Tagarchief: citotoets

Citotoets Oefenboek groep 8 – 2017

Oefenen voor de Citotoets en de LOVS-toetsen van 2017. Elk kind kan béter: door een duidelijke uitleg en veel oefenen met opgaven op het juiste niveau gaan de prestaties omhoog. Want verantwoord en gericht oefenen op de vraagstelling van de Cito zorgt voor meer zelfvertrouwen en betere resultaten. Kijk niet verder, u heeft het beste boek gevonden!

Het Citotoets Oefenboek van Beter Bijles (185 pagina’s) is het beste boek ter voorbereiding op alle toetsen van groep 8. Dit zeggen veel tevreden ouders en ook basisscholen, die vorig schooljaar hun leerlingen met het materiaal van Beter Bijles optimaal hebben voorbereid.

Bevindingen van ouders kunt u lezen in de reacties onder dit bericht.

Schermafbeelding 2016-07-19 om 11.58.38

Taal en rekenen

Spelling: 53 pagina’s met uitleg en oefeningen

Grammatica: 10 pagina’s met uitleg en oefeningen                                                     (Redekundig- en Taalkundig ontleden, Hoofdzin en Bijzin, Interpunctie)

Begrijpend Lezen: 40 pagina’s uitleg, stappenplannen, teksten en opdrachten        (Werken met teksten en vragen: tekstbegrip, schrijven, foutenteksten en gatenteksten)

Studievaardigheden: 32 pagina’s met uitleg en oefeningen                                              (Werken met Tabellen en Grafieken, Diagrammen, Schema’s, Opzoekvaardigheden, Kaarten en kaartgebruik)

Rekenen: ruim 60 pagina’s uitleg, handige tips&tricks en oefenopgaven. (Getallen, Verhoudingen , Meten en meetkunde , Verbanden)

Alle opdrachten en oefeningen in onze boeken zijn op Cito-niveau, zodat uw kind optimaal wordt voorbereid op de vragen zoals het Cito deze stelt in de toetsen van het leerlingvolgsysteem, de entreetoets en de Cito-Eindtoets.

U kunt het nieuwe, zeer complete Leer- en Oefenboek voor groep 8 hier bestellen. U ontvangt dan de nieuwste versie 2017.

 

Eindtoets 2015 – hoofdzin en bijzin

Morgen is alweer de derde en laatste dag van de Eindtoets. Een nieuw onderdeel dat door het Cito wordt bevraagd is grammatica. Enkele onderwerpen zijn  de eerste twee dagen al aan bod gekomen, maar morgen zullen er vragen worden gesteld over hoofd- en bijzin.

Lauren gaat morgen winkelen. Diana geeft les aan groep 7. Elena vindt het leuk om morgen op vakantie te gaan.

Hierboven staan drie hoofdzinnen. Het kenmerk van een hoofdzin is dat onderwerp en persoonsvorm direct naast elkaar staan. Tussen het onderwerp en de persoonsvorm kan dus niets anders staan. Een hoofdzin ziet er over het algemeen zo uit: onderwerp + persoonsvorm (+ andere zinsdelen + ander werkwoordsvormen). De persoonsvorm staat altijd op de tweede plek in de hoofdzin (behalve bij vraagzinnen).

Schermafbeelding 2015-04-22 om 15.53.05

In een bijzin staan onderwerp en persoonsvorm vaak ver uit elkaar. Er kunnen dus wel andere woorden tussen het onderwerp en de persoonsvorm staan. Een paar voorbeelden (de bijzin is schuin gedrukt):

Ik heb gehoord, dat Thomas morgen op vakantie gaat. De hoofdzin is ‘Ik heb gehoord’ (onderwerp ‘Ik’ en persoonsvorm ‘heb’ staan naast elkaar). De bijzin is ‘dat Thomas morgen op vakantie gaat’ (het onderwerp ‘Thomas’ en de persoonsvorm ‘gaat’ staan nu niet naast elkaar).

Een handige manier om de bijzin te vinden is de volgende: in een hoofdzin staat het werkwoord vooraan en in een bijzin staat het werkwoord achteraan. Kijk maar:

Levi deed boodschappen, omdat Sterre daar geen zin in had. Zij kocht gelijk twee pakken spaghetti, omdat alle pastasoorten in de aanbieding waren.

Cito-toets 2015: enkele tips&tricks voor spelling!

Spelling van niet-werkwoorden is ook een vast onderdeel in de Cito-toets. Een paar regels die je moet kennen:

  • Bijvoeglijke naamwoorden eindigen op een -e, behalve wanneer het een materiaal betreft (de houten tafel) of wanneer een voltooid deelwoord van een sterk werkwoord bijvoeglijk wordt gebruikt (het gebroken sieraad).
  • Een trema wordt geschreven om problemen met de uitspraak te voorkomen (efficiënt, coördineren). Of je bij het meervoud van woorden die op -ie eindigen één of twee e’s schrijft, hangt af van waar de klemtoon valt. Valt de klemtoon niet op ‘ie’, dan schrijf je één e met trema (bacteriën). Valt de klemtoon wel op ‘ie’, dan schrijf je ‘ieë’ (fantasieën).
  • Bij meervoud van een woord dat eindigt op de klinker i, a, u, o en y gebruik je een apostrof omdat je anders een verkeerde uitspraak krijgt (menu’s, agenda’s, taxi’s, auto’s, baby’s).
  • Je schrijft geen ‘tussen -n‘ wanneer het eerste deel van een samenstelling verwijst naar iets dat uniek is (zonneschijn) of als het eerste woord de betekenis van het tweede versterkt (apetrots, beregoed).
  • Om snel het fout gespelde woord te vinden, kun je het woord het best in lettergrepen verdelen. Een paar voorbeelden:

Alle regelmatige werkwoorden worden op dezelfde manier vervoegd: in alle gevallen (t.t./v.t./volt.deelw.) kun je uitgaan van de ik-vorm van het werkwoord en daar achter ‘plakken’ wat op dat moment nodig is. De tegenwoordige tijd is simpel (stam+t) en voor de verleden tijd (-te of -de) en het voltooid deelwoord (-t of -d) moet je de regels van ‘t kofschip (x) kennen.

De verleden tijd kan dus soms worden geschreven met twee klinkers en twee medeklinkers. Dit geldt voor regelmatige werkwoorden die eindigen op -ten of -den:

Maar, dit geldt alleen voor regelmatige werkwoorden. Bij onregelmatige (sterke) werkwoorden schrijf je nooit twee klinkers en twee medeklinkers! Een paar voorbeelden. Wij smeetten de kleren in de hoek (smijten —> wij smeten). Zij beslootten het toch niet te doen (besluiten —> besloten). Of ook: wij verdwaaldden gisteren in het bos (verdwalen —> verdwaalden (regelmatig)).

Cito-toets 2015: enkele tips&tricks voor begrijpend lezen!

Begrijpend lezen

De teksten zijn ingedeeld in vijf categorieën: informatief (nieuws, informatief boek; in deze teksten worden voornamelijk feiten opgesomd), instructief (recept, handleiding; de schrijver legt je in zo’n tekst uit wat je moet doen, wat je nodig hebt of hoe je iets moet gebruiken), betogend (recensie, ingezonden brief; in deze teksten geeft de schrijver zijn mening en deze mening wordt vaak onderbouwd met argumenten), verhalend (verhalen kunnen deels verzonnen zijn en deels echt gebeurd zijn) en poëzie (inclusief liedteksten).

Het belangrijkste bij tekstbegrip is dat je kunt herkennen wat het onderwerp van de tekst is en wat de hoofdgedachte is. Elke tekst heeft dus altijd één onderwerp, maar elke alinea heeft ook steeds een eigen onderwerp; probeer bij het lezen van een tekst dus altijd te zoeken naar waar de tekst of alinea over gaat.

In ‘Teksten met fouten’ kunnen onder andere de volgende vragen worden gesteld: wat had de schrijver beter kunnen schrijven in plaats van…, wat moet de schrijver uit deze zin weglaten (er staan dan vaak twee woorden in de zin die hetzelfde betekenen) of welke zin is overbodig en kan worden weggelaten (de betreffende zin heeft dan niets met het onderwerp van de tekst te maken).

Bij veel tekstvragen word je gevraagd één of twee regels te lezen en daar een vraag over te beantwoorden. Het is belangrijk dat je dan niet alleen die twee regels leest, maar ook het stukje erboven en de regels eronder. Wanneer er bijvoorbeeld staat: ‘lees r.19 t/m r. 21′,  begin dan te lezen bij regel 15 en lees door tot regel 25. Dan heb je de beste indruk van wat er wordt verteld en kun je de vraag beter beantwoorden.

Vragen over de stijl van schrijven komen vaak voor bij Cito-teksten. Voorbeelden hiervan zijn: 1. Welke zin valt uit de toon als je let op het taalgebruik in de tekst? 2. Welk stuk tekst had de schrijver uit de tekst kunnen weglaten? Het antwoord op de eerste vraag heeft meestal te maken met overdreven deftig of moeilijk taalgebruik; bij de tweede vraag gaat het meestal over een paar zinnen die overbodig zijn of niets met het onderwerp van de tekst te maken hebben.

Soms wordt gevraagd waar de schrijver met een nieuwe alinea had moeten beginnen. Alles wat met een onderwerp te maken heeft, staat in één alinea. Wanneer het onderwerp verandert, moet met een nieuwe alinea worden begonnen. Een andere, veel voorkomende vraag is wat er dubbelop is in een bepaalde zin. Voorbeelden hiervan zijn: ‘Daarom had zij om die reden geen boodschappen gedaan’, of: ‘Gooien jullie die folders meteen onmiddellijk in de afvalbak?’

Bij gatenteksten zijn uit de tekst stukjes weggelaten. Op de plaats waar die stukjes stonden staat nu een streep met een nummer. Je kunt steeds uit 4 mogelijkheden kiezen welk stukje het best op de plaats van de streep past. Net als bij teksten moet je ook nu een paar regels boven de streep beginnen met lezen. Vaak staat het stukje dat op de plaats van de streep moet komen, uitgelegd in de regels na de streep.

Bij veel vragen zijn er altijd wel twee antwoorden die het eerste afvallen. Maar het is niet zo dat die twee antwoorden echt onzinnig of niet verklaarbaar zijn. Van de vier antwoorden die gegeven worden, zijn er drie afleiders; dit betekent dus dat je, zeker bij tekstvragen, vaak moet zoeken naar het béste antwoord.

CITO-toets 2015 oefenen?

De nieuwe Cito-toets van 2015: over ruim een maand is het zover. Nog ruim tijd om de puntjes op de i te zetten en een beter dan verwachte Cito-score neerzetten. Heeft dat oefenen nog nut? Zeker wel!

Het definitieve schooladvies voor het voortgezet is binnen. De Cito-score lijkt hierdoor minder belangrijk te zijn geworden, maar vergis u niet: als het resultaat op de Cito-toets beduidend beter is dan het schooladvies móet de basisschool het gegeven advies heroverwegen. Er liggen dus nog genoeg kansen.

Schermafbeelding 2015-03-17 om 13.14.40

Het verschil tussen bijvoorbeeld een vmbo-t score en een havo score bedraagt slechts drie Cito-punten! Drie Cito-punten komen overeen met 9 fouten in de Cito-toets. Als uw kind dus van de ruim 200 vragen negen vragen meer goed weet te beantwoorden, kan dat een schoolniveau uitmaken. Een goede voorbereiding en oefenen met het juiste materiaal is daarom van groot belang!

Beter Bijles bereidt uw kind goed voor. Met het Leer- en Oefenboek voor de Cito-toets bieden wij een zeer duidelijke uitleg van de theorie van alle onderdelen die door het Cito worden bevraagd op de toets. Duidelijke stappenplannen en goede strategieën zijn hierbij belangrijk en geven uw kind inzicht, zodat hij of zij begrijpt hoe een probleem moet worden aangepakt. Begrijpend lezen, taal  of rekenen is immers minder moeilijk als je weet hóe je tot het juiste antwoord moet komen.

Aan de hand van ruim voldoende opgaven in Cito-stijl (dus geen onzinantwoorden, maar ‘afleiders’ zoals het Cito dit ook doet) kan de leerling zijn vaardigheden op spelling, rekenen, grammatica, studievaardigheden en begrijpend lezen verbeteren. Het Leer- en Oefenboek  is daarmee voor kinderen uit groep 8 een perfecte voorbereiding op de Cito Eindtoets van 2015.

U kunt het Leer- en Oefenboek voor de Cito-toets hier bestellen.

Schermafbeelding 2016-07-19 om 11.58.38

Klaar voor de nieuwe CITO Eindtoets van 2015?

Een goede score op de Cito eindtoets wordt voor een groot deel bepaald door het resultaat op begrijpend lezen. Het is dus belangrijk dat je weet hoe je de verschillende tekstsoorten aan moet pakken. Er worden drie tekstsoorten bevraagt op de Cito-toets: foutenteksten, gatenteksten en verhaalteksten. Voor elke soort zijn er duidelijke stappenplannen die precies duidelijk maken hoe je een tekst moet aanpakken. Als je dan ook nog leert welk soort vragen je kunt verwachten, ben je goed voorbereid.

 

  1. De Cito-toets van volgend schooljaar zal anders zijn. Niet alleen wat  de indeling (Taal en Rekenen) betreft, maar ook wat betreft de inhoud. Zo zullen er voor het eerst vragen worden gesteld over grammatica. Wat is het lijdend voorwerp in deze zin, wat is een bijvoeglijk naamwoord, wat is het voegwoord in die zin, geef aan welk gedeelte van de zin de hoofdzin is, staan de aanhalingstekens  goed in die zin etc. Grammatica hoort natuurlijk bij het onderdeel Taal (en dat is de reden dat Cito het bevraagt), maar het probleem is dat bijna geen basisschool de leerling hierop voorbereidt. U zoekt dus een goede voorbereiding op alle grammatica vragen, zodat uw kind met dit onderdeel geen problemen heeft.
  2. Het goed kunnen interpreteren van een tabel of grafiek is een vaardigheid die door het Cito steeds intensiever wordt getoetst. Ook wat betreft dit onderdeel is de begeleiding op school vaak ondermaats. “Tabellen en grafieken krijgen onze leerlingen onderwezen bij aardrijkskunde”, zeggen veel docenten. Ja, dat is waar, maar de vraagstelling zoals het Cito die hanteert, vind je niet bij een vak als aardrijkskunde. Goed oefenen op dit onderdeel is dus geen overbodige luxe.
  3. Een volgend onderdeel dat intensiever aan bod komt in lovs-toetsen en in de nieuwe Cito-toets is ‘Samenvatten’. Samenvatten wordt gezien als een belangrijk onderdeel van Taal en is een vaardigheid die gerelateerd is aan het leren studeren. Het gaat erom dat er na het begrijpen en interpreteren van de informatie iets met die informatie gedaan moet worden: hoofd- en bijzaken moeten worden onderscheiden, de tekst moet worden verkort en de informatie moet op de een of andere manier opgeslagen worden om deze op een ander moment paraat te hebben. Leerlingen die goed samenvatten, zetten de tekst om in een verkorte tekst of in een schema of tabel.  Maar hoe leer je dit? Om hier bedreven in te worden, zal een goede uitleg moeten worden gegeven. Aan de hand van stappenplannen wordt dan duidelijk hoe je een samenvatting moet maken door hoofd- en bijzaken te scheiden.
  4. Bij werkwoordspelling vormt het bijvoeglijk gebruik van het voltooid deelwoord vaak een probleem, zo merken wij in onze lessen. Hoewel een duidelijke uitleg dit probleem snel verhelpt, verdient dit onderdeel van spelling toch extra aandacht omdat het al bij de lovs-toetsen van oktober aan bod zal komen.
  5. In oktober al beginnen de basisscholen dus al met leerlingvolgsysteemtoetsen (lovs- of lvs-toetsen). Er is dus niet heel veel tijd om rustig achterover te gaan zitten. Een voorlopig schooladvies zal overgaan in een definitief schooladvies. De scores op de lovs-toetsen vormen voor een groot deel de basis om tot dit definitieve schooladvies te komen.
  6. In januari volgen de lovs-toetsen begrijpend lezen. Begrijpend Lezen is uiteraard het belangrijkste onderdeel: scoor je goed voor alle onderdelen, maar voor begrijpend lezen onvoldoende dan zal de totaalscore relatief laag zijn. De prestaties  op het onderdeel Begrijpend lezen hebben een relatief groot gewicht in zowel de Cito-toetsen als in het te geven schooladvies. U wilt dus duidelijke stappenplannen, zodat uw kind weet hoe hij of zij een tekst moet aanpakken. Het is belangrijk te weten hoe je de kernzin uit een alinea haalt, hoe je omgaat met verwijswoorden of hoe je tekstverbanden kunt vinden. En, met deze duidelijke stappenplannen voor ogen, kan elke tekst of elk artikel op nu.nl of jeugdjournaal.nl worden ontleed: oefenmateriaal genoeg. Handig als je weet hoe het moet.
  7. En dan natuurlijk het onderdeel Rekenen. Zonder een goede kennis van de basis kan het lastig zijn een som uit een verhaaltje te halen. Maar, geen paniek, ook daarvoor bestaat een duidelijk uitleg. Bij rekenen is het belangrijk dat je eerst leert hoe je een probleem moet aanpakken en daarna moet je kilometers maken: oefenen en nog eens oefenen, net zolang dat je het in je vingers krijgt. En dat kan natuurlijk mooi in zes weken zomervakantie!

8 redenen om vast te oefenen voor groep 8. Als u daarbij hulp wilt dan is dit natuurlijk mogelijk: een duidelijke uitleg van alles wat je moet weten voor de lovs-toetsen en de Cito-toets van groep 8, uitstekende stappenplannen die duidelijk maken wat nooit helemaal werd begrepen en ruim voldoende oefeningen in Cito-stijl, die uw kind optimaal voorbereiden op alle toetsen van groep 8: het nieuwe Leer- en Oefenboek voor Groep 8 van Beter Bijles is overcompleet. En dat het een echt goed boek is, bewijzen de vele basisscholen die inmiddels met onze boeken werken.

Mocht u geïnteresseerd zijn dan kunt u het boek via deze link bestellen.

Schermafbeelding 2016-07-19 om 11.58.38

 

Heeft oefenen voor de Citotoets nog zin? Natuurlijk wel!

Waarom zouden leerlingen nog oefenen voor de Eind-Citotoets, nu de score niet meer bindend is voor de bepaling van de keus voor het vervolgonderwijs? De LOVS- en Entreetoetsscores bepalen immers het advies?

Was het maar zo eenvoudig.

Stel: uw kind heeft in zijn schoolcarrière voor het vak rekenen steeds geschommeld tussen niveau B en C. In groep 6 scoorde hij een B, medio 7 een C en eind 7 weer een lage B. Dit betekent dat het kind bepaalde onderdelen nog niet voldoende beheerst. Op deze onderdelen zou daarom extra geoefend moeten worden om tot een hogere score te komen. Doen scholen dat ook? Analyseren zij de toetsen om tot een plan van aanpak voor specifieke onderdelen te komen? Of gaan ze verder met de leerstof en hopen ze dat het kind gaandeweg de hiaten zelf bijspijkert?

Stel: uw kind gaat een week naar Summer’S Cool. Aan de hand van onze instaptoets is bepaald waar de rekenhiaten zitten. Met behulp van gerichte instructie en inoefening gaan wij met het kind aan de slag op die onderdelen waar het nodig is. Wedden dat uw kind dan medio 8 weer een dikke B scoort op de toets!

Stel dat iets soortgelijks zich voordoet bij de andere vakken. Uw kind blijkt aan de hand van onze duidelijke stappenplannen ineens wel tot beter tekstinzicht te komen. Of hij snapt na onze uitleg ineens wel hoe die studieschema’s in elkaar steken. Dan stijgen de LOVS-niveaus niet tijdelijk, maar blijvend, omdat inzicht is gecreëerd.

Oefenen heeft dus wel degelijk zin en leidt daarmee tot een hoger schooladvies, ook al wil men ons doen geloven dat dit niet zo is. Of zou de school voor voortgezet onderwijs het kind dat met een prognose van 535 is aangemeld en uiteindelijk 543 haalt echt vasthouden aan het oorspronkelijke en zogenaamde definitieve VMBO-gt advies? Wij weten wel beter: natuurlijk doen ze dat niet!