Tagarchief: eindtoets

CITO: nog enkele ‘tips and tricks’

Ik heb het al eerder gezegd, rekenen wordt een stuk gemakkelijker als je op de hoogte bent van een paar handigheidjes. Specifiek voor de komende CITO-toets zal ik er nog een paar noemen. De volledige lijst met ‘Tips and Tricks’ kunt u vinden in ons Oefenboek voor de Cito-toets.

Het Cito-onderdeel ‘taal’ bestaat onder meer uit een aantal teksten waarover vragen worden gesteld.  De vragen hebben meestal betrekking op een paar nader genoemde zinnen, bijvoorbeeld zin 27 en 28; lees in dit geval niet alleen de twee zinnen die worden genoemd, maar begin al te lezen bij bijvoorbeeld regel 20. Het gezochte antwoord staat meestal beschreven in het voorafgaande stuk tekst.

Op het onderdeel werkwoordspelling is een goede score te behalen als rekening wordt gehouden met een paar regels: bedenk, ter controle van de juiste spelling, altijd eerst wat het hele werkwoord is. Gebruik, als de zin in de tegenwoordige tijd staat, het werkwoord ‘lopen’ om te controleren of je wel of niet een -t moet schrijven. Staat de zin in de verleden tijd, of betreft het een voltooid deelwoord, controleer dan of de laatste letter van de stam wel of niet een letter van ’t kofschip (x) is. Is dit het geval, dan moet de verleden tijd op -te(n) eindigen en het voltooid deelwoord op -t. Zo niet, dan eindigen de werkwoordsvormen op respectievelijk -de(n) en -d. Tenslotte moet een voltooid deelwoord dat als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt, altijd zo kort mogelijk worden geschreven, bijvoorbeeld ‘de foto’s zijn vergroot‘ wordt: ‘de vergrote foto’s’.

O ja…..de ochtenden voor de CITO-toets goed ontbijten, want dat is goed voor de concentratie. En tijdens de toets géén suiker (snoep) eten, dat zorgt alleen voor een tijdelijke opleving. Ik wens iedereen veel succes!

Uitslag entreetoets – een uitleg

Misschien wel nuttig als ik de score van de entreetoets even in de schijnwerpers zet. Wat betekenen al die getallen en sterretjes? Hoe meer mensen ik spreek, des te duidelijker wordt het mij dat slechts weinigen begrijpen hoe ze de uitslag moeten lezen.
Allereerst worden de verschillende toetsonderdelen opgesomd: taal, rekenen-wiskunde en studievaardigheden en ook waar deze hoofdcategorieën uit bestaan. Daarnaast staan een viertal kolommen.
In de eerste kolom (A) wordt van de verschillende onderdelen vermeld hoeveel vragen er waren. In de tweede kolom (B) staat hoeveel procent van deze vragen door de leerling goed is beantwoord. In de derde kolom (C) staat het percentiel: dit getal geeft aan hoe de leerling op dit onderdeel heeft gescoord ten opzichte van alle andere leerlingen in Nederland.
Scoort een leerling daar 68, dan heeft 68% van alle leerlingen in Nederland het even goed of slechter gedaan dan deze leerling en heeft 32% het beter gedaan.

Het percentiel zegt iets over de moeilijkheidsgraad van de opgaven en over de relatieve prestatie van een leerling; als de leerling bijvoorbeeld 80% van alle opgaven goed heeft maar de meeste andere kinderen hebben 90% goed, dan zal het percentiel relatief laag uitvallen (bijv. 40). Hebben de meeste andere leerlingen bijvoorbeeld maar 70% van deze opgaven goed beantwoord en heeft deze leerling het dus relatief heel goed gedaan, dan zal het percentiel van de leerling juist hoog zijn (bijv. 95).
Het percentiel is de belangrijkste score van de entreetoets; op basis hiervan wordt een voorlopig schooladvies gegeven. In de laatste kolom (D) wordt de percentielscore met een sterretje aangegeven. Hoe meer naar rechts het sterretje staat, hoe beter de leerling scoort ten opzichte van de rest. De Romeinse cijfers (rood kader) die boven de sterretjes staan, corresponderen met het schooltype dat wordt geadviseerd:
V=VMBO-b, IV=VMBO-k, III=VMBO, II=HAVO, I=VWO

Update: Onderstaande uitleg (die dateert van 2010) is niet meer helemaal correct. Vanaf dit jaar wordt de rapportage deels op een nieuwe manier gepresenteerd: de tweede kolom (B) ‘percentage goed’ is vervangen door ‘aantal goed’. De bijbehorende uitleg kunt u hier vinden.

De plaats van de sterretjes in de blauwe balk geeft dus als eerste een schooladvies aan, maar er kan ook worden afgeleid aan welke (zwakke) onderdelen nog moet gewerkt of waar de leerling goed in is.

In het witte kader staan de onderdelen die horen bij het “Begrijpen van teksten”. De bijbehorende scores tellen niet mee (behalve die voor ‘Begrijpend lezen’)  voor de einduitslag van de entreetoets.
In de groene balk is het totaaloverzicht te zien; het uiteindelijke schooladvies kunt u hier het beste aflezen.