Tagarchief: taal

Citotoets Oefenboeken groep 7 en groep 8 – 2017/2018

Oefenen voor de Citotoets en de LOVS-toetsen van 2017-2018. Elk kind kan béter: door een duidelijke uitleg en veel oefenen met opgaven op het juiste niveau gaan de prestaties omhoog. Want verantwoord en gericht oefenen op de vraagstelling van de Cito zorgt voor meer zelfvertrouwen en betere resultaten. Kijk niet verder, u heeft het beste boek gevonden!

Het Citotoets Oefenboek van Beter Bijles (185 pagina’s) is het beste boek ter voorbereiding op alle toetsen van groep 8. Dit zeggen veel tevreden ouders en ook basisscholen, die vorig schooljaar hun leerlingen met het materiaal van Beter Bijles optimaal hebben voorbereid.

Bevindingen van ouders kunt u lezen in de reacties onder dit bericht.

 

Schermafbeelding 2017-09-10 om 15.45.42

Taal en rekenen

Spelling: 53 pagina’s met uitleg en oefeningen

Grammatica: 10 pagina’s met uitleg en oefeningen                                                     (Redekundig- en Taalkundig ontleden, Hoofdzin en Bijzin, Interpunctie)

Begrijpend Lezen: 40 pagina’s uitleg, stappenplannen, teksten en opdrachten        (Werken met teksten en vragen: tekstbegrip, schrijven, foutenteksten en gatenteksten)

Studievaardigheden: 32 pagina’s met uitleg en oefeningen                                              (Werken met Tabellen en Grafieken, Diagrammen, Schema’s, Opzoekvaardigheden, Kaarten en kaartgebruik)

Rekenen: ruim 60 pagina’s uitleg, handige tips&tricks en oefenopgaven. (Getallen, Verhoudingen , Meten en meetkunde , Verbanden)

Alle opdrachten en oefeningen in onze boeken zijn op Cito-niveau, zodat uw kind optimaal wordt voorbereid op de vragen zoals het Cito deze stelt in de toetsen van het leerlingvolgsysteem, de entreetoets en de Cito-Eindtoets.

U kunt het nieuwe, zeer complete Leer- en Oefenboek voor groep 8 hier bestellen. U ontvangt dan de nieuwste versie 2017/2018.

Het Entreetoets Leer- en Oefenboek bereidt uw kind voor op onder andere de belangrijke Cito (lovs)-toetsen van januari en natuurlijk op de Entreetoets van groep 7. Naast een zeer complete uitleg van de theorie van begrijpend lezen, rekenen, taal en studievaardigheden vindt u ruim voldoende opgaven om deze theorie in praktijk te brengen. Alle opgaven zijn op Cito-niveau, zodat uw kind precies weet wat hij of zij kan verwachten op de Cito-toetsen.

Schermafbeelding 2017-09-10 om 15.45.53

 

Advertenties

CITO Eindtoets – hoofdzin en bijzin

Morgen is alweer de derde en laatste dag van de Eindtoets. Een nieuw onderdeel dat door het Cito wordt bevraagd is grammatica. Enkele onderwerpen zijn  de eerste twee dagen al aan bod gekomen, maar morgen zullen er vragen worden gesteld over hoofd- en bijzin.

Lauren gaat morgen winkelen. Diana geeft les aan groep 7. Elena vindt het leuk om morgen op vakantie te gaan.

Hierboven staan drie hoofdzinnen. Het kenmerk van een hoofdzin is dat onderwerp en persoonsvorm direct naast elkaar staan. Tussen het onderwerp en de persoonsvorm kan dus niets anders staan. Een hoofdzin ziet er over het algemeen zo uit: onderwerp + persoonsvorm (+ andere zinsdelen + ander werkwoordsvormen). De persoonsvorm staat altijd op de tweede plek in de hoofdzin (behalve bij vraagzinnen).

Schermafbeelding 2015-04-22 om 15.53.05

In een bijzin staan onderwerp en persoonsvorm vaak ver uit elkaar. Er kunnen dus wel andere woorden tussen het onderwerp en de persoonsvorm staan. Een paar voorbeelden (de bijzin is schuin gedrukt):

Ik heb gehoord, dat Thomas morgen op vakantie gaat. De hoofdzin is ‘Ik heb gehoord’ (onderwerp ‘Ik’ en persoonsvorm ‘heb’ staan naast elkaar). De bijzin is ‘dat Thomas morgen op vakantie gaat’ (het onderwerp ‘Thomas’ en de persoonsvorm ‘gaat’ staan nu niet naast elkaar).

Een handige manier om de bijzin te vinden is de volgende: in een hoofdzin staat het werkwoord vooraan en in een bijzin staat het werkwoord achteraan. Kijk maar:

Levi deed boodschappen, omdat Sterre daar geen zin in had. Zij kocht gelijk twee pakken spaghetti, omdat alle pastasoorten in de aanbieding waren.

Cito-toets 2012 – wat je moet weten (deel 2)

Teksten en gatenteksten zijn een vast en steeds prominenter onderdeel van de Cito-toets. Van de 100 vragen waar het onderdeel taal uit bestaat, gaan er 60 over begrijpend lezen, in de vorm van teksten met tekstvragen en gatenteksten.

Bij veel tekstvragen word je gevraagd één of twee regels te lezen en daar een vraag over te beantwoorden. Het is belangrijk dat je dan niet alleen die twee regels leest, maar ook het stukje erboven en de regels eronder. Wanneer er bijvoorbeeld staat: ‘lees r.19 t/m r. 21’,  begin dan te lezen bij regel 15 en lees door tot regel 25. Dan heb je de beste indruk van wat er wordt verteld en kun je de vraag beter beantwoorden.

Vragen over de stijl van schrijven komen vaak voor bij Cito-teksten. Voorbeelden hiervan zijn: 1. Welke zin valt uit de toon als je let op het taalgebruik in de tekst? 2. Welk stuk tekst had de schrijver uit de tekst kunnen weglaten? Het antwoord op de eerste vraag heeft meestal te maken met overdreven deftig of moeilijk taalgebruik; bij de tweede vraag gaat het meestal over een paar zinnen die overbodig zijn of niets met het onderwerp van de tekst te maken hebben.

Soms wordt gevraagd waar de schrijver met een nieuwe alinea had moeten beginnen. Alles wat met een onderwerp te maken heeft, staat in één alinea. Wanneer het onderwerp verandert, moet met een nieuwe alinea worden begonnen. Een andere, veel voorkomende vraag is wat er dubbelop is in een bepaalde zin. Voorbeelden hiervan zijn: ‘Daarom had zij om die reden geen boodschappen gedaan’, of: ‘Gooien jullie die folders meteen onmiddellijk in de afvalbak?’

Bij gatenteksten zijn uit de tekst stukjes weggelaten. Op de plaats waar die stukjes stonden staat nu een streep met een nummer. Je kunt steeds uit 4 mogelijkheden kiezen welk stukje het best op de plaats van de streep past. Net als bij teksten moet je ook nu een paar regels boven de streep beginnen met lezen. Vaak staat het stukje dat op de plaats van de streep moet komen, uitgelegd in de regels na de streep. Een voorbeeld:

Entreetoets oefenen

Een goede score voor de entreetoets bereik je niet alléén met veel oefenen; minstens zo belangrijk (en helaas noodzakelijk) is een duidelijke en begrijpelijke uitleg van alle onderdelen van deze belangrijke toets in groep 7.

‘Oefenen voor de Entreetoets’ is de meest complete manier om je voor te bereiden op de entreetoets. Het lesmateriaal dat wij in onze bijlessen gebruiken, is gebundeld in een handleiding van ruim 110 pagina’s. In deze handleiding van Beter-Bijles worden alle onderdelen van de entreetoets – taal, begrijpend lezen, rekenen en studievaardigheden – intensief behandeld. Een ruime hoeveelheid oefenopgaven en een aantal oefentoetsen completeren de bundel.

Het is onterecht dat er op de basisschool weinig aandacht wordt besteed aan voorbereiding op de entreetoets. Terwijl er voor de cito-toets in groep 8 gemiddeld zo’n drie maanden wordt geoefend, wordt de entreetoets behandeld als een ondergeschoven kindje. En dat is opmerkelijk, omdat vanaf dit jaar het resultaat van deze toets belangrijker is dan het resultaat van de cito-toets in groep 8: op basis van de resultaten van de entreetoets wordt een schooladvies afgegeven.

Beter-Bijles hanteert een eigen, succesvolle lesmethode die is gebaseerd op datgene wat een leerling van groep 7 voor de entreetoets moet weten. In de methode wordt aandacht geschonken aan de benodigde basiskennis en aan de theorie achter de specifieke toetsonderdelen. Vervolgens wordt met sommen specifiek geoefend op het soort opgaven en de vraagstelling zoals die in de toets voorkomen.

In het rekengedeelte van de handleiding worden naast de belangrijke ‘rekentips and tricks’, de volgende onderdelen uitgelegd: breuken, kommagetallen, procenten, verhoudingen, afstand, oppervlakte en inhoud. In het taalgedeelte wordt ingegaan op werkwoordspelling, persoonsvorm, husselteksten, gatenteksten, begrijpend lezen en woordenschat. Tenslotte wordt in het hoofdstuk studievaardigheden alle benodigde informatie gegeven over schema’s, grafieken, tabellen en diagrammen.

Bestellen? Je kunt de syllabus bestellen via deze link: http://www.beter-bijles.nl/bestel.php?oefenboek=entreetoets. De prijs bedraagt € 72,50 (incl. verzendkosten).

Een tweetal voorbeeldpagina’s uit de oefensyllabus: de inhoudsopgave en een pagina uit het gedeelte rekenen (klikken voor groot)…..

Begrijpend lezen (2)

Dat vaardigheid in begrijpend lezen op de basisschool een noodzaak is, is duidelijk: alle onderdelen (taal, rekenen en studievaardigheden) van een entree- en Cito-toets zijn hierop gebaseerd. Tekstbegrip is de basis voor latere studie en is onmisbaar bij het zelfstandig leren. Efficiënt leren betekent immers hoofd- van bijzaken kunnen onderscheiden. In een wereld vol informatie is het bovendien belangrijk dat leerlingen vroeg leren begrijpen wat het doel is van de teksten die ze onder ogen krijgen.

In de entreetoets voor groep 7 komen opgavenvormen voor als ‘vragen over teksten’ en ‘invulteksten’. De opgaven doen een beroep op verschillende verwerkingsprocessen. In een deel van de opgaven staat het ‘wat’ van de tekst centraal: de feiten en gebeurtenissen waarover de tekst gaat. Heel belangrijk voor de betekenis is ook het ‘hoe’ van de tekst: de kenmerken van de taalgebruikssituatie waarin gecommuniceerd wordt en die dus te maken hebben met de schrijver, zijn doelen en zijn publiek, de lezers. Vandaar dat ook aan deze aspecten een deel van de opgaven is gewijd. Een ander onderdeel van de toets betreft het onderdeel ‘wat is de eerste zin’. Van dit laatste onderdeel en van het onderdeel ‘invulteksten’ heb ik hieronder een voorbeeld geplaatst.

CITO: het zweten viel wel mee…..

Vandaag de laatste dag van de Cito-toets. Taal 3 & 4 en rekenen 3 stonden op het programma. En ook vandaag was het weer goed te doen. De eerste toetsdag met ook de onderdelen taal en rekenen zou ik zelfs willen omschrijven als ‘niet moeilijk’. Het onderdeel ‘studievaardigheden’ van gisteren bevatte enkele lastige vragen. Lastig, omdat er even heel goed gelezen moest worden en dat is bij veel leerlingen toch een heikel punt.

Een opgave uit de Cito-toets taal van vandaag

De kinderen die bij ons bijlessen hebben gevolgd zullen ongetwijfeld blij zijn geweest met de rekensommen die ze deze drie dagen voorgeschoteld kregen. Bijna alle lastige opgaven waren met het oefenen in de afgelopen tijd al de revue gepasseerd.

Een opgave uit de Cito-toets rekenen

Misschien was dit wel de laatste Cito-toets in de geschiedenis van de basisschool. Vanaf dit jaar wordt immers de entreetoets in groep 7 bepalend voor het basisschooladvies. En, de entreetoets heeft de reputatie moeilijker te zijn dan de cito-toets, dus misschien wordt het over ongeveer 9 weken dan wél zweten.

De kwaliteit van het onderwijs

Ik heb het er al eens over gehad, de kwaliteit van het reken- en taalonderwijs op de basisschool. Een kwaliteit die wordt bepaald door het opleidingsniveau van de leraren. In de meeste vakonderdelen zijn leraren goed opgeleid (algemeen pedagogisch-didactische vakken), in een paar iets minder (vakkennis van rekenen en taal).

Op ons bijlesinstituut merk ik dagelijks dat de kinderen van nu eigenlijk allemaal leuke kinderen zijn: ze zijn sociaal, hulpvaardig, hebben geen vooroordelen, zijn op de hoogte van belangrijke normen en waarden en ze zijn goed in zelfstandig werken maar ook in het samenwerken met anderen. Deze vaardigheden worden kinderen mede op de basisschool aangeleerd en wat dat betreft zit het onderwijs op de basisschool dus heel goed in elkaar. De problemen liggen meer bij het aanleren van reken- en taalvaardigheden en dus bij de competenties van de betreffende leraren.

Naomi is 12 jaar en volgt sinds drie weken bijles bij ons. Bijles voor de cito-toets, die al over anderhalve week plaatsvindt. Misschien een beetje aan de late kant begonnen met de bijles, maar dat kwam omdat zij en haar ouders waren geschrokken van het schooladvies, dat haar juf half december had gegeven. Vmbo-t kwam er uit de bus en dat was toch wel laag, vonden ze. Het advies was gebaseerd op de uitslag van de entreetoets van vorig jaar en op het Leerling Volg Systeem, dat de schoolprestaties van kinderen vanaf groep 3 bijhoudt.

Naomi is hier nu vier keer – 2 uur per keer – geweest en de laatste keer heb ik haar een spellingtoets en een rekentoets laten maken. Voor de spellingtoets behaalde zij een resultaat van 82% en voor de rekentoets een resultaat van 79%. Met deze resultaten zou Naomi op z’n minst een havo-advies moeten krijgen, maar nog waarschijnlijker een havo/vwo-advies. Blijkbaar schort er iets aan het gegeven schooladvies. En blijkbaar schort er ook iets aan het niveau van de gegeven taal- en rekenlessen op school. Als wij er in 8 lesuren in slagen om dat niveau sterk te verbeteren dan zegt dat iets over de kwaliteit van het onderwijs op de betreffende basisschool.

Natuurlijk zijn er grote kwaliteitsverschillen tussen de verschillende basisscholen en dus zijn er ook veel scholen waar prima les wordt gegeven. Maar toch zijn, in mijn ervaring, de taal- en rekenvaardigheden altijd onvoldoende, zelfs bij kinderen met een vwo-advies. Leraren op school hebben vakinhoudelijk te weinig kennis en zouden meer tijd moeten besteden aan nascholing. Ook het feit dat (te) veel pabo-studenten met taal en rekenen onder het niveau van een goede basisschoolleerling van groep 8 zitten, geeft aan dat de kwaliteit van het onderwijs in de nabije toekomst niet veel zal verbeteren. Hoewel staatssecretaris Van Bijsterveldt van Onderwijs al wel afspraken heeft gemaakt met de HBO-raad over kwaliteitsverbetering van de lerarenopleiding en ook basisscholen heeft aangezet om de ter beschikking gestelde gelden voor nascholing van leraren daadwerkelijk te gaan gebruiken, krijgen de Naomi’s van Nederland nog steeds niet waar ze recht op hebben.

Niveau taal en rekenen nog steeds onder druk

Kennis van taal, vaardigheden in rekenen, het lijkt minder vanzelfsprekend te worden. Recentelijk hebben verschillende onderzoeken uitgewezen dat het taal- en rekenniveau van de Nederlandse basisscholieren is gedaald.  Zo gaf het toonaangevend internationaal onderzoek TIMSS (Trend in International Mathematic and Science Study) onlangs aan dat basisscholieren in Nederland al sinds medio jaren negentig minder goed zijn gaan lezen en rekenen. Het is er nog niet beter op geworden. TIMSS gaf geen oorzaken aan, maar spreekt wel van een trend. Ook de onderwijsinspectie meldde in mei 2008 dat het aantal leerlingen met “ontoereikende basisvaardigheden” in taal en rekenen toeneemt. Minister Plaskerk van Onderwijs heeft dit bevestigd. Ook nu werd een echte oorzaak niet gegeven, maar er werd wel gemeld dat er op de basisscholen te weinig een beleid wordt gevoerd waar de prestaties centraal staan.

Taal: lees- en schrijfvaardigheid, grammatica en spelling. Eén van de primaire vakken die een basisschool op niveau zou moeten onderwijzen, maar het neemt een steeds minder belangrijke plaats in. Rekenen: hoofdrekenen, cijferen, meten, tijd, breuken, et cetera. Kinderen zijn er niet goed in. Volgens een artikel in NRC Handelsblad worden de gebrekkige rekenvaardigheden veroorzaakt door onkundige leraren en een gebrekkige opleiding. Ook aan de kwaliteit van het ‘realistisch rekenen’ zoals die nu op de basisschool in gebruik is, wordt getwijfeld.

Het is om triest van te worden; zonder deze belangrijke basisvaardigheden zal een vervolgopleiding voor velen een onnodig  zware dobber worden. Het basisonderwijs moet een basis leggen en dat doet het blijkbaar onvoldoende. Persoonlijk heb ik nooit helemaal begrepen waarom de accenten in het nieuwe basisschoolonderwijs voor zo’n groot deel verschoven zijn naar projectonderwijs, zelfstandigheid en het vermogen tot samenwerking van een leerling; op school worden leerlingen immers gestimuleerd om met elkaar samen te werken en elkaars werk na te kijken en daarmee is de sturende rol van de leerkracht minder geworden. Natuurlijk is samenwerking en zelfstandigheid best belangrijk, maar het wordt minder relevant als het ten koste gaat van kwalitatief goed onderwijs in rekenen en taal.  Want hoe kan de niveaudaling anders worden uitgelegd? Blijkbaar wordt er te weinig tijd besteed aan de zaken die van primair belang zijn: taal en rekenen.

Het geven van bijles is er altijd geweest. Bijles was eigenlijk alleen van toegevoegde waarde als een leerling minder goed kon meekomen met het gemiddelde van de klas. Het niveau en tempo van lesgeven wordt immers bepaald door dat gemiddelde. Voor extra aandacht is er te weinig tijd en dan zijn bijlessen in veel gevallen een uitkomst. Maar het is op z’n zachtst gezegd opmerkelijk te noemen dat leerlingen met een achterstand die hier voor bijles komen binnen redelijk afzienbare tijd weer bijgespijkerd zijn in hun basisvaardigheden. Met de juiste uitleg en een redelijke dosis aandacht zijn spelling en rekenen echt niet zo moeilijk.  In niet teveel tijd kan die broodnodige basis worden gelegd, een basis die van groot belang is voor de toekomst. Maar blijkbaar is die tijd er niet meer op school. Kunnen we niet beter teruggaan naar de basis? Ik denk van wel, zeker als leerlingen uit groep 8 die hier bijlessen volgen de PABO-rekentoets met goed gevolg weten te maken, in tegenstelling tot circa 25% van de PABO-studenten. En die studenten zijn wel de leraren van morgen…

CITO stress…?

De meeste kinderen die bij ons bijlessen volgen ter voorbereiding op de cito-toets zijn er helemaal klaar voor. De leerachterstanden zijn weggewerkt en de basis voor een goed begrip van taal en rekenen is gelegd. De laatste 4 weken gaat het er om de puntjes op de i te zetten.

Het accent van de bijlessen ligt op het wegwerken van leerachterstand, het zorgen voor een brede (kennis)basis op het gebied van spelling, begrijpend lezen en rekenen en het geven van zelfvertrouwen aan de leerling. Zonder een goed gevormde basis is het moeilijk om verder te komen. Alleen oefenen met opgaven uit oude cito-toetsen heeft slechts beperkte zin; er wordt alleen een korte-termijneffect mee bereikt. En een tijdelijke piek in de prestaties is niet iets om na te streven. Integendeel, een brede basis en doelgerichte aandacht zorgen in de eerste plaats voor een maximaal rendement en in de tweede plaats wordt het (opnieuw) oplopen van een achterstand voorkomen.

Maar goed, momenteel wordt alle aandacht wel opgeëist door de cito-toets. Wat wordt er allemaal gevraagd in deze drie dagen? Een kleine samenvatting:

Het onderdeel wereldoriëntatie telt niet mee voor de uiteindelijke score. Er blijven dus 200 vragen over die voor de score even zwaar meetellen. Met 100 vragen telt het onderdeel taal dus het zwaarst (50%) mee in de toets. Het verdient aanbeveling nog een keertje de regels voor werkwoordspelling door te nemen (tegenwoordige tijd-verleden tijd-voltooid deelwoord). Ook het lezen van nog één of twee boeken voor eind januari kan eigenlijk alleen maar goed doen voor het -relatief grote onderdeel- begrijpend lezen. Voor oefenen op het onderdeel rekenen kan ik u verwijzen naar een eerdere post.

Zoals al eerder besproken, wordt de invloed van de cito-score op de keuze voor een vervolgschool in het voortgezet onderwijs steeds kleiner. En daarmee waarschijnlijk ook de hype van de cito-toets. De alomvattende aandacht die ook de media elk jaar in februari aan de cito-toets geven, zal kleiner worden. Het accent zal verschuiven naar de entreetoets: de basisschool zal na deze toets al met een advies voor schoolkeuze komen.