Tagarchief: schoolkeuze

HBO-opleiding onder vuur

Vier jaar gestudeerd en je diploma kan in de prullenmand. Vier jaar geld, tijd en moeite geïnvesteerd en bij je eerste sollicitatie krijg je te horen dat je net gekregen papiertje geen waarde heeft!

En hoe komt dat? Collega-studenten die langer tijd nodig hadden om hun studie af te ronden kregen zomaar een einddiploma. Goede cijfers waren niet nodig, een handtekening bleek voldoende te zijn. InHolland kon op deze manier van de overheid een bedrag van 10.000 euro per student overgemaakt krijgen.

De commissie Leers had al geconcludeerd dat hogeschool InHolland te makkelijk diploma’s uitdeelde aan studenten en nu worden dus de pijnlijke gevolgen hiervan in de praktijk zichtbaar. Het college van bestuur, bij monde van CEO Geert Dales, was niet op de hoogte van de frauduleuze handelingen, maar vindt alle kritiek wel begrijpelijk.

Het gaat hier helaas niet alleen om hogeschool InHolland. Er zijn al aanwijzingen dat ook bij andere hbo-opleidingen fraude wordt gepleegd om zodoende op een eenvoudige manier te kunnen cashen. De waarde van een hbo-diploma komt hiermee onder druk te staan, maar ook het algehele beeld van het onderwijs in Nederland heeft er weer een deuk bij gekregen.

Update 1: InHolland moet de teveel ontvangen gelden terugbetalen.

Update 2: De Raad van Toezicht heeft het vertrouwen in Geert Dales opgezegd. Dales vertrekt per direct bij hogeschool InHolland

Uitslag Cito-toets 2010

De ruim 137.000 leerlingen die dit jaar de Cito-toets hebben gemaakt, hebben een gemiddelde standaardscore van 535,8 punten gehaald. In 2009 was de gemiddelde score 147,90 (van de 200 opgaven); in de tabel hieronder zien we dat in 2010 de eindtoets minder moeilijk is geweest: dit jaar hadden de leerlingen gemiddeld 150,2 opgaven goed.

In 2010 behaalden 3987 leerlingen de hoogste standaardscore (550 punten). Slechts 3 leerlingen hadden alle 200 opgaven van de onderdelen Taal, Rekenen-Wiskunde en Studievaardigheden goed. De zogenoemde frequentieverdeling van de scores geeft aan welk ‘aantal goed’ er nodig is om een bepaalde standaardscore te krijgen. Voor een standaardscore van bijvoorbeeld 535 moesten de leerlingen bijvoorbeeld in 2009 een aantal goed hebben van 146 t/m 148 (van de in totaal 200 opgaven); in 2010 krijgen ze diezelfde standaardscore voor een aantal goed van 147 t/m 149. Voor een score van 550 punten mochten dit jaar maximaal 11 fouten worden gemaakt in de 200 vragen (vorig jaar waren dat 13 fouten). Hoewel de toets dit jaar dus iets gemakkelijker was, komt dat niet tot uiting in de eindscore.

Jongens hebben in de jaren van 2008 tot en met 2010 iets hogere standaardscores gehaald dan meisjes. In 2008 scoorden de jongens gemiddeld 0.3 standaardscorepunt hoger dan de meisjes, in 2009 bedroeg dit verschil 0.8 punt en in 2010 is het verschil 0.5 standaardscorepunt. Het verschil tussen jongens en meisjes is in 2010 dus licht gedaald ten opzichte van 2009.

Meisjes zijn nog steeds gemiddeld beter in taal dan jongens (gemiddeld 3 Cito-punten hoger). Met de onderwerpen rekenen (gemiddeld 5 Cito-punten hoger) en studievaardigheden werden door jongens gemiddeld betere resultaten behaald dan door meisjes.

Met gepaste trots kan ik hier melden dat alle leerlingen die bij ons bijlessen voor de Cito-toets van 2010 hebben gevolgd een zeer goed resultaat hebben behaald; door de intensieve behandeling bij beter-bijles zijn zij met hun Cito-score uitgekomen op minimaal één schoolniveau hoger dan aanvankelijk door de basisschool werd gegeven.

Hoe de scores van de Cito-toets zich verhouden tot de schoolkeuze voor het voortgezet onderwijs kunt u aflezen uit onderstaande tabel:

De gymnasia raken overvol

De Cito-toets was niet al te lastig dit jaar. Het resultaat daarvan komt ongetwijfeld tot uiting in de scores die over drie weken bekend worden gemaakt. Wanneer relatief veel kinderen dit jaar op bijvoorbeeld een score van 545 of hoger uitkomen, zal dit leiden tot een run op de toch al populaire vwo-opleidingen. En omdat het aantal beschikbare plaatsen beperkt is, zullen dit jaar meer kandidaten dan ooit worden uitgeloot (vorig jaar ging het om 10% van de kinderen).

Wanneer ook het schooladvies naar boven wordt bijgesteld – met een veel beter gemaakte toets is die kans aannemelijk – zijn leerlingen met een cito-score van 545 of hoger automatisch toelaatbaar voor het vwo. En de meesten, uitzonderingen daargelaten, willen dan naar een gymnasium. Zeker de – toch al heel populaire – categorale gymnasia krijgen dan te maken met een explosieve groei van het aantal aanmeldingen.

Maar, niet elke leerling die voor de Cito-toets een score van 545 punten of meer haalt, is per definitie geschikt voor een gymnasiale opleiding. Het kan net zo goed een typisch ‘atheneum-kind’ zijn. Hoewel de capaciteiten van een leerling goed kunnen worden ingeschat met behulp van het Leerling Volg Systeem (mede op basis daarvan wordt het schooladvies gegeven), kan een basisschool boven de 545 punten niet kiezen tussen een vwo- of een gymnasium advies.

Het invoeren van een nieuwe Cito-bandbreedte kan de toenemende druk op – met name – de categorale gymnasia verminderen. Stel, de bestaande vwo-bandbreedte van 545 en hoger wordt opgesplitst in twee nieuwe bandbreedtes: 545 tot 547 punten voor vwo en 548 en hoger voor gymnasium. Met deze nieuwe indeling krijgt een basisschool de mogelijkheid om tot een passender en verfijnder schooladvies te komen, atheneum dan wel gymnasium. Introductie van de extra bandbreedte kan tevens een oplossing zijn voor de enorme toestroom die de gymnasia elk jaar te verwerken krijgen. Ook de jaarlijks terugkerende problemen van stress en teleurstelling bij uitloting zullen dan minder worden.