeeld te horen dat hij een havo/vwo-advies heeft, terwijl de vo-school geadviseerd wordt de leerling in de havo te plaatsen. Dat mag niet.

Kortom, zorg voor een gedegen voorbereiding op de Cito eindtoets van 2015! Een goed begrip van de theorie van bijvoorbeeld begrijpend lezen en rekenen zou wel eens een groot verschil kunnen maken met het oog op de keuze van een middelbare school.

Schermafbeelding 2016-07-19 om 11.58.38

(bron:Inspectie van het Onderwijs)

Wij zijn met z’n allen heel erg voor goed onderwijs …

Jee, wat zijn we lekker aan het brainstormen over onderwijs met z’n allen! Van onderwijs hebben alle 16,8 miljoen Nederlanders verstand, dat treft. Onderwijs kan altijd stukken beter, dus iedereen heeft altijd een beetje gelijk. Wij zijn met z’n allen heel erg voor heel goed onderwijs, net zoals we hartgrondig tégen kanker zijn. Goed hè, van ons?

Staatssecretaris Dekker van Onderwijs betwijfelt of kinderen nog wel de juiste dingen leren op school. In 2032, als de kleuters van nu aan hun eerste baan beginnen, zal de wereld immers compleet anders zal zijn dan nu. Dekker mist ‘een samenhangende visie’ over de inhoud van onderwijs en roept iedereen op hem met ideeën te voeden.

Zou er ooit een samenhangende visie zijn ontwikkeld door miljoenen meepraters? De ideeëntrommel loopt al aardig vol. Ook nu mogen door een reclamebureau geselecteerde bekende Nederlanders op filmpjes vertellen wat er moet veranderen aan onderwijs, terwijl het klootjesvolk hun duiten in de Twitter-zak mag werpen.

De wereld verandert razendsnel, dús moet het onderwijs als een dolle mee veranderen. Toch?

Verrassend: techneuten wijzen op de onontbeerlijk aandacht voor techniek, VVD’ers bepleiten het vak ondernemerschap, iPadproducenten bestempelen alles wat zonder scherm gebeurt als achterlijk, historici promoten hun gesmade vak, de Hartstichting wil lessen reanimatie. Ha, daar hebben we de lobbyisten van mindfullness op school, de duurzaamheidsprofeten, de voorstanders van meer sport/ yoga/tuinieren/kleien/blokfluiten op school. De commerciële onderwijsbureaus ruiken een kans de mythe van het zelfstandig lerende, zelfsturende kind op te poetsen. Ieder zijn belangetje.

Ook het kind komt aan het woord, in een propagandafilmpje. Dat jochie roept niet baldadig: ‘Elke middag eerder vrij! Gratis snoep!’, maar verzekert ons dat in zijn toekomst alles anders gaat, want hij werkt straks niet meer in een fabriek (hij is geen robot). Hij leert meer van internet dan van zijn schoolboek. Hij mijmert: ‘Moeten kinderen vooral taal en rekenen leren, of is er méér?’ Moeten ze meer Engels leren, en ook Chinees? Programmeren? De toon van zijn vragen is zo dat wij snappen dat wij Ja, ja! moeten roepen. De wereld verandert razendsnel, dús moet het onderwijs als een dolle mee veranderen. Toch?

Ik weet ook een paar retorische vragen. Wie heeft er verstand van lerende kinderen? Wie werkt dagelijks met leerlingen, legt de basis voor wat zij weten en kunnen? Ik las een interessante tweet van Sander Dekker: ‘Ook leraren denken natuurlijk mee over #onderwijs2032!’

Onderwijs dient niet om nieuw werkvee, voor de lopende band van de economie, aan te leveren

Dat is inderdaad opmerkelijk. Bij alle grote vorige veranderingen in het onderwijs, zoals de Tweede Fase en het Studiehuis, en het vrijwel landelijk ingevoerde competentieleren in het mbo en hbo, is de leraar stelselmatig genegeerd. En al helemaal bij de grootste en slechtste wijziging, begin jaren tachtig, toen de verantwoordelijkheid voor het onderwijs geheel aan de schoolbesturen werd overgedragen. Net als de semi-privatisering van de ouderenzorg heeft die wijziging noch geleid tot een beter ‘product’ voor de afnemer, noch tot meer autonomie van de professional. Deze werd volkomen afhankelijk van zijn schoolbestuurders, die hem via het management dicteerden wat hij moest doen. Weg met de eigenwijze koninkjes in hun klaslokalen! Hoogopgeleide leraren waren duur en lastig, leraren die hoge eisen stelden eveneens.

Daarover zou de discussie eens moeten gaan. Net als hun voorgangers praten Dekker en Bussemaker niet met leraren, maar met hun werkgevers in de onderwijsraden. Daarom klinkt het ‘tegeltje’ dat Dekker bijdroeg aan de discussie ook zo cynisch: ‘Als je dingen moet doen waarvan je denkt dat ze geen zin hebben, stop ermee! (…) Zeg: ik wil mijn tijd besteden aan de kinderen!’ Dekker heeft gelijk, maar dacht hij dat leraren die macht hebben?

Onderwijs kan zich helemaal niet voorbereiden op onbekende technologische veranderingen, en een onvoorspelbare arbeidsmarkt. Onderwijs dient niet om nieuw werkvee, voor de lopende band van de economie, aan te leveren. Op school zitten de mensen die straks samen de wereld vormgeven. Die kinderen opvoeden, oplossingen verzinnen, schoonheid creëren, valsheid doorzien, troost bieden, perspectieven openen. Die moet je geen tijdgebonden technieken meegeven, maar wapenen met een brede ontwikkeling, basisvaardigheden, een open hart en een kritisch verstand. Onderwijs moet het kind niet aanpassen aan de toekomst, maar het de werktuigen bieden om straks elke toekomst aan te kunnen. Dat is – ploink! – mijn duit in Dekkers trommel.

Door: Aleid Truijens

Predicaat excellente school – zin of onzin?

“Beste ouders, gefeliciteerd! Uw kind heeft zojuist de opleiding op onze excellente school afgerond en is dus echt helemaal klaar voor het voortgezet onderwijs”. Want, het kind heeft genoten van ‘excellent onderwijs’ en ‘de school was een voorbeeld voor andere scholen’.  Niet dus …

Uit een publicatie van Rijksoverheid.nl van vandaag:

Predicaat Excellente School 2014

Tot en met 18 april 2014 kunnen scholen zich aanmelden als kandidaat voor het predicaat Excellente School 2014. Het predicaat wordt dit jaar voor de derde keer uitgereikt aan scholen die excellent onderwijs bieden aan hun leerlingen en daarmee een voorbeeld zijn voor andere scholen. Met het predicaat krijgen scholen erkenning en waardering voor hun werk.

Procedure beoordeling
Een onafhankelijke jury beoordeelt in een aantal rondes welke scholen in aanmerking komen voor het predicaat Excellente School. De jury vraagt scholen om zich aan te melden door middel van een zelfevaluatie.

En uit De Telegraaf van vrijdag 28 maart:

Leerlingen van de Arnhemse basisschool Het Mozaïek, die zich al twee jaar ’excellent’ mag noemen van het ministerie van Onderwijs, doen het op de middelbare school veel slechter dan hun klasgenootjes van andere, niet-excellente scholen (lees hier eventueel verder).

Blijkbaar wordt een school als ‘excellent’ bevonden, wanneer het de gemiddelde Cito-score tot een eenzaam hoog niveau brengt. De kinderen krijgen echter helemaal geen excellent onderwijs: er wordt alleen maar getraind met oude Cito-toetsen! Het behalen van een zo hoog mogelijke Citoscore is het einddoel en het enige waar de leerlingen mee bezig zijn. Verantwoord onderwijs staat op de tweede plaats.

Het gevolg van het ontbreken van deugdelijk (laat staan excellent) onderwijs op deze school is dat de meeste leerlingen het op de middelbare school veel slechter doen dan kinderen van een ‘normale’ school: ze behalen slechtere cijfers en ze blijven veel vaker zitten.

De basisschool Het Mozaïek is hierin uiteraard geen uitzondering. Het merendeel van (‘excellente’) basisscholen is voornamelijk bezig met Cito-training. Uiteraard geldt dit ook voor de vele bijlesinstituten die ‘Cito-training’ aanbieden: leerlingen een kunstje aanleren waar zij één of twee later op de middelbare school de rekening voor gepresenteerd krijgen.

Goed presteren op school en goed presteren op een (Cito)toets kan alleen maar als de basiskennis op het juiste niveau ligt. Wanneer een leerling op de basisschool begrijpt hoe een tekst moet worden aangepakt, hoe een som uit een verhaaltje moet worden gehaald of hoe een tabel of grafiek moet worden geïnterpreteerd, zal hij of zij wél een goede Cito-score neerzetten.

Een positief en blijvend resultaat op een toets is afhankelijk van een goede uitleg en een goede begeleiding, niet van een veel te grote druk die door politiek Den Haag wordt opgelegd om maar beter te scoren op de Citotoets. Het is de politiek die deze achterlijke eisen opstelt, handelt vanuit wantrouwen en zo dus toetswerken in de hand werkt.

Hoe meer de overheid de nadruk legt op het behalen van hogere Cito-scores, des te meer dit soort excessen zullen voorkomen. Meer tijd, energie en geld steken in goede docenten en instanties die leerlingen daadwerkelijk verder kunnen helpen lijkt harder nodig dan ooit.

PISA: Nederlandse leerlingen presteren goed

PISA-resultaten vormen indicatoren in internationaal beleid (Europese Unie) en nationaal onderwijsbeleid.

Rekenen is prima, maar begrijpend lezen helaas niet ...

Rekenen is prima, maar begrijpend lezen helaas niet …

Wiskunde

Vooral op het gebied van wiskunde hebben de Nederlandse leerlingen goed gescoord. Ten opzichte van 2009, toen wiskunde als minor domain werd getest zijn de Nederlandse scores in 2012 bijna op hetzelfde niveau gebleven: 526 punten in 2009, 523 punten in 2012. Het gemiddelde van OECD-lidstaten is 494. In de rangorde staan in 2012 evenals in 2009 Chinese steden/gebieden bovenaan. In de rangorde van de OECD- lidstaten (de hoog ontwikkelde landen) staat Nederland vierde achter Zuid Korea Japan en Zwitserland, maar vóór Finland. Bij de vier subdomeinen van wiskunde staat Nederland in de OECD ranglijst met algebra en meetkunde op de 7e en 8e plaats en met statistiek en rekenvaardigheden tweemaal op de tweede plaats, achter Zuid-Korea.

Lezen

Bij leesvaardigheid en natuurwetenschappelijke vaardigheden hebben Nederlandse leerlingen op een slechter naar internationale maatstaven niveau gescoord. 512 punten resp. 522 punten, ofwel een 17e plaats voor lezen en de 19e plaats voor science bij de OECD.

Even een paar vragen maken?

Maths

Question 1. Mount Fuji is only open to the public for climbing from 1 July to 27 August each year. About 200,000 people climb Mount Fuji during this time. On average, about how many people climb Mount Fuji each day?

A. 340 B. 710 C. 3,400 D. 7,100 E. 7,400

Question 2. The Gotemba walking trail up Mount Fuji is about 9km long. Walkers need to return from the 18km walk by 8pm. Toshi estimates that he can walk up the mountain at 1.5km/h on average, and down at twice that speed. These speeds take into account meal breaks and rest times. Using Toshi’s estimated speeds, what is the latest time he can begin his walk so that he can return by 8pm?

Question 3. Toshi wore a pedometer to count his steps on his walk along the Gotemba trail. His pedometer showed that he walked 22,500 steps on the way up. Estimate Toshi’s average step length for his walk up the 9km Gotemba trail. Give your answer in centimetres.

Reading

Peanut Allergy Alert
Lemon Cream Biscuits

Date of alert: 04 February
Manufacturer’s Name: Fine Foods Ltd
Product Information: 125g Lemon Cream Biscuits (Best before 18 June and best before 01 July)
Details: Some biscuits in these batches may contain pieces of peanut, which are not included in the ingredient list. People with an allergy to peanuts should not eat these biscuits.
Consumer action: If you have bought these biscuits you may return the product to the place of purchase for a full refund.
Or call 1800 034 241 for further information.

Question 1. What is the purpose of this notice?

A. To advertise Lemon Cream Biscuits.

B. To tell people when the biscuits were made.

C. To warn people about the biscuits.

D. To explain where to buy Lemon Cream Biscuits.

Question 2. What is the name of the company that made the biscuits?

Question 3. Why does the notice include “best before” dates?

PROBLEM SOLVING

It is Alan’s birthday and he is having a party. Seven other people will attend: Amy, Brad, Beth, Charles, Debbie, Emily and Frances.

Everyone will sit around the circular dining table. The seating arrangement must meet the following conditions:

• Amy and Alan sit together

• Brad and Beth sit together

• Charles sits next to either Debbie or Emily

• Frances sits next to Debbie

• Amy and Alan do not sit next to either Brad or Beth

• Brad does not sit next to Charles or Frances

• Debbie and Emily do not sit next to each other

• Alan does not sit next to either Debbie or Emily

• Amy does not sit next to Charles

Arrange the guests around the table to meet all of the conditions listed above.

Specialisatiedag begrijpend lezen, misschien wel de belangrijkste dag van het jaar!

Begrijpend lezen is misschien wel het belangrijkste vak op de basisschool. Het begrijpen van geschreven tekst is de sleutel tot kunnen leren/studeren. Hoe kun je een geschiedenissamenvatting leren als je de tekst niet begrijpt? Hoe maak je een taalles als je de opdracht niet snapt? Hoe weet je wat je moet uitrekenen als je de verhaaltjessommen niet doorziet?

Schermafbeelding 2013-09-05 om 00.30.40

Begrijpend lezen is meer dan het verklanken van letters. Een tekst ‘scannen’ om de kernwoorden eruit te halen, het achterhalen van de betekenis van een woord dat je niet kent, informatie kritisch bestuderen en bepalen wat het doel van de schrijver van een tekst is – het zijn vaardigheden waar je je hele leven profijt van hebt.

Er zijn verschillende factoren die belangrijk zijn als het gaat om het goed begrijpen van een tekst. Natuurlijk denken we dan aan het begrijpen van de betekenis van de woorden en leestekens, een goed ontwikkelde woordenschat dus. Ook het vlot kunnen lezen (technisch lezen) van een tekst is van belang. Verder moeten kinderen de samenhang tussen de zinnen begrijpen. Tenslotte is het onderwerp van een tekst relevant. Als een kind al iets over een onderwerp weet, zal het de tekst eerder begrijpen dan als het weinig over het onderwerp weet.

In wetenschappelijk onderzoek over het leren van begrijpend lezen, komen we alle drie bovengenoemde factoren tegen. Het zijn voorwaarden voor goed begrijpend lezen. De handvatten die we kinderen daarnaast nog kunnen bieden om tot goed begrip van teksten te komen, zijn leesstrategieën. Een leesstrategie is een hulpmiddel om een tekst beter te begrijpen.  Kinderen leren bijvoorbeeld stukjes tekst samen te vatten, er vragen of kernwoorden bij te bedenken, hun voorkennis te gebruiken, tekstkenmerken te herkennen en de betekenis van moeilijke woorden te achterhalen.

Stappenplannen Begrijpend Lezen

Stappenplannen Begrijpend Lezen

Veel kinderen vinden begrijpend lezen saai.  Weer een tekst lezen, weer die saaie vragen en ‘ik kan het toch niet’. Tijdens de specialisatiedagen voor begrijpend lezen van Beter Bijles/Beter BijLeren zal blijken dat begrijpend lezen echt niet saai hoeft te zijn en dat kinderen wel degelijk succeservaringen zullen krijgen. Aan de hand van aansprekende teksten passend bij de leefwereld van de kinderen en duidelijke stappenplannen en leesstrategieën, kunnen wij uw kind een grote stap verder helpen bij dit lastige maar zo belangrijke vak. De leerkracht fungeert tijdens deze lessen als rolmodel. Hij/zij leest, denkt hardop, wikt en weegt, vat samen – aan de hand van de stappenplannen – om te laten zien hoe je een lastige tekst te lijf gaat. En na een specialisatiedag begrijpend lezen zal uw kind thuiskomen met het gevoel dat hij of zij het de volgende keer helemaal zelf kan!

De specialisatiedagen begrijpend lezen wordt gehouden op zaterdag 26 oktober en op zaterdag 14 december 2013 in onze locatie op de Herengracht in Amsterdam. De dagen zijn toegankelijk voor leerlingen van groep 7 en groep 8. Bent u geïnteresseerd en wilt u uw kind voor één van deze dagen opgeven, stuur dan een e-mail naar info@beter-bijles.nl met uw naam en adresgegevens.

UPDATE: de specialisatiedag begrijpend lezen is volgeboekt.

Beter Bijles breidt uit!

Beter Bijles, nu van A(msterdam) tot Z(evenaar)!

Na de zeer succesvolle samenwerking tussen Peter Meijer en Jacquelien Bredenoord tijdens de Summer’s Cool weken, heeft Beter-Bijles besloten haar diensten uit te breiden. Vanaf 1 september kunnen kinderen in de regio Arnhem/Nijmegen ook lessen volgen bij Beter-Bijles.

Jacquelien Bredenoord is leerkracht in het basisonderwijs. Ze heeft jaren achtereen in groep 8 lesgegeven. Verder werkt ze al vele jaren voor het Cito in Arnhem, waar ze opgaven construeert voor diverse toetsen. Zij weet daarom precies welke vaardigheden kinderen moeten beheersen om een goede Cito-toets te maken.

Net als in Amsterdam kunnen leerlingen van de basisschool ook op onze Beter- Bijles locatie in Zevenaar terecht voor bijlessen van een kwalitatief hoogstaand niveau. Bijlessen worden gegeven in de vakken rekenen, taal, spelling, begrijpend lezen en studievaardigheden. De lessen zullen gericht zijn op het wegwerken van kennishiaten en het aanleren van strategieën om teksten aan te pakken en te verklaren. Tijdens de lessen zal veel aandacht geschonken worden aan de vraagwijze die het Cito hanteert, zodat de leerling beter voorbereid de Entreetoets of de Cito eindtoets kan maken.

Op onze locatie in Amsterdam wordt zes dagen per week bijles gegeven (maandag tot en met zaterdag); in Zevenaar kunnen leerlingen terecht op maandag, dinsdag, woensdag en zaterdag. De bijles wordt één op één of in een klein groepje van maximaal drie kinderen gegeven; dit laatste gebeurt uiteraard in overleg.

Scholieren van het voortgezet onderwijs kunnen bij ons terecht voor gerichte bijlessen in diverse vakken en voor intensieve huiswerkbegeleiding. Studenten van MBO of HBO kunnen we begeleiden bij het maken van goed opgebouwde verslagen.

Jacquelien Bredenoord tijdens Summer’S Cool van Beter Bijles.

De kosten bedragen € 30,- per uur voor bijles in een klein groepje. Het lesgeld voor individuele bijlessen bedraagt € 35,- voor 45 minuten (bijles aan leerlingen van het VO, MBO en HBO is altijd individueel). Wij rekenen geen inschrijfkosten of andere extra kosten.

Voor meer informatie of het maken van een afspraak voor bijles in Zevenaar kunt u contact opnemen met Jacquelien: 0316-333881 of 06-25253733. Uiteraard kunt u ons ook een e-mail sturen: info@beter-bijles.nl

Graag tot ziens in Amsterdam of Zevenaar!

Het nut van bijles (2)

In de media gaat het weer eens over de kwaliteit van het onderwijs. Aankomende mbo-studenten halen bij de start van hun opleiding vaak niet eens het niveau dat ze aan het eind van de basisschool bereikt moeten hebben. Vooral met rekenen is het probleem zeer precair.

Met taal blijft 25% van de leerlingen steken onder het gemiddelde niveau van de basisschool; met rekenen haalt zelfs 50% (!) dit gemiddelde niveau van groep 8 niet. Het betreft hier niet zo maar een steekproef: 60.000 studenten van het mbo zijn de afgelopen maanden getoetst op hun vaardigheden. De toetsen, opgesteld door Bureau ICE, sluiten aan bij de zogeheten referentieniveaus die sinds het begin van dit schooljaar in de wet vastliggen. Daarin is per schoolsoort bepaald wat een leerling aan de eindstreep moet kunnen op het gebied van rekenen en taal.

Eerder heeft de overheid al aangegeven voor de periode 2010-2013 50 miljoen per jaar extra te investeren om de taal- en rekenvaardigheid  te verbeteren. Misschien dat deze investering de komende jaren zijn vruchten gaat afwerpen, maar de conclusie vooralsnog luidt wel dat de kwaliteit van het onderwijs ver ondermaats is. Want wanneer 50% van de mbo-studenten slechter rekent dan een gemiddelde achtste-groeper betekent dit natuurlijk wel dat het genoten onderwijs ruim onvoldoende is geweest. Het nut van bijlessen is hiermee eveneens aangetoond. Met twee uur bijles per week worden hier zonder problemen de voorgeschreven referentieniveaus gehaald. Waarom lukt dat niet in vijf dagen school per week?

Laten we beginnen met gewoon weer ouderwets veel aandacht te besteden aan taal en rekenen en minder tijd te besteden aan het stimuleren van sociale vaardigheden en ‘gefröbel’ in de klas. En investeren in primair en voortgezet onderwijs is natuurlijk van belang, maar een zwaarder accent op het verbeteren van lerarenopleidingen lijkt van primair belang om de kwaliteit van het onderwijs op een acceptabel niveau te krijgen.