Cito-toets 2015: enkele tips&tricks voor begrijpend lezen!

Begrijpend lezen

De teksten zijn ingedeeld in vijf categorieën: informatief (nieuws, informatief boek; in deze teksten worden voornamelijk feiten opgesomd), instructief (recept, handleiding; de schrijver legt je in zo’n tekst uit wat je moet doen, wat je nodig hebt of hoe je iets moet gebruiken), betogend (recensie, ingezonden brief; in deze teksten geeft de schrijver zijn mening en deze mening wordt vaak onderbouwd met argumenten), verhalend (verhalen kunnen deels verzonnen zijn en deels echt gebeurd zijn) en poëzie (inclusief liedteksten).

Het belangrijkste bij tekstbegrip is dat je kunt herkennen wat het onderwerp van de tekst is en wat de hoofdgedachte is. Elke tekst heeft dus altijd één onderwerp, maar elke alinea heeft ook steeds een eigen onderwerp; probeer bij het lezen van een tekst dus altijd te zoeken naar waar de tekst of alinea over gaat.

In ‘Teksten met fouten’ kunnen onder andere de volgende vragen worden gesteld: wat had de schrijver beter kunnen schrijven in plaats van…, wat moet de schrijver uit deze zin weglaten (er staan dan vaak twee woorden in de zin die hetzelfde betekenen) of welke zin is overbodig en kan worden weggelaten (de betreffende zin heeft dan niets met het onderwerp van de tekst te maken).

Bij veel tekstvragen word je gevraagd één of twee regels te lezen en daar een vraag over te beantwoorden. Het is belangrijk dat je dan niet alleen die twee regels leest, maar ook het stukje erboven en de regels eronder. Wanneer er bijvoorbeeld staat: ‘lees r.19 t/m r. 21′,  begin dan te lezen bij regel 15 en lees door tot regel 25. Dan heb je de beste indruk van wat er wordt verteld en kun je de vraag beter beantwoorden.

Vragen over de stijl van schrijven komen vaak voor bij Cito-teksten. Voorbeelden hiervan zijn: 1. Welke zin valt uit de toon als je let op het taalgebruik in de tekst? 2. Welk stuk tekst had de schrijver uit de tekst kunnen weglaten? Het antwoord op de eerste vraag heeft meestal te maken met overdreven deftig of moeilijk taalgebruik; bij de tweede vraag gaat het meestal over een paar zinnen die overbodig zijn of niets met het onderwerp van de tekst te maken hebben.

Soms wordt gevraagd waar de schrijver met een nieuwe alinea had moeten beginnen. Alles wat met een onderwerp te maken heeft, staat in één alinea. Wanneer het onderwerp verandert, moet met een nieuwe alinea worden begonnen. Een andere, veel voorkomende vraag is wat er dubbelop is in een bepaalde zin. Voorbeelden hiervan zijn: ‘Daarom had zij om die reden geen boodschappen gedaan’, of: ‘Gooien jullie die folders meteen onmiddellijk in de afvalbak?’

Bij gatenteksten zijn uit de tekst stukjes weggelaten. Op de plaats waar die stukjes stonden staat nu een streep met een nummer. Je kunt steeds uit 4 mogelijkheden kiezen welk stukje het best op de plaats van de streep past. Net als bij teksten moet je ook nu een paar regels boven de streep beginnen met lezen. Vaak staat het stukje dat op de plaats van de streep moet komen, uitgelegd in de regels na de streep.

Bij veel vragen zijn er altijd wel twee antwoorden die het eerste afvallen. Maar het is niet zo dat die twee antwoorden echt onzinnig of niet verklaarbaar zijn. Van de vier antwoorden die gegeven worden, zijn er drie afleiders; dit betekent dus dat je, zeker bij tekstvragen, vaak moet zoeken naar het béste antwoord.

Specialisatiedag begrijpend lezen

Begrijpend lezen oefenen: op zaterdag 18 april organiseren wij een specialisatiedag begrijpend lezen voor leerlingen in groep 7 en 8. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar!

Begrijpend lezen is het belangrijkste onderdeel op school. Dit geldt zowel voor de basisschool als voor het voortgezet onderwijs. Weten hoe je een tekst moet aanpakken, hoe je de kernzin uit een alinea haalt, hoe je een tekst moet samenvatten of hoe je fouten uit een tekst haalt, geeft je een grote voorsprong met begrijpend lezen.

Op de specialisatiedag, die duurt van 10:00 tot 16:00 uur, worden de belangrijkste tekstsoorten behandeld: informatieteksten, meningteksten, tekstbegripteksten en doe-teksten. Uiteraard wordt ook de vorm behandeld zoals het Cito deze teksten bevraagd: verhaalteksten, foutenteksten en gatenteksten.

De kosten van de specialisatiedag bedragen € 165,00.Wilt u uw kind aanmelden voor deze dag? Stuur dan e-mail naar info@beter-bijles.nl. Tot 18 april!

Schermafbeelding 2015-03-27 om 12.23.04

CITO-toets 2015 oefenen?

De nieuwe Cito-toets van 2015: over ruim een maand is het zover. Nog ruim tijd om de puntjes op de i te zetten en een beter dan verwachte Cito-score neerzetten. Heeft dat oefenen nog nut? Zeker wel!

Het definitieve schooladvies voor het voortgezet is binnen. De Cito-score lijkt hierdoor minder belangrijk te zijn geworden, maar vergis u niet: als het resultaat op de Cito-toets beduidend beter is dan het schooladvies móet de basisschool het gegeven advies heroverwegen. Er liggen dus nog genoeg kansen.

Schermafbeelding 2015-03-17 om 13.14.40

Het verschil tussen bijvoorbeeld een vmbo-t score en een havo score bedraagt slechts drie Cito-punten! Drie Cito-punten komen overeen met 9 fouten in de Cito-toets. Als uw kind dus van de ruim 200 vragen negen vragen meer goed weet te beantwoorden, kan dat een schoolniveau uitmaken. Een goede voorbereiding en oefenen met het juiste materiaal is daarom van groot belang!

Beter Bijles bereidt uw kind goed voor. Met het Leer- en Oefenboek voor de Cito-toets bieden wij een zeer duidelijke uitleg van de theorie van alle onderdelen die door het Cito worden bevraagd op de toets. Duidelijke stappenplannen en goede strategieën zijn hierbij belangrijk en geven uw kind inzicht, zodat hij of zij begrijpt hoe een probleem moet worden aangepakt. Begrijpend lezen, taal  of rekenen is immers minder moeilijk als je weet hóe je tot het juiste antwoord moet komen.

Aan de hand van ruim voldoende opgaven in Cito-stijl (dus geen onzinantwoorden, maar ‘afleiders’ zoals het Cito dit ook doet) kan de leerling zijn vaardigheden op spelling, rekenen, grammatica, studievaardigheden en begrijpend lezen verbeteren. Het Leer- en Oefenboek  is daarmee voor kinderen uit groep 8 een perfecte voorbereiding op de Cito Eindtoets van 2015.

U kunt het Leer- en Oefenboek voor de Cito-toets hier bestellen.

Schermafbeelding 2016-07-19 om 11.58.38

Het basisschooladvies – een goede score op de CITO Eindtoets blijft van belang!

Omdat het basisschooladvies kan worden bijgesteld en een vo-school een leerling hóger kan plaatsen dan dit schooladvies aangeeft, blijft een relatief goede score op de CITO eindtoets van groot belang. Zeker wanneer het schooladvies – dat u vóór 1 maart zult ontvangen – lager is dan verwacht, zal extra oefenen met taal en rekenen wellicht nog educatieve vruchten afwerpen!

Volgens de nieuwe regelgeving is het basisschooladvies bindend voor de toelating tot de middelbare school. Hoewel er wat dit betreft – vergeleken met voorgaande jaren – niet veel is veranderd, heeft de stem van de basisschool – door het pas in april afnemen van de Cito-toets – wel meer gewicht gekregen.

Een gedegen schooladvies is gebaseerd op een aantal zaken. Ten eerste zij  er de test- en toetsgegevens: de leerlingvolgsysteem (Cito) toetsen, eventueel aangevuld met een drempeonderzoek of intelligentieonderzoek. Daarnaast moeten ook de leerlingkenmerken bij het advies worden meegenomen; zo kunnen werkhouding, concentratievermogen of karakter zeer bepalend zijn.

(bron:BOVO)

Het schooladvies is in principe bindend voor toelating tot het voortgezet onderwijs. De vo-school (voortgezet onderwijs) kan een leerling wel hoger plaatsen dan het schooladvies. Deze mogelijkheid bestaat als het resultaat op de eindtoets in groep 8 hoger uitvalt dan de basisschool had verwacht. De basisschool moet het eerder gegeven advies dan heroverwegen: de basisschool kan dan besluiten het advies naar boven bij te stellen. Wanneer het resultaat lager is dan verwacht, heroverweegt de basisschool het schooladvies niet.

Er kan maar één schooladvies bestaan; omdat sommige basisscholen zowel een schooladvies als een plaatsingsadvies opstellen, leidt dit tot problemen. De leerling krijgt bijvoorbeeld te horen dat hij een havo/vwo-advies heeft, terwijl de vo-school geadviseerd wordt de leerling in de havo te plaatsen. Dat mag niet.

Kortom, zorg voor een gedegen voorbereiding op de Cito eindtoets van 2015! Een goed begrip van de theorie van bijvoorbeeld begrijpend lezen en rekenen zou wel eens een groot verschil kunnen maken met het oog op de keuze van een middelbare school.

Schermafbeelding 2016-07-19 om 11.58.38

(bron:Inspectie van het Onderwijs)

Wij zijn met z’n allen heel erg voor goed onderwijs …

Jee, wat zijn we lekker aan het brainstormen over onderwijs met z’n allen! Van onderwijs hebben alle 16,8 miljoen Nederlanders verstand, dat treft. Onderwijs kan altijd stukken beter, dus iedereen heeft altijd een beetje gelijk. Wij zijn met z’n allen heel erg voor heel goed onderwijs, net zoals we hartgrondig tégen kanker zijn. Goed hè, van ons?

Staatssecretaris Dekker van Onderwijs betwijfelt of kinderen nog wel de juiste dingen leren op school. In 2032, als de kleuters van nu aan hun eerste baan beginnen, zal de wereld immers compleet anders zal zijn dan nu. Dekker mist ‘een samenhangende visie’ over de inhoud van onderwijs en roept iedereen op hem met ideeën te voeden.

Zou er ooit een samenhangende visie zijn ontwikkeld door miljoenen meepraters? De ideeëntrommel loopt al aardig vol. Ook nu mogen door een reclamebureau geselecteerde bekende Nederlanders op filmpjes vertellen wat er moet veranderen aan onderwijs, terwijl het klootjesvolk hun duiten in de Twitter-zak mag werpen.

De wereld verandert razendsnel, dús moet het onderwijs als een dolle mee veranderen. Toch?

Verrassend: techneuten wijzen op de onontbeerlijk aandacht voor techniek, VVD’ers bepleiten het vak ondernemerschap, iPadproducenten bestempelen alles wat zonder scherm gebeurt als achterlijk, historici promoten hun gesmade vak, de Hartstichting wil lessen reanimatie. Ha, daar hebben we de lobbyisten van mindfullness op school, de duurzaamheidsprofeten, de voorstanders van meer sport/ yoga/tuinieren/kleien/blokfluiten op school. De commerciële onderwijsbureaus ruiken een kans de mythe van het zelfstandig lerende, zelfsturende kind op te poetsen. Ieder zijn belangetje.

Ook het kind komt aan het woord, in een propagandafilmpje. Dat jochie roept niet baldadig: ‘Elke middag eerder vrij! Gratis snoep!’, maar verzekert ons dat in zijn toekomst alles anders gaat, want hij werkt straks niet meer in een fabriek (hij is geen robot). Hij leert meer van internet dan van zijn schoolboek. Hij mijmert: ‘Moeten kinderen vooral taal en rekenen leren, of is er méér?’ Moeten ze meer Engels leren, en ook Chinees? Programmeren? De toon van zijn vragen is zo dat wij snappen dat wij Ja, ja! moeten roepen. De wereld verandert razendsnel, dús moet het onderwijs als een dolle mee veranderen. Toch?

Ik weet ook een paar retorische vragen. Wie heeft er verstand van lerende kinderen? Wie werkt dagelijks met leerlingen, legt de basis voor wat zij weten en kunnen? Ik las een interessante tweet van Sander Dekker: ‘Ook leraren denken natuurlijk mee over #onderwijs2032!’

Onderwijs dient niet om nieuw werkvee, voor de lopende band van de economie, aan te leveren

Dat is inderdaad opmerkelijk. Bij alle grote vorige veranderingen in het onderwijs, zoals de Tweede Fase en het Studiehuis, en het vrijwel landelijk ingevoerde competentieleren in het mbo en hbo, is de leraar stelselmatig genegeerd. En al helemaal bij de grootste en slechtste wijziging, begin jaren tachtig, toen de verantwoordelijkheid voor het onderwijs geheel aan de schoolbesturen werd overgedragen. Net als de semi-privatisering van de ouderenzorg heeft die wijziging noch geleid tot een beter ‘product’ voor de afnemer, noch tot meer autonomie van de professional. Deze werd volkomen afhankelijk van zijn schoolbestuurders, die hem via het management dicteerden wat hij moest doen. Weg met de eigenwijze koninkjes in hun klaslokalen! Hoogopgeleide leraren waren duur en lastig, leraren die hoge eisen stelden eveneens.

Daarover zou de discussie eens moeten gaan. Net als hun voorgangers praten Dekker en Bussemaker niet met leraren, maar met hun werkgevers in de onderwijsraden. Daarom klinkt het ‘tegeltje’ dat Dekker bijdroeg aan de discussie ook zo cynisch: ‘Als je dingen moet doen waarvan je denkt dat ze geen zin hebben, stop ermee! (…) Zeg: ik wil mijn tijd besteden aan de kinderen!’ Dekker heeft gelijk, maar dacht hij dat leraren die macht hebben?

Onderwijs kan zich helemaal niet voorbereiden op onbekende technologische veranderingen, en een onvoorspelbare arbeidsmarkt. Onderwijs dient niet om nieuw werkvee, voor de lopende band van de economie, aan te leveren. Op school zitten de mensen die straks samen de wereld vormgeven. Die kinderen opvoeden, oplossingen verzinnen, schoonheid creëren, valsheid doorzien, troost bieden, perspectieven openen. Die moet je geen tijdgebonden technieken meegeven, maar wapenen met een brede ontwikkeling, basisvaardigheden, een open hart en een kritisch verstand. Onderwijs moet het kind niet aanpassen aan de toekomst, maar het de werktuigen bieden om straks elke toekomst aan te kunnen. Dat is – ploink! – mijn duit in Dekkers trommel.

Door: Aleid Truijens

Klaar voor de nieuwe CITO Eindtoets van 2015?

Een goede score op de Cito eindtoets wordt voor een groot deel bepaald door het resultaat op begrijpend lezen. Het is dus belangrijk dat je weet hoe je de verschillende tekstsoorten aan moet pakken. Er worden drie tekstsoorten bevraagt op de Cito-toets: foutenteksten, gatenteksten en verhaalteksten. Voor elke soort zijn er duidelijke stappenplannen die precies duidelijk maken hoe je een tekst moet aanpakken. Als je dan ook nog leert welk soort vragen je kunt verwachten, ben je goed voorbereid.

 

  1. De Cito-toets van volgend schooljaar zal anders zijn. Niet alleen wat  de indeling (Taal en Rekenen) betreft, maar ook wat betreft de inhoud. Zo zullen er voor het eerst vragen worden gesteld over grammatica. Wat is het lijdend voorwerp in deze zin, wat is een bijvoeglijk naamwoord, wat is het voegwoord in die zin, geef aan welk gedeelte van de zin de hoofdzin is, staan de aanhalingstekens  goed in die zin etc. Grammatica hoort natuurlijk bij het onderdeel Taal (en dat is de reden dat Cito het bevraagt), maar het probleem is dat bijna geen basisschool de leerling hierop voorbereidt. U zoekt dus een goede voorbereiding op alle grammatica vragen, zodat uw kind met dit onderdeel geen problemen heeft.
  2. Het goed kunnen interpreteren van een tabel of grafiek is een vaardigheid die door het Cito steeds intensiever wordt getoetst. Ook wat betreft dit onderdeel is de begeleiding op school vaak ondermaats. “Tabellen en grafieken krijgen onze leerlingen onderwezen bij aardrijkskunde”, zeggen veel docenten. Ja, dat is waar, maar de vraagstelling zoals het Cito die hanteert, vind je niet bij een vak als aardrijkskunde. Goed oefenen op dit onderdeel is dus geen overbodige luxe.
  3. Een volgend onderdeel dat intensiever aan bod komt in lovs-toetsen en in de nieuwe Cito-toets is ‘Samenvatten’. Samenvatten wordt gezien als een belangrijk onderdeel van Taal en is een vaardigheid die gerelateerd is aan het leren studeren. Het gaat erom dat er na het begrijpen en interpreteren van de informatie iets met die informatie gedaan moet worden: hoofd- en bijzaken moeten worden onderscheiden, de tekst moet worden verkort en de informatie moet op de een of andere manier opgeslagen worden om deze op een ander moment paraat te hebben. Leerlingen die goed samenvatten, zetten de tekst om in een verkorte tekst of in een schema of tabel.  Maar hoe leer je dit? Om hier bedreven in te worden, zal een goede uitleg moeten worden gegeven. Aan de hand van stappenplannen wordt dan duidelijk hoe je een samenvatting moet maken door hoofd- en bijzaken te scheiden.
  4. Bij werkwoordspelling vormt het bijvoeglijk gebruik van het voltooid deelwoord vaak een probleem, zo merken wij in onze lessen. Hoewel een duidelijke uitleg dit probleem snel verhelpt, verdient dit onderdeel van spelling toch extra aandacht omdat het al bij de lovs-toetsen van oktober aan bod zal komen.
  5. In oktober al beginnen de basisscholen dus al met leerlingvolgsysteemtoetsen (lovs- of lvs-toetsen). Er is dus niet heel veel tijd om rustig achterover te gaan zitten. Een voorlopig schooladvies zal overgaan in een definitief schooladvies. De scores op de lovs-toetsen vormen voor een groot deel de basis om tot dit definitieve schooladvies te komen.
  6. In januari volgen de lovs-toetsen begrijpend lezen. Begrijpend Lezen is uiteraard het belangrijkste onderdeel: scoor je goed voor alle onderdelen, maar voor begrijpend lezen onvoldoende dan zal de totaalscore relatief laag zijn. De prestaties  op het onderdeel Begrijpend lezen hebben een relatief groot gewicht in zowel de Cito-toetsen als in het te geven schooladvies. U wilt dus duidelijke stappenplannen, zodat uw kind weet hoe hij of zij een tekst moet aanpakken. Het is belangrijk te weten hoe je de kernzin uit een alinea haalt, hoe je omgaat met verwijswoorden of hoe je tekstverbanden kunt vinden. En, met deze duidelijke stappenplannen voor ogen, kan elke tekst of elk artikel op nu.nl of jeugdjournaal.nl worden ontleed: oefenmateriaal genoeg. Handig als je weet hoe het moet.
  7. En dan natuurlijk het onderdeel Rekenen. Zonder een goede kennis van de basis kan het lastig zijn een som uit een verhaaltje te halen. Maar, geen paniek, ook daarvoor bestaat een duidelijk uitleg. Bij rekenen is het belangrijk dat je eerst leert hoe je een probleem moet aanpakken en daarna moet je kilometers maken: oefenen en nog eens oefenen, net zolang dat je het in je vingers krijgt. En dat kan natuurlijk mooi in zes weken zomervakantie!

8 redenen om vast te oefenen voor groep 8. Als u daarbij hulp wilt dan is dit natuurlijk mogelijk: een duidelijke uitleg van alles wat je moet weten voor de lovs-toetsen en de Cito-toets van groep 8, uitstekende stappenplannen die duidelijk maken wat nooit helemaal werd begrepen en ruim voldoende oefeningen in Cito-stijl, die uw kind optimaal voorbereiden op alle toetsen van groep 8: het nieuwe Leer- en Oefenboek voor Groep 8 van Beter Bijles is overcompleet. En dat het een echt goed boek is, bewijzen de vele basisscholen die inmiddels met onze boeken werken.

Mocht u geïnteresseerd zijn dan kunt u het boek via deze link bestellen.

Schermafbeelding 2016-07-19 om 11.58.38

 

Heeft oefenen voor de Citotoets nog zin? Natuurlijk wel!

Waarom zouden leerlingen nog oefenen voor de Eind-Citotoets, nu de score niet meer bindend is voor de bepaling van de keus voor het vervolgonderwijs? De LOVS- en Entreetoetsscores bepalen immers het advies?

Was het maar zo eenvoudig.

Stel: uw kind heeft in zijn schoolcarrière voor het vak rekenen steeds geschommeld tussen niveau B en C. In groep 6 scoorde hij een B, medio 7 een C en eind 7 weer een lage B. Dit betekent dat het kind bepaalde onderdelen nog niet voldoende beheerst. Op deze onderdelen zou daarom extra geoefend moeten worden om tot een hogere score te komen. Doen scholen dat ook? Analyseren zij de toetsen om tot een plan van aanpak voor specifieke onderdelen te komen? Of gaan ze verder met de leerstof en hopen ze dat het kind gaandeweg de hiaten zelf bijspijkert?

Stel: uw kind gaat een week naar Summer’S Cool. Aan de hand van onze instaptoets is bepaald waar de rekenhiaten zitten. Met behulp van gerichte instructie en inoefening gaan wij met het kind aan de slag op die onderdelen waar het nodig is. Wedden dat uw kind dan medio 8 weer een dikke B scoort op de toets!

Stel dat iets soortgelijks zich voordoet bij de andere vakken. Uw kind blijkt aan de hand van onze duidelijke stappenplannen ineens wel tot beter tekstinzicht te komen. Of hij snapt na onze uitleg ineens wel hoe die studieschema’s in elkaar steken. Dan stijgen de LOVS-niveaus niet tijdelijk, maar blijvend, omdat inzicht is gecreëerd.

Oefenen heeft dus wel degelijk zin en leidt daarmee tot een hoger schooladvies, ook al wil men ons doen geloven dat dit niet zo is. Of zou de school voor voortgezet onderwijs het kind dat met een prognose van 535 is aangemeld en uiteindelijk 543 haalt echt vasthouden aan het oorspronkelijke en zogenaamde definitieve VMBO-gt advies? Wij weten wel beter: natuurlijk doen ze dat niet!