Tagarchief: basisvaardigheden

Rekenniveau in Nederland

Integraal overgenomen van de site van GeenStijl: een betoog over de dramatische stand van zaken van het Nederlands rekenonderwijs, geschreven door iemand met verstand van zaken.

Open brief aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Geachte mevrouw Van Bijsterveldt,

Anderhalf jaar geleden haalde mijn dochter tweeën en drieën voor haar wiskundeproefwerken in klas 3vwo. Ik keek waar het mis ging. Ze bleek vooral niet met breuken te kunnen omgaan. Toch is mijn dochter een slimme meid. Ze had destijds op de basisschool de maximale Citoscore gehaald. Kennelijk deugen zowel het rekenonderwijs op de basisschool als de Citotoets niet. Hoe kan dat? Het Traditioneel Rekenen is rond de 40 jaar geleden afgeschaft; nu is er het rampzalige Realistisch Rekenen. Jan van de Craats schrijft daarover in het zwartboek: “Waarom Daan en Sanne niet kunnen rekenen.”

Mijn zoon gaat binnenkort Wiskunde studeren in Leiden, net als ik 33 jaar geleden. Hij heeft net VWO eindexamen gedaan in de Wiskunde B variant, die voorbereidt op de exacte wetenschappen. Ik heb naar dat examen (pdf) gekeken. Het was een vreselijk ratjetoe, 12 vellen dik (ik dacht dat 1 A4-tje normaal was). Inzicht in wiskundige functies werd nauwelijks getoetst; wel de behendigheid om knopjes op een rekenmachine in te drukken.

Nutteloze vormen van wiskunde
Er was een paginagroot verhaal bij over een kunstenares. Leuk voor het vak Nederlands of CKV, maar misplaatst op een wiskundetoets. Op de volgende bladzijde stonden er drie priegelige tekeningetjes naast elkaar, en daaronder een vraag over het middelste tekeningetje; eigenlijk een soort ogentest. Andere opgaven gingen over wirwarren van driehoeken, vierhoeken en cirkels: een nutteloze vorm van wiskunde. Erger nog: je weet gewoon niet waar je moet beginnen om de vraag te beantwoorden. Dit toetst nauwelijks een wiskundige vaardigheid. Inmiddels heeft het College voor Examens laten weten dat maar liefst 3 van de 17 opgaven Wiskunde-B niet meetellen (pdf) voor de beoordeling. De reden vertelt men niet, maar het zal iets met kwaliteit te maken hebben.

Een sterke lobby verdedigt de rekenramp met blabla-verhaaltjes en drogredenen over het belang van inzicht, ‘handig rekenen’, en verhaaltjesrekenen. Zo schreven achttien hoogleraren in 2008 in NRC: “‘Realistisch rekenen’ niet goed? Kinderen presteren juist beter.” Onder hen was Diederik Stapel, bekend van de verzonnen onderzoeksgegevens. Het realistisch rekenen is een nog veel grotere en schadelijkere oplichterij: er is geen empirische onderbouwing dat die methode goed werkt – integendeel.

Slecht rekenen is moord
Ik vond deze twee citaten op BeterOnderwijsNederland.nl:

“In arren moede zijn we op onze faculteit maar weer begonnen om in de eerste weken van het collegejaar het elementaire rekenen met breuken te behandelen, tot grote verbazing en hilariteit van onze buitenlandse studenten (Chinezen en Koreanen) die zich terecht afvragen in wat voor land ze eigenlijk terechtgekomen zijn.”

“Het beroemdste voorbeeld is natuurlijk de verpleegster die voor moord werd aangeklaagd omdat ze een patiënt een overdosis insuline had gegeven. Haar (oprechte) verweer was dat ze simpelweg het recept van de dokter had uitgevoerd: “Vorige week moest ik 0,1 mg geven, en deze week stond er plotseling 0,10 mg, dat is dus 10 keer zoveel…”

Eind 2011 dienden D66 en de SGP in de Tweede Kamer een motie in om het gebruik van de rekenmachine bij toetsen en examens te beperken. Maar, mevrouw de minister, u wilde eerst advies inwinnen, en de motie werd aangehouden. In april kwamen de adviezen binnen, van het College voor Examens en het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling SLO. U schreef de kamer dat er geen verdere maatregelen nodig zijn. Maar, zoals uit de bijlage van het SLO-rapport blijkt, zowel de vereniging Beter Onderwijs Nederland als de Stichting Goed Rekenonderwijs keurden het advies van SLO af. En Jan Karel Lenstra, voorzitter van de KNAW-rekenonderwijscommissie schreef over het SLO-advies: “(…) het rekenonderzoek in ons land heeft een ongewenste traditie van vooringenomenheid en ik verzet me daartegen. Dat een verdere inperking van het gebruik van de rekenmachine op school in strijd is met wat men buiten de school doet is een heel slecht argument. Buiten de school viert de gemakzucht hoogtij. Een taak van de school is nu juist de kinderen te leren daaraan zo lang mogelijk te ontsnappen.” De facto diskwalificeert Lenstra hiermee het SLO-rapport.

In 2010 had de Tweede Kamer besloten dat vanaf 2013 alle leerlingen in het voortgezet onderwijs een rekentoets moeten afleggen. U heeft toen als staatssecretaris gezegd dat de leerlingen daarbij geen rekenmachine zouden mogen gebruiken. Tegen deze afspraak in blijkt nu dat toch ruim 80% van de vragen met een rekenmachine mag worden opgelost. Verhaaltje lezen, plaatje kijken, knopjes drukken, antwoord intypen: wie dat goed kan slaagt; geen probleem als je niet kan rekenen en zelfs de tafel van 2 niet kent. De overige ‘echte’ rekenopgaven zijn eenvoudig en kunnen met “handig rekenen” worden opgelost, dus zonder standaardrekenmethodes.

Rekenramplobby
Eigenlijk hadden we dit bedrog kunnen verwachten; de machtige rekenramplobby saboteerde een serieuze rekentoets die haar zou kunnen ontmaskeren. Maar deze maand bleek uit een proef dat scholieren zelfs met de quasirekentoets dramatisch slecht scoren.

Mevrouw de minister: gooit u alstublieft al die onzinrapporten in de prullenbak; smijt de rekenmachines, deze ‘weapons of math destruction‘, het wiskundelokaal uit, en stop de rekenramp. Onze kinderen hebben daar recht op.

André van Delft
Wetenschapper en software-ontwikkelaar

P.S. Ohja, dit is ook leuk. Ik kwam bij BeterOnderwijsNederland de methode ZOEFI tegen. Dit is echt verschrikkelijk. Totale debilisering van groep 8. Zie ook de link in die comment naar deze video. “fi” in de URL staat voor Hans Freudenthal; de wiskundige die vorige eeuw met goede bedoelingen het rekenen om zeep heeft geholpen.

 

Cito-toets 2013 – wat je moet weten (deel 1)

Goed kunnen rekenen met procenten is natuurlijk een vereiste voor de Cito-toets. Goed om te weten is dat procenten eigenlijk hetzelfde zijn als breuken; 12% betekent niets anders dan 12/100, oftewel 12 van de honderd. 12/100 kun je dan weer vereenvoudigen (kleiner maken) door zowel teller als noemer door 4 te delen: 3/25. Omgekeerd kun je natuurlijk van een breuk eenvoudig een percentage maken:  12/25 is hetzelfde als 48/100 (teller en noemer met 4 vermenigvuldigen, want procent betekent ‘van de 100’). 48/100 is dus 48%.

In de Cito-toets kunnen opgaven over procenten op een aantal verschillende manieren worden gesteld. Van de vaak voorkomende soorten zie je hieronder een voorbeeld:

BeterBijles.nl – procenten

Entreetoets uitslag 2011

De uitslag van de Entreetoets 2011 druppelt inmiddels bij veel basisscholen binnen. In veel gevallen wordt aan deze uitslag een schooladvies (en een verwachte Cito-score) gekoppeld. Hoe dit schooladvies er uit ziet,  is echter niet alleen afhankelijk van de behaalde score op de toets.

In voorgaande jaren kon aan de hand van het leerlingprofiel  in één oogopslag worden gezien met welk schooladvies rekening kon worden gehouden. Tot 2010 correspondeerden de romeinse cijfers op het uitslagformulier met een type middelbare school; tegenwoordig wordt bij de omschrijving een andere betekenis aan deze cijfers toegekend (I = ver boven het gemiddelde, II = boven het gemiddelde, III = gemiddelde, IV = onder het gemiddelde en V = ver onder het gemiddelde). De reden hiervoor is, dat het te geven schooladvies mede afhankelijk is van de gegevens van het leerlingvolgsysteem en de houding en motivatie van de leerling.

Ook dit jaar krijgen wij veel reacties en vragen van ouders die onaangenaam verrast zijn door het behaalde resultaat op de Entreetoets. Vaak ligt de oorzaak hiervan in het feit dat de resultaten van hun kind op school altijd goed zijn geweest (in 10-minuten gesprekken vaak bevestigd door de leerkracht), maar dat de uitslag van de toets niet met deze resultaten in overeenstemming is. Een aantal redenen hiervoor heb ik al in een eerdere post beschreven, maar een van de belangrijkste oorzaken blijft toch dat er een grote discrepantie is tussen  de manier van vragen stellen op school en in de Entree- of Cito-toets.

Niet alleen de manier van vragen stellen in proefwerken maar zeker ook de uitleg in de klas voldoet niet altijd aan de eisen die (door het Cito) aan een leerling worden gesteld om een toets met goed gevolg te kunnen afleggen. Daarnaast kan het ook zo zijn dat een leerling, op het moment dat de Cito-toets moet worden gemaakt, door onvoldoende voorbereiding nog nerveuzer wordt dan hij al is.

Natuurlijk wilt u graag dat uw kind straks op de Cito-toets een score haalt die in overeenstemming is met zijn of haar capaciteiten. Niet dat de leerkracht straks zegt dat uw kind het op school altijd beter heeft gedaan dan uit de uitslag van de Cito-toets valt op te maken. Zeker omdat veel middelbare scholen de toelating van een kind laten afhangen van de Cito-score is een meer dan goede voorbereiding op de Cito-toets van belang. Met een duidelijke en uitgebreide uitleg van de basisstof wordt voorkomen dat een leerling onder zijn niveau presteert.

Beter-Bijles biedt u en uw kind hiertoe de mogelijkheid: het Oefenboek voor de Cito-toets. Een letterlijk unieke syllabus vanwege de complete uitleg van alles wat een leerling voor de Cito-toets moet weten (ander materiaal omvat alleen oefeningen). De benodigde theoretische kennis wordt eerst uitvoerig besproken en verduidelijkt en een en ander wordt doorspekt met oefeningen. Aan het eind van elk onderdeel staan oefentoetsen, waarvan de vragen lijken op de vragen zoals deze worden gesteld op de Cito-toets. Als u geïnteresseerd bent, kunt u dit (vernieuwde) oefenboek hier bestellen.

Bijvoeglijk gebruik van een voltooid deelwoord

In de bijlessen die worden gegeven bij Beter-Bijles blijkt vaak dat kinderen het moeilijk vinden om bijvoeglijk gebruikte voltooide deelwoorden correct te schrijven. Omdat in zowel de Entree- als de Cito-toets een leerling de juiste spelling moet kunnen herkennen, volgt hieronder een korte uitleg.

De tafel is geverfd; de foto is vergroot; de pannenkoek is gebakken. Het voltooid deelwoord kun je ook bijvoeglijk gebruiken (een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord); het komt dan voor het zelfstandig naamwoord te staan: de geverfde tafel, de vergrote foto en de gebakken pannenkoek.

Over het algemeen eindigen bijvoeglijke naamwoorden op een -e. Dat geldt ook voor bijvoeglijk gebruikte voltooide deelwoorden van zwakke werkwoorden. Veel voltooide deelwoorden van sterke werkwoorden eindigen op -en. Wanneer een voltooid deelwoord van een sterk werkwoord bijvoeglijk wordt gebruikt, blijft de -en staan (de gebakken pannenkoek, het gestolen sieraad, de gebarsten vaas).

Een tweede regel is dat een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord altijd zo kort mogelijk moet worden geschreven. De vergrote foto in plaats van de vergrootte foto; de verbrande kolen in plaats van de verbrandde kolen. Overigens geldt het ‘zo kort mogelijk schrijven’ ook voor de verleden tijd meervoud van sterke werkwoorden: wij betraden het huis (i.p.v. betraadden) of zij boden op het schilderij (i.p.v. zij boodden).

Entreetoets 2011

Op de meeste basisscholen wordt de Entreetoets van groep 7 afgenomen in april of mei. Met deze toets worden de basisvaardigheden van leerlingen op de onderdelen Taal, Rekenen-Wiskunde en Studievaardigheden gemeten. De toets wordt door Cito nagekeken en voor elke leerling ontvangt de school een Leerlingprofiel op papier. Dit profiel zal uiteindelijk de belangrijkste basis vormen voor het schooladvies dat uw kind in groep 8 zal krijgen.

Meer (algemene) informatie kunt u vinden in de Ouderfolder Entreetoets (downloaden via deze pagina). In deze folder worden ook zaken als Leerlingprofiel en de berekening van de score in percentielen uitgelegd. De verschillende toetsonderdelen en het aantal te stellen vragen per onderdeel kunt u aflezen in onderstaand schema.

De cursieve onderdelen zijn optioneel en tellen niet mee bij de berekening van de totaalscore Taal en de totaalscore Entreetoets.

Het nut van bijles (2)

In de media gaat het weer eens over de kwaliteit van het onderwijs. Aankomende mbo-studenten halen bij de start van hun opleiding vaak niet eens het niveau dat ze aan het eind van de basisschool bereikt moeten hebben. Vooral met rekenen is het probleem zeer precair.

Met taal blijft 25% van de leerlingen steken onder het gemiddelde niveau van de basisschool; met rekenen haalt zelfs 50% (!) dit gemiddelde niveau van groep 8 niet. Het betreft hier niet zo maar een steekproef: 60.000 studenten van het mbo zijn de afgelopen maanden getoetst op hun vaardigheden. De toetsen, opgesteld door Bureau ICE, sluiten aan bij de zogeheten referentieniveaus die sinds het begin van dit schooljaar in de wet vastliggen. Daarin is per schoolsoort bepaald wat een leerling aan de eindstreep moet kunnen op het gebied van rekenen en taal.

Eerder heeft de overheid al aangegeven voor de periode 2010-2013 50 miljoen per jaar extra te investeren om de taal- en rekenvaardigheid  te verbeteren. Misschien dat deze investering de komende jaren zijn vruchten gaat afwerpen, maar de conclusie vooralsnog luidt wel dat de kwaliteit van het onderwijs ver ondermaats is. Want wanneer 50% van de mbo-studenten slechter rekent dan een gemiddelde achtste-groeper betekent dit natuurlijk wel dat het genoten onderwijs ruim onvoldoende is geweest. Het nut van bijlessen is hiermee eveneens aangetoond. Met twee uur bijles per week worden hier zonder problemen de voorgeschreven referentieniveaus gehaald. Waarom lukt dat niet in vijf dagen school per week?

Laten we beginnen met gewoon weer ouderwets veel aandacht te besteden aan taal en rekenen en minder tijd te besteden aan het stimuleren van sociale vaardigheden en ‘gefröbel’ in de klas. En investeren in primair en voortgezet onderwijs is natuurlijk van belang, maar een zwaarder accent op het verbeteren van lerarenopleidingen lijkt van primair belang om de kwaliteit van het onderwijs op een acceptabel niveau te krijgen.

Oefenen voor de Cito-toets of niet?

In het tijdschrift Psychologie Magazine staat in het nieuwste (februari)nummer een artikel over ‘Het Cito-dilemma’, waarin Manon Sikkel een antwoord probeert te vinden op de vraag of oefenen voor de Cito-toets wel of niet zinvol is. Hieronder vindt u het betreffende artikel.

Het belang van de ‘jiuste’ spelling…..

Rekenen met Sinterklaas

De stichting taal en rekenen heeft een aardig spel online gezet om het leren van handig rekenen te bevorderen. Eigenlijk is het spel leuk voor iedereen maar door kinderen vanaf groep 6 kan het ook al worden gespeeld.

De bedoeling van het spel is om voor elk symbool een getal te kiezen, zodat alle optellingen in het vierkant kloppen met de getallen die onder en rechts staan. Een leuke manier om de rekenvaardigheid te bevorderen. Het spel kan worden gespeeld op de site van rekenweb.nl.

Het SLO (Stichting Leerplanontwikkeling Nederland) timmert trouwens redelijk aan de weg om het algemene reken- en taalniveau in het onderwijs omhoog te krijgen. Via een tal van nieuwe initiatieven laat men zien hoe op verantwoorde wijze naar het referentieniveau voor rekenen, spelling en taal kan worden toegewerkt. Dit gebeurt rechtstreeks op de basisscholen, maar ook op de pabo. Op deze sites kun u meelezen over de nieuwe plannen en intiatieven.

Getalbegrip is noodzakelijk voor het leren rekenen. Maar het valt niet altijd mee om te peilen hoe het staat met het getalbegrip van leerlingen. Ook kan het lastig zijn om leerlingen te laten oefenen met specifieke onderdelen hiervan. Rondje Rekenspel, een pakket rekenspellen, helpt leraren en leerlingen op weg. In de spellen komen kennis, vaardigheden en inzichten op het gebied van
getalbegrip in samenhang aan de orde. Nog even wachten, maar in het voorjaar verschijnt de map Rondje Rekenspel met vijftig spellen rond getalbegrip. Uw basisschool kan u meer informatie geven.

Cito-toets oefenen!

Begin februari begint de Cito-toets. Op veel basisscholen is al een begin gemaakt met het oefenen van de stof en de manier van vraagstelling, maar is die voorbereiding wel voldoende? Waarschijnlijk is het aan te bevelen, voordat het echte werk begint, eerst nog een Oefen-Cito te maken. Niet alleen om de kennis te testen, maar ook om straks beter met de Cito-stress te kunnen omgaan.

Beter-Bijles heeft al een aantal oefenboeken op haar naam staan, beide een uitgebreide en succesvolle leermethode, waarmee een leerling van groep 7 of groep 8 zich op een efficiënte manier kan voorbereiden op de Entree- en Cito-toets.

Nu hebben wij een Oefen-toets samengesteld die is gebaseerd op opgaven uit de meest recente CITO-toetsen (2008 tot en met 2010). Alle onderdelen komen aan bod: taal, begrijpend lezen, spelling, rekenen en studievaardigheden. De toets is qua grootte vergelijkbaar met de helft van de eigenlijke Cito-toets en de inhoud, de samenstelling en het gewicht van de verschillende onderdelen zijn hetzelfde als in de ‘echte’ Cito-toets.

Door het maken van deze Oefen-Cito kan uw kind alvast vertrouwd raken met procedure, tijdsdruk, problematiek en vraagstelling zoals deze bij de eigenlijke toets naar voren zullen komen. Hierdoor wordt een realistisch beeld verkregen van de actuele kennis en krijgt u een nauwkeurige indicatie van de te verwachten Cito-score. Bovendien kan, naar aanleiding van het resultaat van de gemaakte Oefen-Cito, bijtijds worden ingegrepen om eventuele zwakke punten nog extra aandacht te geven.

Voor het maken van de toets staat 2 uur en 15 minuten. Nadat de antwoorden van de gemaakte toets door Beter-Bijles zijn terugontvangen, worden deze nagekeken. Vervolgens ontvangt u van ons een analyse van het resultaat, de behaalde Cito-score en een advies met betrekking tot eventuele aandachtspunten.

Wanneer u geïnteresseerd bent om uw kind deze Oefen-Cito te laten maken of als meer informatie wilt ontvangen,  kunt u ons dit laten weten door een e-mail te sturen naar: info@beter-bijles.nl.