Tagarchief: basisschooladvies

Uitslag Cito-toets 2010

De ruim 137.000 leerlingen die dit jaar de Cito-toets hebben gemaakt, hebben een gemiddelde standaardscore van 535,8 punten gehaald. In 2009 was de gemiddelde score 147,90 (van de 200 opgaven); in de tabel hieronder zien we dat in 2010 de eindtoets minder moeilijk is geweest: dit jaar hadden de leerlingen gemiddeld 150,2 opgaven goed.

In 2010 behaalden 3987 leerlingen de hoogste standaardscore (550 punten). Slechts 3 leerlingen hadden alle 200 opgaven van de onderdelen Taal, Rekenen-Wiskunde en Studievaardigheden goed. De zogenoemde frequentieverdeling van de scores geeft aan welk ‘aantal goed’ er nodig is om een bepaalde standaardscore te krijgen. Voor een standaardscore van bijvoorbeeld 535 moesten de leerlingen bijvoorbeeld in 2009 een aantal goed hebben van 146 t/m 148 (van de in totaal 200 opgaven); in 2010 krijgen ze diezelfde standaardscore voor een aantal goed van 147 t/m 149. Voor een score van 550 punten mochten dit jaar maximaal 11 fouten worden gemaakt in de 200 vragen (vorig jaar waren dat 13 fouten). Hoewel de toets dit jaar dus iets gemakkelijker was, komt dat niet tot uiting in de eindscore.

Jongens hebben in de jaren van 2008 tot en met 2010 iets hogere standaardscores gehaald dan meisjes. In 2008 scoorden de jongens gemiddeld 0.3 standaardscorepunt hoger dan de meisjes, in 2009 bedroeg dit verschil 0.8 punt en in 2010 is het verschil 0.5 standaardscorepunt. Het verschil tussen jongens en meisjes is in 2010 dus licht gedaald ten opzichte van 2009.

Meisjes zijn nog steeds gemiddeld beter in taal dan jongens (gemiddeld 3 Cito-punten hoger). Met de onderwerpen rekenen (gemiddeld 5 Cito-punten hoger) en studievaardigheden werden door jongens gemiddeld betere resultaten behaald dan door meisjes.

Met gepaste trots kan ik hier melden dat alle leerlingen die bij ons bijlessen voor de Cito-toets van 2010 hebben gevolgd een zeer goed resultaat hebben behaald; door de intensieve behandeling bij beter-bijles zijn zij met hun Cito-score uitgekomen op minimaal één schoolniveau hoger dan aanvankelijk door de basisschool werd gegeven.

Hoe de scores van de Cito-toets zich verhouden tot de schoolkeuze voor het voortgezet onderwijs kunt u aflezen uit onderstaande tabel:

Entreetoets (1): wat kunnen we verwachten?

Op de meeste basisscholen wordt medio april de entree toets van groep 7 afgenomen. Met nog ongeveer negen weken te gaan, wordt het tijd voorbereidingen te treffen door goed te oefenen op de toets die vanaf dit jaar de belangrijkste, in ieder geval de meest invloedrijke toets van de basisschool is. Vanaf dit jaar is het verplicht om na de entree toets een voorlopig basisschooladvies uit te brengen. Veel ouders waren al niet op de hoogte hoe belangrijk de toets was, maar dit jaar is dat belang dus verder toegenomen.

In een eerder artikel heb ik al eens uiteengezet hoe het scoreblad van de entreetoets gelezen moet worden. Een korte versie: de percentielen die op de scorekaart staan, geven aan hoe een leerling de toets heeft gemaakt ten opzichte van het landelijk gemiddelde; heeft een scholier bijvoorbeeld een percentiel van 80 dan heeft 20% van de leerlingen de toets beter gemaakt en 80% even goed of slechter. Hierdoor kan makkelijk een verkeerd beeld van de prestaties worden verkregen: wanneer een leerling een onderdeel best goed heeft gemaakt en slechts 2 fouten heeft in een onderdeel van bijvoorbeeld 10 vragen, terwijl de meeste leerlingen hier slechts één fout hebben gemaakt, kan het percentiel makkelijk bijvoorbeeld 20 bedragen.

Wat kunnen de leerlingen uit groep 7 verwachten? In hoofdlijnen ziet de entree toets er hetzelfde uit als de Cito-toets; er zijn drie hoofdonderdelen, te weten taal, rekenen en studievaardigheden. Over het onderdeel studievaardigheden kan ik kort zijn: op voorwaarde dat de leerling voldoende vaardigheid heeft in begrijpend lezen en genoeg heeft geoefend met het lezen van tabellen, schema’s en grafieken, is dit onderdeel goed te maken. Bij rekenen, in totaal 90 vragen, komen hetzelfde soort vragen voor als bij de Cito-toets: vragen over afstand, oppervlakte, inhoud en natuurlijk wordt er ruim aandacht besteed aan de drie-eenheid procenten, breuken en kommagetallen. Hoofdrekenen is ook een vast onderdeel; bijna alle sommen in dit onderdeel zijn goed te maken mits de leerling de strategieën van handig rekenen beheerst. Wij van beter-bijles besteden veel aandacht aan het trainen van onder andere deze strategieën.

Net als bij de Cito-toets is ook bij de entree toets het onderdeel taal het grootst van omvang en daarmee het meest belangrijk. Onderwerpen waar goed op gescoord kan worden zijn het ‘herkennen van de persoonsvorm’ en spelling (werkwoorden en niet-werkwoorden). Begrijpend lezen drukt een belangrijk stempel op de entree toets. Kenmerkend zijn de onderwerpen ‘gatenteksten’ en ‘husselverhalen’. Bij gatenteksten wordt een tekst gegeven waar stukjes uit missen. De leerling kan dan uit 5 mogelijkheden kiezen om te tekst compleet te maken. Bij de husselverhaaltjes worden er vijf zinnen gegeven in een willekeurige volgorde. De leerling moet dan aangeven wat de eerste zin is of wat de laatste zin is. De logica bij dit onderdeel is goed te oefenen; er zijn handigheidjes die helpen om het juiste antwoord te vinden. Uiteraard moeten ook deze handigheidjes wél worden geoefend.

De gymnasia raken overvol

De Cito-toets was niet al te lastig dit jaar. Het resultaat daarvan komt ongetwijfeld tot uiting in de scores die over drie weken bekend worden gemaakt. Wanneer relatief veel kinderen dit jaar op bijvoorbeeld een score van 545 of hoger uitkomen, zal dit leiden tot een run op de toch al populaire vwo-opleidingen. En omdat het aantal beschikbare plaatsen beperkt is, zullen dit jaar meer kandidaten dan ooit worden uitgeloot (vorig jaar ging het om 10% van de kinderen).

Wanneer ook het schooladvies naar boven wordt bijgesteld – met een veel beter gemaakte toets is die kans aannemelijk – zijn leerlingen met een cito-score van 545 of hoger automatisch toelaatbaar voor het vwo. En de meesten, uitzonderingen daargelaten, willen dan naar een gymnasium. Zeker de – toch al heel populaire – categorale gymnasia krijgen dan te maken met een explosieve groei van het aantal aanmeldingen.

Maar, niet elke leerling die voor de Cito-toets een score van 545 punten of meer haalt, is per definitie geschikt voor een gymnasiale opleiding. Het kan net zo goed een typisch ‘atheneum-kind’ zijn. Hoewel de capaciteiten van een leerling goed kunnen worden ingeschat met behulp van het Leerling Volg Systeem (mede op basis daarvan wordt het schooladvies gegeven), kan een basisschool boven de 545 punten niet kiezen tussen een vwo- of een gymnasium advies.

Het invoeren van een nieuwe Cito-bandbreedte kan de toenemende druk op – met name – de categorale gymnasia verminderen. Stel, de bestaande vwo-bandbreedte van 545 en hoger wordt opgesplitst in twee nieuwe bandbreedtes: 545 tot 547 punten voor vwo en 548 en hoger voor gymnasium. Met deze nieuwe indeling krijgt een basisschool de mogelijkheid om tot een passender en verfijnder schooladvies te komen, atheneum dan wel gymnasium. Introductie van de extra bandbreedte kan tevens een oplossing zijn voor de enorme toestroom die de gymnasia elk jaar te verwerken krijgen. Ook de jaarlijks terugkerende problemen van stress en teleurstelling bij uitloting zullen dan minder worden.

De kwaliteit van het onderwijs

Ik heb het er al eens over gehad, de kwaliteit van het reken- en taalonderwijs op de basisschool. Een kwaliteit die wordt bepaald door het opleidingsniveau van de leraren. In de meeste vakonderdelen zijn leraren goed opgeleid (algemeen pedagogisch-didactische vakken), in een paar iets minder (vakkennis van rekenen en taal).

Op ons bijlesinstituut merk ik dagelijks dat de kinderen van nu eigenlijk allemaal leuke kinderen zijn: ze zijn sociaal, hulpvaardig, hebben geen vooroordelen, zijn op de hoogte van belangrijke normen en waarden en ze zijn goed in zelfstandig werken maar ook in het samenwerken met anderen. Deze vaardigheden worden kinderen mede op de basisschool aangeleerd en wat dat betreft zit het onderwijs op de basisschool dus heel goed in elkaar. De problemen liggen meer bij het aanleren van reken- en taalvaardigheden en dus bij de competenties van de betreffende leraren.

Naomi is 12 jaar en volgt sinds drie weken bijles bij ons. Bijles voor de cito-toets, die al over anderhalve week plaatsvindt. Misschien een beetje aan de late kant begonnen met de bijles, maar dat kwam omdat zij en haar ouders waren geschrokken van het schooladvies, dat haar juf half december had gegeven. Vmbo-t kwam er uit de bus en dat was toch wel laag, vonden ze. Het advies was gebaseerd op de uitslag van de entreetoets van vorig jaar en op het Leerling Volg Systeem, dat de schoolprestaties van kinderen vanaf groep 3 bijhoudt.

Naomi is hier nu vier keer – 2 uur per keer – geweest en de laatste keer heb ik haar een spellingtoets en een rekentoets laten maken. Voor de spellingtoets behaalde zij een resultaat van 82% en voor de rekentoets een resultaat van 79%. Met deze resultaten zou Naomi op z’n minst een havo-advies moeten krijgen, maar nog waarschijnlijker een havo/vwo-advies. Blijkbaar schort er iets aan het gegeven schooladvies. En blijkbaar schort er ook iets aan het niveau van de gegeven taal- en rekenlessen op school. Als wij er in 8 lesuren in slagen om dat niveau sterk te verbeteren dan zegt dat iets over de kwaliteit van het onderwijs op de betreffende basisschool.

Natuurlijk zijn er grote kwaliteitsverschillen tussen de verschillende basisscholen en dus zijn er ook veel scholen waar prima les wordt gegeven. Maar toch zijn, in mijn ervaring, de taal- en rekenvaardigheden altijd onvoldoende, zelfs bij kinderen met een vwo-advies. Leraren op school hebben vakinhoudelijk te weinig kennis en zouden meer tijd moeten besteden aan nascholing. Ook het feit dat (te) veel pabo-studenten met taal en rekenen onder het niveau van een goede basisschoolleerling van groep 8 zitten, geeft aan dat de kwaliteit van het onderwijs in de nabije toekomst niet veel zal verbeteren. Hoewel staatssecretaris Van Bijsterveldt van Onderwijs al wel afspraken heeft gemaakt met de HBO-raad over kwaliteitsverbetering van de lerarenopleiding en ook basisscholen heeft aangezet om de ter beschikking gestelde gelden voor nascholing van leraren daadwerkelijk te gaan gebruiken, krijgen de Naomi’s van Nederland nog steeds niet waar ze recht op hebben.

Gebruik CITO-bandbreedtes

Bij aanmelding van kinderen die verplicht hebben deelgenomen aan de cito-eindtoets bepaalt de cito-score op welke wijze de aanmelding door de VO-school (Voortgezet Onderwijs) moet worden behandeld.

Automatisch toelaatbaar

Deze leerlingen zijn voor de betreffende opleiding zonder meer toelaatbaar op de opleiding. De cito-score hiervoor is voldoende.

Overleg verplicht

Voor de leerlingen in de citobandbreedte ‘overleg’ moet de VO-school overleggen met de basisschool voordat zij een plaatsingsbesluit kan nemen. Dit overleg houdt in dat de basisschool voldoende gelegenheid heeft gekregen om haar advies schriftelijk maar ook mondeling toe te lichten met aanvullende informatie. Na dit overleg kan de VO-school eventueel besluiten tot aanvullend onderzoek. Dit onderzoek kan alleen plaatsvonden in overleg met de basisschool.

Verplicht aanvullend onderzoek

Voor deze leerlingen wordt in opdracht van de VO-school een door COTAN (Commissie Testaangelegenheden Nederland) erkend aanvullend onderzoek uitgevoerd (bijv. NIO, Nederlandse Intelligentietest voor Onderwijsniveau). Op basis van de uitkomst van dit onderzoek, gevolgd door overleg met de betreffende basisschool, besluit de VO-school of de leerling plaatsbaar is of niet in de betreffende opleiding. In sommige gevallen is gebleken dat VO-scholen besluiten tot aanvullend onderzoek zonder dit eerst met de basisschool te bespreken. Mocht deze situatie zich voordoen dan kan de basisschool hiervan melding maken bij het Informatiepunt Kernprocedure.