Tagarchief: bijles

Ouders worstelen met huiswerk

83% van de ouders ondervindt problemen bij het helpen van hun kind met huiswerk. Een onderzoek onder 2000 ouders en 2000 kinderen van 9 tot 13 jaar geeft aan dat er bij beide groepen, ouders en kinderen, veel behoefte is aan een intensievere begeleiding door de school.

Het onderzoek kwam tot een aantal – soms wel opzienbarende – conclusies: de meeste ouders (81%) willen graag meer worden betrokken bij het onderwijs van hun kind en op de hoogte worden gehouden hoe zij hun kind het beste kunnen helpen met huiswerk. 84% van de ouders gaf aan dat op dit moment de school geen of weinig hulp biedt om kinderen te ondersteunen bij het maken van hun huiswerk. Bijna een kwart van de ouders geeft toe dat zij zichzelf niet voldoende in staat achten hun kind te helpen bij het maken van huiswerk.

Van de ondervraagde kinderen zei 37% regelmatig hun huiswerk niet te kunnen maken omdat er niemand was om ze daarmee te helpen. Van deze groep voelde 36% zich daardoor gefrustreerd en wilde in het vervolg geen huiswerk meer maken, had 29% van deze kinderen hierdoor een schaamtegevoel en was 27% van mening dat ze, omdat ze het huiswerk niet konden maken, niet goed zijn in het betreffende vak.

Een combinatie van twee factoren zou kunnen bijdragen aan een oplossing van deze problemen: enerzijds een betere communicatie naar ouders over de lesmethode en inhoud van de vakken en anderzijds meer aandacht op school voor een vak als ‘leren om te leren’.  Ouders willen meer worden betrokken bij het wel en wee van hun kind op school en in staat worden gesteld hun kind te helpen met huiswerk. Voor leerlingen zullen de kwaliteit van het onderwijs en de schoolprestaties beter worden als zij beter worden onderwezen in begrijpend lezen. Een belangrijk onderdeel van dit vak is het leren maken van een uitreksel: wanneer je in staat bent een goede samenvatting van een stuk tekst te maken, met andere woorden wanneer je in staat bent om hoofd- van bijzaken te onderscheiden, is daarmee de belangrijkste basis voor begrijpend lezen al gelegd. Kinderen die goed zijn in begrijpend lezen hebben minder problemen op school én met het maken van huiswerk.

Met het oog op de voorbereiding op de entreetoets in groep 7 en de Cito-toets in groep 8 hebben wij daar op ingespeeld:  omdat ouders willen dat hun kind goed is voorbereid op de toetsen van groep 7 en 8, staan er in onze oefensyllabi, naast een uitgebreide theoretische uitleg van alle toetsonderdelen, een groot aantal oefenopgaven om – samen – te kunnen oefenen. Het op een vergelijkbare manier aanbieden van algemeen lesmateriaal door scholen zou kunnen bijdragen aan meer betrokkenheid van ouders. De technologie om op een innovatieve en praktische manier ouders te adviseren over hoe zij hun kinderen beter kunnen ondersteunen – middels het digitaliseren van lesmateriaal en huiswerkopdrachten – is voor scholen al beschikbaar. Implementatie van die technologie zal bijdragen aan het belangrijkste einddoel: betere schoolprestaties.

Beter onderwijs levert geld op

Het onderwijs kan beter. Van de bijna twee en een half miljoen leerlingen die dagelijks de scholen voor basis en voortgezet onderwijs bezoeken, presteren de meesten op het niveau dat ze aankunnen. Maar, ruim 10% van de leerlingen presteert onder hun niveau. Als je kijkt naar hun cognitieve aanleg, halen ze minder hoge cijfers dan ze kunnen.

Er zijn dus, volgens een onderzoek van de onderwijsraad,  heel veel leerlingen die, gelet op hun aanleg, beter op school kunnen presteren dan ze doen. De omvang van het percentage onderpresterende leerlingen varieert van 10 tot 18% van de leerlinggroep, afhankelijk van de gekozen vergelijkingsmaatstaf.  Blijkbaar kan er in veel gevallen een beter match worden gemaakt tussen de eisen van het onderwijs en de mogelijkheden van een leerling. Want de mogelijkheden worden door onvolledig onderwijs niet optimaal benut.

Het ontdekken en stimuleren van talenten is een taak van het onderwijs. Dat ligt zeker voor de hand bij toptalent op het cognitieve vlak, maar ook voor de gemiddeld en minder begaafden moet de school zo goed mogelijk gunstige condities scheppen. Het onderwijs moet er naar streven bij elke leerling er uit te halen wat er in zit. De vraag is of het onderwijssysteem in Nederland talent voldoende herkent en kansen biedt. Het merendeel van de leerlingen presteert naar vermogen, maar er zijn leerlingen – hoe intelligent ook – die dat niet doen. Nog te weinig leerlingen bereiken voldoende toegerust het hoger onderwijs. Oorzaken daarvoor heb ik al eerder beschreven: de kwaliteit van het basisonderwijs, de kwaliteit van de PABO-opleiding en de situatie op scholen in het primair onderwijs. Talent moet worden gestimuleerd en als dat onvoldoende gebeurt is onderbenutting één van de gevolgen.

Dat incompetenties en onderbenutting in het basis- en voortgezet onderwijs moeten worden aangepakt is duidelijk. Maar ook economisch loont het zeer de moeite de kwaliteit van het onderwijs aan te scherpen: schattingen van de onderwijsraad geven bijvoorbeeld aan dat het wegwerken van (alleen al) taalachterstanden bij de huidige onderpresteerders in het basisonderwijs, 15 tot 18% van de leerlingen, tot een inkomenstoename van meer dan 2,5 miljard euro voor deze leerlingen zou leiden. Daarbij komen nog andere maatschappelijke baten, zoals besparingen op de kosten van gezondheidszorg, sociale zekerheid, criminaliteit en dergelijke. Er is werk aan de winkel…

Slechtste pabo’s in Amsterdam

Als trouwe lezer van dit blog weet u natuurlijk allang dat ik een mening heb over de kwaliteit van de pabo-opleiding. De onderwijsbond AOb heeft de kwaliteit van de Amsterdamse pabo vorige week woensdag gekwalificeerd als slechtste lerarenopleiding van Nederland. De Amsterdamse Ipabo, die ook een vestiging in Alkmaar heeft, kreeg eind vorig jaar, ondanks een herkansing, zelfs géén keurmerk van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Het artikel in de Telegraaf kunt u hieronder lezen.

Bron: de Telegraaf, 17 februari 2010

Vervelend voor de pabo, vervelend voor Amsterdam, maar het meest vervelend voor de pabostudenten….en een schande voor het onderwijs in Nederland.

Entreetoets (2): matige voorbereiding op basisschool

Een goede voorbereiding is het halve werk. Laat dat nu net het probleem zijn bij de entreetoets: op de meeste basisscholen sluit de gehanteerde lesmethode niet goed aan bij de normen die de Cito-groep hanteert. Bovendien wordt er niet specifiek geoefend op de belangrijkste onderdelen van de entreetoets, zoals dat wel gebeurt ter voorbereiding op de Cito-toets van groep 8.

Het reden die de scholen hiervoor geven, is dat er een eerlijker beeld kan worden gevormd over de capaciteiten van een leerling. Dit kan op zich een argument zijn, mits de basisvaardigheden in bijvoorbeeld rekenen en spelling voldoende zijn aangeboden op de basisschool. Toch is het in mijn ogen opzienbarend, omdat (meer) oefenen op de in de entreetoets gevraagde vaardigheden ongetwijfeld leidt tot betere resultaten. Eveneens zou een betere voorbereiding op zijn plaats zijn, omdat het behaalde resultaat voor de entreetoets van grote invloed is op het schooladvies voor het voortgezet onderwijs.

Met betrekking tot rekenen werken veel basisscholen met de methode ‘wereld in getallen’. In deze methode komen sommen over afstand, inhoud, oppervlakte en de relatie tussen breuken, procenten en decimalen weinig aan bod. In de entreetoets worden dit soort sommen juist wél gevraagd. Wanneer een leerkracht van de basisschool dan niet zelf extra aandacht schenkt aan deze categorieën zal een leerling op die onderwerpen dus niet goed presteren. Dat zegt in principe niets over de mogelijkheden van een leerling maar eerder over het gebrek aan aanbod vanuit de methode en/of de school. Zoals ik al eerder beschreef, wordt er op school eveneens (te) weinig aandacht besteed aan ‘handig rekenen’: bij het onderdeel ‘hoofdrekenen’ op de entreetoets is vaardigheid hierin van groot belang.

Hetzelfde probleem geldt voor de onderdelen ‘gatenteksten’ en ‘husselverhalen’ op de entreetoets. Bij gatenteksten wordt een tekst gegeven waar stukjes uit missen. De leerling kan dan uit 5 mogelijkheden kiezen om de tekst compleet te maken. Bij de husselverhaaltjes worden er vijf zinnen gegeven in een willekeurige volgorde. De leerling moet dan aangeven wat de eerste zin is of wat de laatste zin is. Het zijn beide belangrijke onderdelen van de entreetoets, die echter ook niet altijd voorkomen in de lesmethode van de basisschool. Door wél te oefenen op deze – toch best wel lastige – onderdelen van de toets krijgt een leerling vanzelfsprekend meer vaardigheid in het benaderen van het probleem. Zeker bij een onderdeel als ‘husselverhalen’, zijn er – ook weer – een aantal handigheidjes die helpen om het juiste antwoord te vinden.

De ervaring leert dat de entreetoets relatief moeilijker is dan de Cito-toets. Het niveau van toetsen is vergelijkbaar maar leerlingen die de entree toets maken, hebben minder onderwijs gehad ten opzichte van leerlingen die de Cito-toets maken. Het resultaat voor de entreetoets is wel te beïnvloeden; op de verschillende onderdelen is met voldoende oefening een goed resultaat te halen. Omdat de op de scholen gehanteerde lesmethode niet per se aansluit bij de gestelde vragen op de entreetoets, kan in sommige gevallen bijles van toegevoegde waarde zijn. De voordelen van bijles komen tot uiting in het specifiek voorbereiden van een leerling op de essentiële onderdelen van de entreetoets: (handig) rekenen, spelling, gatenteksten en de logica van husselverhalen. Juist omdat het basisschooladvies gebaseerd wordt op de resultaten van de entreetoets is een goede voorbereiding aan te bevelen.

Artikel in nrc next

De discussie over de kwaliteit van het onderwijs houdt de gemoederen nog steeds bezig. Vandaag een stuk met een tiental meningen over dit onderwerp op de opiniepagina van nrc next. Omdat het stuk niet integraal is gepubliceerd op de internetsite van de krant, heb ik voor de geïnteresseerden (met wat knip- en plakwerk) een kopie gemaakt:

Oefenen voor de Cito: helpt het?

Vandaag begint de Cito-toets. Menig ouder is bloednerveus, maar met de meeste kinderen valt dat wel mee. Ze hebben immers geoefend, op school of via speciale bijlessen en zijn inmiddels redelijk zeker van zichzelf.

Bijlessen voor de entree- of Cito-toets kunnen een bijdrage leveren aan een goede eindscore. Maar met die bijlessen moet wel eerst worden gewerkt aan het verbeteren van basisvaardigheden in rekenen en taal. Alleen oefenen op de vragen van de Cito-toets is natuurlijk een mogelijkheid. Er kan misschien een betere score worden behaald dan in eerste instantie mocht worden verwacht. Want Cito stelt elk jaar weer dezelfde soort, in ieder geval vergelijkbare, vragen. En, hoe vaker je oefent, des te beter je wordt. Maar toch heeft dit slechts een kortstondig effect, zeker als die basis onvoldoende is. Een leerling met vmbo-advies die door goed oefenen een havo-score behaalt, wil straks op die havo wel kunnen meekomen.

In Het Parool was er gisteren iemand aan het woord die zelfs meende dat het IQ van een kind stijgt als er maar goed genoeg wordt geoefend op de Cito-toets. Gekker moet het toch niet worden! Intelligentie is niet te beïnvloeden door het oefenen van een toets; routine wel, en dat is iets anders. De routine is alleen van toepassing op die ene toets. Het effect is dus van korte duur en daarmee ook het resultaat van de -in dit geval- dure bijlessen. Alleen oefenen op de Cito-toets resulteert in een piek-prestatie, en het is maar de vraag of de daardoor behaalde score straks ook aansluit bij de vaardigheden die de leerling in het voortgezet onderwijs moet laten zien.

Wat het beoogde schoolniveau ook is, de ‘brugpieper’ zal zich op het voortgezet onderwijs alleen dán thuis voelen, als die opleiding aansluit bij zijn of haar capaciteiten. En die capaciteiten worden voornamelijk bepaald door een goede basis, voornamelijk in rekenen en taal. Het leggen van die basis is wel een goede reden voor bijlessen.

De kwaliteit van het onderwijs

Ik heb het er al eens over gehad, de kwaliteit van het reken- en taalonderwijs op de basisschool. Een kwaliteit die wordt bepaald door het opleidingsniveau van de leraren. In de meeste vakonderdelen zijn leraren goed opgeleid (algemeen pedagogisch-didactische vakken), in een paar iets minder (vakkennis van rekenen en taal).

Op ons bijlesinstituut merk ik dagelijks dat de kinderen van nu eigenlijk allemaal leuke kinderen zijn: ze zijn sociaal, hulpvaardig, hebben geen vooroordelen, zijn op de hoogte van belangrijke normen en waarden en ze zijn goed in zelfstandig werken maar ook in het samenwerken met anderen. Deze vaardigheden worden kinderen mede op de basisschool aangeleerd en wat dat betreft zit het onderwijs op de basisschool dus heel goed in elkaar. De problemen liggen meer bij het aanleren van reken- en taalvaardigheden en dus bij de competenties van de betreffende leraren.

Naomi is 12 jaar en volgt sinds drie weken bijles bij ons. Bijles voor de cito-toets, die al over anderhalve week plaatsvindt. Misschien een beetje aan de late kant begonnen met de bijles, maar dat kwam omdat zij en haar ouders waren geschrokken van het schooladvies, dat haar juf half december had gegeven. Vmbo-t kwam er uit de bus en dat was toch wel laag, vonden ze. Het advies was gebaseerd op de uitslag van de entreetoets van vorig jaar en op het Leerling Volg Systeem, dat de schoolprestaties van kinderen vanaf groep 3 bijhoudt.

Naomi is hier nu vier keer – 2 uur per keer – geweest en de laatste keer heb ik haar een spellingtoets en een rekentoets laten maken. Voor de spellingtoets behaalde zij een resultaat van 82% en voor de rekentoets een resultaat van 79%. Met deze resultaten zou Naomi op z’n minst een havo-advies moeten krijgen, maar nog waarschijnlijker een havo/vwo-advies. Blijkbaar schort er iets aan het gegeven schooladvies. En blijkbaar schort er ook iets aan het niveau van de gegeven taal- en rekenlessen op school. Als wij er in 8 lesuren in slagen om dat niveau sterk te verbeteren dan zegt dat iets over de kwaliteit van het onderwijs op de betreffende basisschool.

Natuurlijk zijn er grote kwaliteitsverschillen tussen de verschillende basisscholen en dus zijn er ook veel scholen waar prima les wordt gegeven. Maar toch zijn, in mijn ervaring, de taal- en rekenvaardigheden altijd onvoldoende, zelfs bij kinderen met een vwo-advies. Leraren op school hebben vakinhoudelijk te weinig kennis en zouden meer tijd moeten besteden aan nascholing. Ook het feit dat (te) veel pabo-studenten met taal en rekenen onder het niveau van een goede basisschoolleerling van groep 8 zitten, geeft aan dat de kwaliteit van het onderwijs in de nabije toekomst niet veel zal verbeteren. Hoewel staatssecretaris Van Bijsterveldt van Onderwijs al wel afspraken heeft gemaakt met de HBO-raad over kwaliteitsverbetering van de lerarenopleiding en ook basisscholen heeft aangezet om de ter beschikking gestelde gelden voor nascholing van leraren daadwerkelijk te gaan gebruiken, krijgen de Naomi’s van Nederland nog steeds niet waar ze recht op hebben.

Niveau taal en rekenen nog steeds onder druk

Kennis van taal, vaardigheden in rekenen, het lijkt minder vanzelfsprekend te worden. Recentelijk hebben verschillende onderzoeken uitgewezen dat het taal- en rekenniveau van de Nederlandse basisscholieren is gedaald.  Zo gaf het toonaangevend internationaal onderzoek TIMSS (Trend in International Mathematic and Science Study) onlangs aan dat basisscholieren in Nederland al sinds medio jaren negentig minder goed zijn gaan lezen en rekenen. Het is er nog niet beter op geworden. TIMSS gaf geen oorzaken aan, maar spreekt wel van een trend. Ook de onderwijsinspectie meldde in mei 2008 dat het aantal leerlingen met “ontoereikende basisvaardigheden” in taal en rekenen toeneemt. Minister Plaskerk van Onderwijs heeft dit bevestigd. Ook nu werd een echte oorzaak niet gegeven, maar er werd wel gemeld dat er op de basisscholen te weinig een beleid wordt gevoerd waar de prestaties centraal staan.

Taal: lees- en schrijfvaardigheid, grammatica en spelling. Eén van de primaire vakken die een basisschool op niveau zou moeten onderwijzen, maar het neemt een steeds minder belangrijke plaats in. Rekenen: hoofdrekenen, cijferen, meten, tijd, breuken, et cetera. Kinderen zijn er niet goed in. Volgens een artikel in NRC Handelsblad worden de gebrekkige rekenvaardigheden veroorzaakt door onkundige leraren en een gebrekkige opleiding. Ook aan de kwaliteit van het ‘realistisch rekenen’ zoals die nu op de basisschool in gebruik is, wordt getwijfeld.

Het is om triest van te worden; zonder deze belangrijke basisvaardigheden zal een vervolgopleiding voor velen een onnodig  zware dobber worden. Het basisonderwijs moet een basis leggen en dat doet het blijkbaar onvoldoende. Persoonlijk heb ik nooit helemaal begrepen waarom de accenten in het nieuwe basisschoolonderwijs voor zo’n groot deel verschoven zijn naar projectonderwijs, zelfstandigheid en het vermogen tot samenwerking van een leerling; op school worden leerlingen immers gestimuleerd om met elkaar samen te werken en elkaars werk na te kijken en daarmee is de sturende rol van de leerkracht minder geworden. Natuurlijk is samenwerking en zelfstandigheid best belangrijk, maar het wordt minder relevant als het ten koste gaat van kwalitatief goed onderwijs in rekenen en taal.  Want hoe kan de niveaudaling anders worden uitgelegd? Blijkbaar wordt er te weinig tijd besteed aan de zaken die van primair belang zijn: taal en rekenen.

Het geven van bijles is er altijd geweest. Bijles was eigenlijk alleen van toegevoegde waarde als een leerling minder goed kon meekomen met het gemiddelde van de klas. Het niveau en tempo van lesgeven wordt immers bepaald door dat gemiddelde. Voor extra aandacht is er te weinig tijd en dan zijn bijlessen in veel gevallen een uitkomst. Maar het is op z’n zachtst gezegd opmerkelijk te noemen dat leerlingen met een achterstand die hier voor bijles komen binnen redelijk afzienbare tijd weer bijgespijkerd zijn in hun basisvaardigheden. Met de juiste uitleg en een redelijke dosis aandacht zijn spelling en rekenen echt niet zo moeilijk.  In niet teveel tijd kan die broodnodige basis worden gelegd, een basis die van groot belang is voor de toekomst. Maar blijkbaar is die tijd er niet meer op school. Kunnen we niet beter teruggaan naar de basis? Ik denk van wel, zeker als leerlingen uit groep 8 die hier bijlessen volgen de PABO-rekentoets met goed gevolg weten te maken, in tegenstelling tot circa 25% van de PABO-studenten. En die studenten zijn wel de leraren van morgen…

Elfstedentocht 2010

Een lange vorstperiode in Nederland maar een laagje sneeuw blijkt vooralsnog het droomscenario, van de mooiste tocht over 200 kilometer die Nederland rijk is, te laten mislukken. Vooropgesteld dat er heel veel mensen zijn die over dit onderwerp een mooi verhaal kunnen schrijven, is dit natuurlijk niet de aangewezen plek om deze ‘tocht der tochten’ te bespreken. Het viel mij alleen op dat er wel een paar overeenkomsten bestaan tussen de elfstedentocht en de aanstaande cito-toets.

200 kilometer schaatsen en een citotoets die bestaat uit 200 vragen, een tocht der tochten en een examen der (basisschool)examens, een elfstedentocht en een cito die bestaat uit elf (voor de eindscore meetellende) onderdelen:

Taal bestaat uit 4 onderdelen: invullen van teksten (30), spelling (20), begrijpend lezen (30) en woordenschat (20). Studievaardigheden bestaat ook uit 4 onderdelen: studieteksten (10), informatiebronnen (10), lezen van schema’s, tabellen en grafieken (10) en kaartlezen (10). Rekenen tenslotte bestaat uit 3 onderdelen: getallen en bewerkingen (25), verhoudingen, breuken en procenten (20) en meten, meetkunde, tijd en geld (15). Daarnaast zijn er nog 90 vragen wereldoriëntatie (aardrijkskunde (30), geschiedenis (30) en biologie (30)) die niet meetellen voor de eindscore.

Om te voorkomen dat in de laatste weken van de voorbereiding op de cito-toets het geheugen ondergesneeuwd raakt, hebben wij voor onze leerlingen een lijst samengesteld van fouten die veel worden gemaakt. Hoewel de cijfertjes en begeleidende tekst van de vragen natuurlijk elk jaar veranderen, zijn het soort vragen van de cito-toets, voor een groot deel,  steeds hetzelfde. Men kan zich dus redelijk goed voorbereiden op de toets. Hoewel wij hier een duidelijke mening over hebben, wordt door te oefenen op vaak voorkomende problemen wel het pad geëffend voor een hogere score.

Een sterk verkorte versie van de lijst ter illustratie:

Met de cito-toets gaat het voor onze leerlingen allemaal wel goed komen, nu nog de elfstedentocht….

De post met de rekentoets werd zeer goed ontvangen en veelvuldig bezocht. Eind deze week zullen wij daarom een oefentoets ‘studievaardigheden’ plaatsen, om uw kind nog even te kunnen vermaken en misschien zelfs om uw eigen cito-geheugen nog even op te frissen.

CITO stress…?

De meeste kinderen die bij ons bijlessen volgen ter voorbereiding op de cito-toets zijn er helemaal klaar voor. De leerachterstanden zijn weggewerkt en de basis voor een goed begrip van taal en rekenen is gelegd. De laatste 4 weken gaat het er om de puntjes op de i te zetten.

Het accent van de bijlessen ligt op het wegwerken van leerachterstand, het zorgen voor een brede (kennis)basis op het gebied van spelling, begrijpend lezen en rekenen en het geven van zelfvertrouwen aan de leerling. Zonder een goed gevormde basis is het moeilijk om verder te komen. Alleen oefenen met opgaven uit oude cito-toetsen heeft slechts beperkte zin; er wordt alleen een korte-termijneffect mee bereikt. En een tijdelijke piek in de prestaties is niet iets om na te streven. Integendeel, een brede basis en doelgerichte aandacht zorgen in de eerste plaats voor een maximaal rendement en in de tweede plaats wordt het (opnieuw) oplopen van een achterstand voorkomen.

Maar goed, momenteel wordt alle aandacht wel opgeëist door de cito-toets. Wat wordt er allemaal gevraagd in deze drie dagen? Een kleine samenvatting:

Het onderdeel wereldoriëntatie telt niet mee voor de uiteindelijke score. Er blijven dus 200 vragen over die voor de score even zwaar meetellen. Met 100 vragen telt het onderdeel taal dus het zwaarst (50%) mee in de toets. Het verdient aanbeveling nog een keertje de regels voor werkwoordspelling door te nemen (tegenwoordige tijd-verleden tijd-voltooid deelwoord). Ook het lezen van nog één of twee boeken voor eind januari kan eigenlijk alleen maar goed doen voor het -relatief grote onderdeel- begrijpend lezen. Voor oefenen op het onderdeel rekenen kan ik u verwijzen naar een eerdere post.

Zoals al eerder besproken, wordt de invloed van de cito-score op de keuze voor een vervolgschool in het voortgezet onderwijs steeds kleiner. En daarmee waarschijnlijk ook de hype van de cito-toets. De alomvattende aandacht die ook de media elk jaar in februari aan de cito-toets geven, zal kleiner worden. Het accent zal verschuiven naar de entreetoets: de basisschool zal na deze toets al met een advies voor schoolkeuze komen.