Tagarchief: basisvaardigheden

Citotoets Oefenboek groep 8 – 2017

Oefenen voor de Citotoets en de LOVS-toetsen van 2017. Elk kind kan béter: door een duidelijke uitleg en veel oefenen met opgaven op het juiste niveau gaan de prestaties omhoog. Want verantwoord en gericht oefenen op de vraagstelling van de Cito zorgt voor meer zelfvertrouwen en betere resultaten. Kijk niet verder, u heeft het beste boek gevonden!

Het Citotoets Oefenboek van Beter Bijles (185 pagina’s) is het beste boek ter voorbereiding op alle toetsen van groep 8. Dit zeggen veel tevreden ouders en ook basisscholen, die vorig schooljaar hun leerlingen met het materiaal van Beter Bijles optimaal hebben voorbereid.

Bevindingen van ouders kunt u lezen in de reacties onder dit bericht.

Schermafbeelding 2016-07-19 om 11.58.38

Taal en rekenen

Spelling: 53 pagina’s met uitleg en oefeningen

Grammatica: 10 pagina’s met uitleg en oefeningen                                                     (Redekundig- en Taalkundig ontleden, Hoofdzin en Bijzin, Interpunctie)

Begrijpend Lezen: 40 pagina’s uitleg, stappenplannen, teksten en opdrachten        (Werken met teksten en vragen: tekstbegrip, schrijven, foutenteksten en gatenteksten)

Studievaardigheden: 32 pagina’s met uitleg en oefeningen                                              (Werken met Tabellen en Grafieken, Diagrammen, Schema’s, Opzoekvaardigheden, Kaarten en kaartgebruik)

Rekenen: ruim 60 pagina’s uitleg, handige tips&tricks en oefenopgaven. (Getallen, Verhoudingen , Meten en meetkunde , Verbanden)

Alle opdrachten en oefeningen in onze boeken zijn op Cito-niveau, zodat uw kind optimaal wordt voorbereid op de vragen zoals het Cito deze stelt in de toetsen van het leerlingvolgsysteem, de entreetoets en de Cito-Eindtoets.

U kunt het nieuwe, zeer complete Leer- en Oefenboek voor groep 8 hier bestellen. U ontvangt dan de nieuwste versie 2017.

 

Eindtoets 2015 – hoofdzin en bijzin

Morgen is alweer de derde en laatste dag van de Eindtoets. Een nieuw onderdeel dat door het Cito wordt bevraagd is grammatica. Enkele onderwerpen zijn  de eerste twee dagen al aan bod gekomen, maar morgen zullen er vragen worden gesteld over hoofd- en bijzin.

Lauren gaat morgen winkelen. Diana geeft les aan groep 7. Elena vindt het leuk om morgen op vakantie te gaan.

Hierboven staan drie hoofdzinnen. Het kenmerk van een hoofdzin is dat onderwerp en persoonsvorm direct naast elkaar staan. Tussen het onderwerp en de persoonsvorm kan dus niets anders staan. Een hoofdzin ziet er over het algemeen zo uit: onderwerp + persoonsvorm (+ andere zinsdelen + ander werkwoordsvormen). De persoonsvorm staat altijd op de tweede plek in de hoofdzin (behalve bij vraagzinnen).

Schermafbeelding 2015-04-22 om 15.53.05

In een bijzin staan onderwerp en persoonsvorm vaak ver uit elkaar. Er kunnen dus wel andere woorden tussen het onderwerp en de persoonsvorm staan. Een paar voorbeelden (de bijzin is schuin gedrukt):

Ik heb gehoord, dat Thomas morgen op vakantie gaat. De hoofdzin is ‘Ik heb gehoord’ (onderwerp ‘Ik’ en persoonsvorm ‘heb’ staan naast elkaar). De bijzin is ‘dat Thomas morgen op vakantie gaat’ (het onderwerp ‘Thomas’ en de persoonsvorm ‘gaat’ staan nu niet naast elkaar).

Een handige manier om de bijzin te vinden is de volgende: in een hoofdzin staat het werkwoord vooraan en in een bijzin staat het werkwoord achteraan. Kijk maar:

Levi deed boodschappen, omdat Sterre daar geen zin in had. Zij kocht gelijk twee pakken spaghetti, omdat alle pastasoorten in de aanbieding waren.

Wij zijn met z’n allen heel erg voor goed onderwijs …

Jee, wat zijn we lekker aan het brainstormen over onderwijs met z’n allen! Van onderwijs hebben alle 16,8 miljoen Nederlanders verstand, dat treft. Onderwijs kan altijd stukken beter, dus iedereen heeft altijd een beetje gelijk. Wij zijn met z’n allen heel erg voor heel goed onderwijs, net zoals we hartgrondig tégen kanker zijn. Goed hè, van ons?

Staatssecretaris Dekker van Onderwijs betwijfelt of kinderen nog wel de juiste dingen leren op school. In 2032, als de kleuters van nu aan hun eerste baan beginnen, zal de wereld immers compleet anders zal zijn dan nu. Dekker mist ‘een samenhangende visie’ over de inhoud van onderwijs en roept iedereen op hem met ideeën te voeden.

Zou er ooit een samenhangende visie zijn ontwikkeld door miljoenen meepraters? De ideeëntrommel loopt al aardig vol. Ook nu mogen door een reclamebureau geselecteerde bekende Nederlanders op filmpjes vertellen wat er moet veranderen aan onderwijs, terwijl het klootjesvolk hun duiten in de Twitter-zak mag werpen.

De wereld verandert razendsnel, dús moet het onderwijs als een dolle mee veranderen. Toch?

Verrassend: techneuten wijzen op de onontbeerlijk aandacht voor techniek, VVD’ers bepleiten het vak ondernemerschap, iPadproducenten bestempelen alles wat zonder scherm gebeurt als achterlijk, historici promoten hun gesmade vak, de Hartstichting wil lessen reanimatie. Ha, daar hebben we de lobbyisten van mindfullness op school, de duurzaamheidsprofeten, de voorstanders van meer sport/ yoga/tuinieren/kleien/blokfluiten op school. De commerciële onderwijsbureaus ruiken een kans de mythe van het zelfstandig lerende, zelfsturende kind op te poetsen. Ieder zijn belangetje.

Ook het kind komt aan het woord, in een propagandafilmpje. Dat jochie roept niet baldadig: ‘Elke middag eerder vrij! Gratis snoep!’, maar verzekert ons dat in zijn toekomst alles anders gaat, want hij werkt straks niet meer in een fabriek (hij is geen robot). Hij leert meer van internet dan van zijn schoolboek. Hij mijmert: ‘Moeten kinderen vooral taal en rekenen leren, of is er méér?’ Moeten ze meer Engels leren, en ook Chinees? Programmeren? De toon van zijn vragen is zo dat wij snappen dat wij Ja, ja! moeten roepen. De wereld verandert razendsnel, dús moet het onderwijs als een dolle mee veranderen. Toch?

Ik weet ook een paar retorische vragen. Wie heeft er verstand van lerende kinderen? Wie werkt dagelijks met leerlingen, legt de basis voor wat zij weten en kunnen? Ik las een interessante tweet van Sander Dekker: ‘Ook leraren denken natuurlijk mee over #onderwijs2032!’

Onderwijs dient niet om nieuw werkvee, voor de lopende band van de economie, aan te leveren

Dat is inderdaad opmerkelijk. Bij alle grote vorige veranderingen in het onderwijs, zoals de Tweede Fase en het Studiehuis, en het vrijwel landelijk ingevoerde competentieleren in het mbo en hbo, is de leraar stelselmatig genegeerd. En al helemaal bij de grootste en slechtste wijziging, begin jaren tachtig, toen de verantwoordelijkheid voor het onderwijs geheel aan de schoolbesturen werd overgedragen. Net als de semi-privatisering van de ouderenzorg heeft die wijziging noch geleid tot een beter ‘product’ voor de afnemer, noch tot meer autonomie van de professional. Deze werd volkomen afhankelijk van zijn schoolbestuurders, die hem via het management dicteerden wat hij moest doen. Weg met de eigenwijze koninkjes in hun klaslokalen! Hoogopgeleide leraren waren duur en lastig, leraren die hoge eisen stelden eveneens.

Daarover zou de discussie eens moeten gaan. Net als hun voorgangers praten Dekker en Bussemaker niet met leraren, maar met hun werkgevers in de onderwijsraden. Daarom klinkt het ‘tegeltje’ dat Dekker bijdroeg aan de discussie ook zo cynisch: ‘Als je dingen moet doen waarvan je denkt dat ze geen zin hebben, stop ermee! (…) Zeg: ik wil mijn tijd besteden aan de kinderen!’ Dekker heeft gelijk, maar dacht hij dat leraren die macht hebben?

Onderwijs kan zich helemaal niet voorbereiden op onbekende technologische veranderingen, en een onvoorspelbare arbeidsmarkt. Onderwijs dient niet om nieuw werkvee, voor de lopende band van de economie, aan te leveren. Op school zitten de mensen die straks samen de wereld vormgeven. Die kinderen opvoeden, oplossingen verzinnen, schoonheid creëren, valsheid doorzien, troost bieden, perspectieven openen. Die moet je geen tijdgebonden technieken meegeven, maar wapenen met een brede ontwikkeling, basisvaardigheden, een open hart en een kritisch verstand. Onderwijs moet het kind niet aanpassen aan de toekomst, maar het de werktuigen bieden om straks elke toekomst aan te kunnen. Dat is – ploink! – mijn duit in Dekkers trommel.

Door: Aleid Truijens

Klaar voor de nieuwe CITO Eindtoets van 2015?

Een goede score op de Cito eindtoets wordt voor een groot deel bepaald door het resultaat op begrijpend lezen. Het is dus belangrijk dat je weet hoe je de verschillende tekstsoorten aan moet pakken. Er worden drie tekstsoorten bevraagt op de Cito-toets: foutenteksten, gatenteksten en verhaalteksten. Voor elke soort zijn er duidelijke stappenplannen die precies duidelijk maken hoe je een tekst moet aanpakken. Als je dan ook nog leert welk soort vragen je kunt verwachten, ben je goed voorbereid.

 

  1. De Cito-toets van volgend schooljaar zal anders zijn. Niet alleen wat  de indeling (Taal en Rekenen) betreft, maar ook wat betreft de inhoud. Zo zullen er voor het eerst vragen worden gesteld over grammatica. Wat is het lijdend voorwerp in deze zin, wat is een bijvoeglijk naamwoord, wat is het voegwoord in die zin, geef aan welk gedeelte van de zin de hoofdzin is, staan de aanhalingstekens  goed in die zin etc. Grammatica hoort natuurlijk bij het onderdeel Taal (en dat is de reden dat Cito het bevraagt), maar het probleem is dat bijna geen basisschool de leerling hierop voorbereidt. U zoekt dus een goede voorbereiding op alle grammatica vragen, zodat uw kind met dit onderdeel geen problemen heeft.
  2. Het goed kunnen interpreteren van een tabel of grafiek is een vaardigheid die door het Cito steeds intensiever wordt getoetst. Ook wat betreft dit onderdeel is de begeleiding op school vaak ondermaats. “Tabellen en grafieken krijgen onze leerlingen onderwezen bij aardrijkskunde”, zeggen veel docenten. Ja, dat is waar, maar de vraagstelling zoals het Cito die hanteert, vind je niet bij een vak als aardrijkskunde. Goed oefenen op dit onderdeel is dus geen overbodige luxe.
  3. Een volgend onderdeel dat intensiever aan bod komt in lovs-toetsen en in de nieuwe Cito-toets is ‘Samenvatten’. Samenvatten wordt gezien als een belangrijk onderdeel van Taal en is een vaardigheid die gerelateerd is aan het leren studeren. Het gaat erom dat er na het begrijpen en interpreteren van de informatie iets met die informatie gedaan moet worden: hoofd- en bijzaken moeten worden onderscheiden, de tekst moet worden verkort en de informatie moet op de een of andere manier opgeslagen worden om deze op een ander moment paraat te hebben. Leerlingen die goed samenvatten, zetten de tekst om in een verkorte tekst of in een schema of tabel.  Maar hoe leer je dit? Om hier bedreven in te worden, zal een goede uitleg moeten worden gegeven. Aan de hand van stappenplannen wordt dan duidelijk hoe je een samenvatting moet maken door hoofd- en bijzaken te scheiden.
  4. Bij werkwoordspelling vormt het bijvoeglijk gebruik van het voltooid deelwoord vaak een probleem, zo merken wij in onze lessen. Hoewel een duidelijke uitleg dit probleem snel verhelpt, verdient dit onderdeel van spelling toch extra aandacht omdat het al bij de lovs-toetsen van oktober aan bod zal komen.
  5. In oktober al beginnen de basisscholen dus al met leerlingvolgsysteemtoetsen (lovs- of lvs-toetsen). Er is dus niet heel veel tijd om rustig achterover te gaan zitten. Een voorlopig schooladvies zal overgaan in een definitief schooladvies. De scores op de lovs-toetsen vormen voor een groot deel de basis om tot dit definitieve schooladvies te komen.
  6. In januari volgen de lovs-toetsen begrijpend lezen. Begrijpend Lezen is uiteraard het belangrijkste onderdeel: scoor je goed voor alle onderdelen, maar voor begrijpend lezen onvoldoende dan zal de totaalscore relatief laag zijn. De prestaties  op het onderdeel Begrijpend lezen hebben een relatief groot gewicht in zowel de Cito-toetsen als in het te geven schooladvies. U wilt dus duidelijke stappenplannen, zodat uw kind weet hoe hij of zij een tekst moet aanpakken. Het is belangrijk te weten hoe je de kernzin uit een alinea haalt, hoe je omgaat met verwijswoorden of hoe je tekstverbanden kunt vinden. En, met deze duidelijke stappenplannen voor ogen, kan elke tekst of elk artikel op nu.nl of jeugdjournaal.nl worden ontleed: oefenmateriaal genoeg. Handig als je weet hoe het moet.
  7. En dan natuurlijk het onderdeel Rekenen. Zonder een goede kennis van de basis kan het lastig zijn een som uit een verhaaltje te halen. Maar, geen paniek, ook daarvoor bestaat een duidelijk uitleg. Bij rekenen is het belangrijk dat je eerst leert hoe je een probleem moet aanpakken en daarna moet je kilometers maken: oefenen en nog eens oefenen, net zolang dat je het in je vingers krijgt. En dat kan natuurlijk mooi in zes weken zomervakantie!

8 redenen om vast te oefenen voor groep 8. Als u daarbij hulp wilt dan is dit natuurlijk mogelijk: een duidelijke uitleg van alles wat je moet weten voor de lovs-toetsen en de Cito-toets van groep 8, uitstekende stappenplannen die duidelijk maken wat nooit helemaal werd begrepen en ruim voldoende oefeningen in Cito-stijl, die uw kind optimaal voorbereiden op alle toetsen van groep 8: het nieuwe Leer- en Oefenboek voor Groep 8 van Beter Bijles is overcompleet. En dat het een echt goed boek is, bewijzen de vele basisscholen die inmiddels met onze boeken werken.

Mocht u geïnteresseerd zijn dan kunt u het boek via deze link bestellen.

Schermafbeelding 2016-07-19 om 11.58.38

 

Heeft oefenen voor de Citotoets nog zin? Natuurlijk wel!

Waarom zouden leerlingen nog oefenen voor de Eind-Citotoets, nu de score niet meer bindend is voor de bepaling van de keus voor het vervolgonderwijs? De LOVS- en Entreetoetsscores bepalen immers het advies?

Was het maar zo eenvoudig.

Stel: uw kind heeft in zijn schoolcarrière voor het vak rekenen steeds geschommeld tussen niveau B en C. In groep 6 scoorde hij een B, medio 7 een C en eind 7 weer een lage B. Dit betekent dat het kind bepaalde onderdelen nog niet voldoende beheerst. Op deze onderdelen zou daarom extra geoefend moeten worden om tot een hogere score te komen. Doen scholen dat ook? Analyseren zij de toetsen om tot een plan van aanpak voor specifieke onderdelen te komen? Of gaan ze verder met de leerstof en hopen ze dat het kind gaandeweg de hiaten zelf bijspijkert?

Stel: uw kind gaat een week naar Summer’S Cool. Aan de hand van onze instaptoets is bepaald waar de rekenhiaten zitten. Met behulp van gerichte instructie en inoefening gaan wij met het kind aan de slag op die onderdelen waar het nodig is. Wedden dat uw kind dan medio 8 weer een dikke B scoort op de toets!

Stel dat iets soortgelijks zich voordoet bij de andere vakken. Uw kind blijkt aan de hand van onze duidelijke stappenplannen ineens wel tot beter tekstinzicht te komen. Of hij snapt na onze uitleg ineens wel hoe die studieschema’s in elkaar steken. Dan stijgen de LOVS-niveaus niet tijdelijk, maar blijvend, omdat inzicht is gecreëerd.

Oefenen heeft dus wel degelijk zin en leidt daarmee tot een hoger schooladvies, ook al wil men ons doen geloven dat dit niet zo is. Of zou de school voor voortgezet onderwijs het kind dat met een prognose van 535 is aangemeld en uiteindelijk 543 haalt echt vasthouden aan het oorspronkelijke en zogenaamde definitieve VMBO-gt advies? Wij weten wel beter: natuurlijk doen ze dat niet!

Predicaat excellente school – zin of onzin?

“Beste ouders, gefeliciteerd! Uw kind heeft zojuist de opleiding op onze excellente school afgerond en is dus echt helemaal klaar voor het voortgezet onderwijs”. Want, het kind heeft genoten van ‘excellent onderwijs’ en ‘de school was een voorbeeld voor andere scholen’.  Niet dus …

Uit een publicatie van Rijksoverheid.nl van vandaag:

Predicaat Excellente School 2014

Tot en met 18 april 2014 kunnen scholen zich aanmelden als kandidaat voor het predicaat Excellente School 2014. Het predicaat wordt dit jaar voor de derde keer uitgereikt aan scholen die excellent onderwijs bieden aan hun leerlingen en daarmee een voorbeeld zijn voor andere scholen. Met het predicaat krijgen scholen erkenning en waardering voor hun werk.

Procedure beoordeling
Een onafhankelijke jury beoordeelt in een aantal rondes welke scholen in aanmerking komen voor het predicaat Excellente School. De jury vraagt scholen om zich aan te melden door middel van een zelfevaluatie.

En uit De Telegraaf van vrijdag 28 maart:

Leerlingen van de Arnhemse basisschool Het Mozaïek, die zich al twee jaar ’excellent’ mag noemen van het ministerie van Onderwijs, doen het op de middelbare school veel slechter dan hun klasgenootjes van andere, niet-excellente scholen (lees hier eventueel verder).

Blijkbaar wordt een school als ‘excellent’ bevonden, wanneer het de gemiddelde Cito-score tot een eenzaam hoog niveau brengt. De kinderen krijgen echter helemaal geen excellent onderwijs: er wordt alleen maar getraind met oude Cito-toetsen! Het behalen van een zo hoog mogelijke Citoscore is het einddoel en het enige waar de leerlingen mee bezig zijn. Verantwoord onderwijs staat op de tweede plaats.

Het gevolg van het ontbreken van deugdelijk (laat staan excellent) onderwijs op deze school is dat de meeste leerlingen het op de middelbare school veel slechter doen dan kinderen van een ‘normale’ school: ze behalen slechtere cijfers en ze blijven veel vaker zitten.

De basisschool Het Mozaïek is hierin uiteraard geen uitzondering. Het merendeel van (‘excellente’) basisscholen is voornamelijk bezig met Cito-training. Uiteraard geldt dit ook voor de vele bijlesinstituten die ‘Cito-training’ aanbieden: leerlingen een kunstje aanleren waar zij één of twee later op de middelbare school de rekening voor gepresenteerd krijgen.

Goed presteren op school en goed presteren op een (Cito)toets kan alleen maar als de basiskennis op het juiste niveau ligt. Wanneer een leerling op de basisschool begrijpt hoe een tekst moet worden aangepakt, hoe een som uit een verhaaltje moet worden gehaald of hoe een tabel of grafiek moet worden geïnterpreteerd, zal hij of zij wél een goede Cito-score neerzetten.

Een positief en blijvend resultaat op een toets is afhankelijk van een goede uitleg en een goede begeleiding, niet van een veel te grote druk die door politiek Den Haag wordt opgelegd om maar beter te scoren op de Citotoets. Het is de politiek die deze achterlijke eisen opstelt, handelt vanuit wantrouwen en zo dus toetswerken in de hand werkt.

Hoe meer de overheid de nadruk legt op het behalen van hogere Cito-scores, des te meer dit soort excessen zullen voorkomen. Meer tijd, energie en geld steken in goede docenten en instanties die leerlingen daadwerkelijk verder kunnen helpen lijkt harder nodig dan ooit.

Spring’S (Winter’S) Cool – de beste voorbereiding op de entreetoets van groep 7

Net als voorgaande jaren organiseert Beter Bijles in januari en in maart weer Spring’S Cool! Onze succesvolle Spring’S Cool is bedoeld voor leerlingen uit groep 7 van het basisonderwijs die aan het einde van het schooljaar de Cito Entreetoets gaan maken.
Doel van Spring’S Cool is om hiaten in de leerstof aan te pakken en het kind zo met zelfvertrouwen aan de Entreetoets van 2015 te laten beginnen.

Data: 6, 13, 20 en 27 maart 2016

Een goed resultaat op de entreetoets!

Een goed resultaat op de entreetoets!

Aan de hand van een instaptoets die uw kind thuis maakt, bekijken wij wat
zijn of haar zwakke punten zijn. Hierop maken we een lesplan. Tijdens
Spring’S Cool helpen wij uw kind om deze zwakke punten te verbeteren. We
doen dit aan de hand met gerichte korte instructies, veel individuele hulp
en goede oefenstof. We geven les in de vakken taal, begrijpend lezen
spelling (veranderlijke en onveranderlijke woorden), rekenen en
studievaardigheden. We werken met ons eigen materiaal, waaronder
zelfgeschreven opdrachten in Cito-stijl.

BeterBijles-Spring'SCool

Spring’S Cool, Summer’S Cool en Winter’S Cool: Beter Bijles in aktie aan de Herengracht in Amsterdam.

Een dag op Spring’S Cool duurt van 10 tot 4 en heeft een vast ritme. Uw
kind weet daardoor precies waar het aan toe is. De lessen worden gegeven
door Peter Meijer, eigenaar van Beter Bijles, en Jacquelien Bredenoord,
eigenaar van Beter BijLeren en leerkracht van groep 7/8. Een groep telt
maximaal twaalf leerlingen. Bij extra leerlingen is er uiteraard een extra
leerkracht.

Na vier dagen Spring’S Cool krijgt u van ons een unieke uitgebreide
rapportage. Hierin beschrijven wij onze bevindingen met het kind, zetten
we de toetsresultaten van onze uitstaptoets naast die van de instaptoets
en krijgt u naast deze uitgebreide analyse van ons aanbevelingen voor wat er nog verder geoefend zou moeten worden. Daarna is er nog tot april 2015 (Eind Citotoets) de tijd om eventueel resterende leerproblemen op school of thuis verder aan te pakken.

Waarom zou u overwegen om uw kind aan te melden voor Spring’S Cool? In elk geval om ervoor te zorgen dat de basiskennis van alle toetsonderdelen in zijn geheel is uitgelegd en daadwerkelijk wordt begrepen. Zo zijn bijvoorbeeld tekstvragen alleen goed te beantwoorden waneer je weet hoe je een tekst moet aanpakken. Een niet minder belangrijke reden is dat de uitslag van de entreetoets bepalend is voor het voorlopige schooladvies dat uw kind gaat krijgen. U leest daar hier meer over.

Scholen doen wat in hun vermogen ligt om een goede voorbereiding te geven,
maar vaak ontbreekt het aan voldoende kwaliteit, mankracht en tijd. Het
gevolg is dat kinderen onvoldoende of eenzijdig worden voorbereid,
waardoor resultaten tegenvallen. Omdat de focus in de klas vaak is gericht
op de relatief zwakkere leerling, krijgt juist de groep kinderen die het
meest is gebaat bij een intensieve en resultaatgerichte begeleiding te
weinig aandacht. Met Spring’S Cool richten wij ons juist vooral op de
gemiddelde tot goede leerling.  Wij vragen dan ook altijd de LOVS-gegevens
als u uw kind bij ons aanmeldt.

Spring’S Cool geeft uw kind de aandacht die het verdient! Wilt u een indruk krijgen van Spring’S Cool? Bezoek dan onze Facebook pagina: http://www.facebook.com/beterbijles

Data: 6, 13, 20 en 27 maart 2016

Heeft u belangstelling, vul dan onderstaand formulier volledig in (of stuur een e-mail naar info@beter-bijles.nl). U ontvangt dan de uitgebreide brochure over Spring’S Cool van Beter Bijles. Wacht niet te lang, want er zijn bij voorinschrijving al enige plaatsen gereserveerd.

BeterBijles-Spring'SCool

Voorbereiding op de entreetoets van 2014!

Voorbereiding op de entreetoets van 2015!