Extra Specialisatiedag begrijpend lezen en rekenen op 9 januari

Wegens grote belangstelling en oplopende wachtlijsten, organiseren we een extra specialisatiedag begrijpend lezen en rekenen op zaterdag  9 januari 2016. De dag duurt van 10:00 tot 16:00 uur.

Nog even de puntjes op de i, vlak voor de start van de LOVS-toetsen in januari. Geef u snel op, want vol is vol.

Aanmelden of meer informatie? Stuur een e-mail naar info@beter-bijles.nl.

Cito-toetsen in januari voor groep 7 en 8 (lvs-toetsen)

In januari worden de toetsen van leerlingvolgsysteem (lvs-toetsen of Cito-toetsen) weer afgenomen. Zit uw kind in groep 7 of groep 8? Zorg dan dat de kerstvakantie wordt benut om extra te oefenen met begrijpend lezen, rekenen en spelling.

Beter Bijles

Waarom is extra oefenen zo belangrijk? Aan de hand van het resultaat op deze Cito-toetsen wordt voor leerlingen in groep 8 het definitieve basisschooladvies voor de middelbare school bepaald. Leerlingen in groep 7 krijgen twee kansen om een goed resultaat neer te zetten: de M7 toetsen in januari en de E7 toetsen in juni. De resultaten op deze toetsen zijn de basis voor het voorlopig schooladvies.

Oefenen is belangrijk, maar dan wel met goed materiaal! Extra oefeningen die u op internet kunt vinden, bereiden niet goed voor op toetsen. Een kind leert niets als de opgaven en de bijbehorende antwoorden niet aansluiten bij de manier zoals het Cito iets bevraagt. Zorg dus voor gedegen materiaal: een goede en duidelijk uitleg en oefeningen op niveau!

Uw kind zal de toetsen in januari beter maken als hij of zij begrijpt hoe een verhaaltekst, een foutentekst of een gatentekst moet worden gelezen en welke vragen er verwacht kunnen worden. Het is ook een rustgevend gevoel als je weet hoe je een som uit een verhaaltje moet halen of als alle spellingsregels eindelijk eens goed worden uitgelegd.

Zoekt u goed materiaal om mee te oefenen en duidelijke stappenplannen die alle theorie volledig uitleggen? Alle uitleg die uw kind nodig heeft voor de toetsen in januari kunt u vinden in de Leer- en Oefenboeken voor groep 7 en groep 8 van Beter Bijles. Bestel nu het beste oefenboek, zodat uw kind de toetsen in januari met zelfvertrouwen en kennis gaat maken.

Beter Bijles

Oefenen voor cito-toetsen van groep 8 in de zomer

Oefenen voor de Cito-toetsen in groep 8? Begin vast in de zomervakantie. Twee maanden niets doen is geen optie: dan vergeet je te veel!

In groep 8 krijgt uw kind te maken met leerlingvolgsysteemtoetsen (LVS-toetsen of LOVS-toetsen) en de Cito-Eindtoets. In oktober/november worden de LOVS-toetsen spelling, rekenen en woordenschat afgenomen en in januari volgt het onderdeel begrijpend lezen.

Schermafbeelding 2015-06-17 om 17.54.26

Na het voorlopig schooladvies dat uw kind in groep 7 heeft gekregen, zal in groep 8 het definitieve advies volgen. Een zo goed mogelijke score op de toetsen van het leerlingvolgsysteem is dus belangrijk. Een goede score op een toets haal je als je begrijpt hoe een probleem moet worden aangepakt. Zeker wat betreft de onderdelen begrijpend lezen en rekenen is een goede uitleg van de theorie dus heel belangrijk.

Juist aan die goede uitleg (lees: een goed begrip van de basis) ontbreekt het nog wel eens in de klas. Misschien krijgt uw kind niet alle aandacht of is er niet altijd tijd om nog een keer om uitleg te vragen. Het Leer- en Oefenboek voor groep 8 van Beter Bijles biedt deze uitleg wel, op een voor uw kind begrijpelijke manier, duidelijk en compleet.

Natuurlijk is veel oefenen ook belangrijk. Maar dan wel met het juiste oefenmateriaal: met opdrachten die vergelijkbaar zijn met het niveau waarop Cito toetst. En dergelijk oefenmateriaal is zeer schaars. Op internet is veel te bestellen, maar bijna alle aanbieders verkopen materiaal waarvan de opdrachten qua vraagstelling en – nog belangrijker – qua antwoordmogelijkheden slecht aansluiten bij de èchte Cito-toetsen. Vaak staat er bij de antwoordmogelijkheden één goed antwoord en drie echt foute antwoorden. Daar leer je natuurlijk niets van en dan zet oefenen weinig zoden aan de dijk.

Het Cito werkt met afleiders in de antwoorden, zodat uw kind moet nadenken welk antwoord het best past. Het is dus belangrijk dat uw kind ook op deze manier (lees: meer analytisch) leert denken. Uiteraard zijn in onze boeken alle opgaven en antwoorden volgens de Cito manier geconstrueerd en krijgt uw kind dus een optimale voorbereiding.

Een nieuw schooljaar, een nieuw Oefenboek. Met het nieuwe Leer- en Oefenboek voor groep 8 2016 van Beter Bijles is uw kind klaar voor groep 8!

Schermafbeelding 2016-07-19 om 11.58.38

 

 

Eindtoets 2015 – hoofdzin en bijzin

Morgen is alweer de derde en laatste dag van de Eindtoets. Een nieuw onderdeel dat door het Cito wordt bevraagd is grammatica. Enkele onderwerpen zijn  de eerste twee dagen al aan bod gekomen, maar morgen zullen er vragen worden gesteld over hoofd- en bijzin.

Lauren gaat morgen winkelen. Diana geeft les aan groep 7. Elena vindt het leuk om morgen op vakantie te gaan.

Hierboven staan drie hoofdzinnen. Het kenmerk van een hoofdzin is dat onderwerp en persoonsvorm direct naast elkaar staan. Tussen het onderwerp en de persoonsvorm kan dus niets anders staan. Een hoofdzin ziet er over het algemeen zo uit: onderwerp + persoonsvorm (+ andere zinsdelen + ander werkwoordsvormen). De persoonsvorm staat altijd op de tweede plek in de hoofdzin (behalve bij vraagzinnen).

Schermafbeelding 2015-04-22 om 15.53.05

In een bijzin staan onderwerp en persoonsvorm vaak ver uit elkaar. Er kunnen dus wel andere woorden tussen het onderwerp en de persoonsvorm staan. Een paar voorbeelden (de bijzin is schuin gedrukt):

Ik heb gehoord, dat Thomas morgen op vakantie gaat. De hoofdzin is ‘Ik heb gehoord’ (onderwerp ‘Ik’ en persoonsvorm ‘heb’ staan naast elkaar). De bijzin is ‘dat Thomas morgen op vakantie gaat’ (het onderwerp ‘Thomas’ en de persoonsvorm ‘gaat’ staan nu niet naast elkaar).

Een handige manier om de bijzin te vinden is de volgende: in een hoofdzin staat het werkwoord vooraan en in een bijzin staat het werkwoord achteraan. Kijk maar:

Levi deed boodschappen, omdat Sterre daar geen zin in had. Zij kocht gelijk twee pakken spaghetti, omdat alle pastasoorten in de aanbieding waren.

Beter Bijles in Het Parool …

IMG_7996_2

Cito-toets 2015: enkele tips&tricks voor rekenen!

Hoeveel is 250 x 100? Dat weet natuurlijk iedereen, want wanneer je een getal met 100 vermenigvuldigt, komen er twee nullen achter dat getal. Maar, het is beter om dit anders te formuleren: wanneer je een getal met 100 vermenigvuldigt, verschuift de komma twee plaatsen naar rechts. Nu wordt bijvoorbeeld de volgende som ook snel duidelijk: 0,055 x 100  = 5,5.

Delen door 100 of 1000 werkt op dezelfde manier, maar nu verschuift de komma natuurlijk naar links. In de som boven deze post moet 24,4 worden gedeeld door 1000; de komma moet nu dus drie plaatsen (1000 heeft drie nullen) naar links worden verplaatst. Het antwoord is B: 0,0244.

Het vermenigvuldigen van een aantal kommagetallen wordt eenvoudiger als de komma’s (tijdelijk) worden weggehaald. Kijk maar naar dit voorbeeld:

Het delen door kommagetallen wordt duidelijk aan de hand van het volgende voorbeeld:

Begrip van decimalen, maar ook van een getallenlijn is  erg belangrijk.  De getallenlijn wordt vaak als rekenhulpmiddel gebruikt bij het leren van optellen en aftrekken, maar ook op de Cito-toets worden er meerdere opgaven aan besteed.

Op de Cito-toets ziet een getallenlijn er meestal als volgt uit:

Het is dan de bedoeling de juiste waarde te bepalen die bij de pijl hoort. De beste manier om bij dit soort opgaven geen fouten te maken is de volgende: bepaal de totale afstand van het lijnstuk (in bovenstaand voorbeeld 1 – 0 = 1) en deel dit door het aantal lijnstukjes (10 stukjes). De uitkomst  (1/10) is de grootte van elk lijnstukje. Nu de grootte van elk lijnstukje bekend is, kan er vanaf nul steeds 1/10 worden bijgeteld. De pijl staat dus bij 8/10 (in decimalen: bij 0,8).

Nog een paar getallenlijnen om te oefenen:

Antwoorden: A. 2,2 :lengte 2 gedeeld door 5 lijnstukjes = 2/5 = 0,4 per lijnstukje B. 7,2: lengte 3 gedeeld door 5 lijnstukjes = 3/5 = 0,6 per lijnstukje. C. 0,48: lengte 0,1 (of 0,10) gedeeld door 5 = 0,02 per lijnstukje. D. 3,016: lengte 0,01 (of 0,010) gedeeld door 5 = 0,002 per lijnstukje. De laatste in beeld:

En misschien nog wel de belangrijkste tip: verreweg de meeste sommen kun je oplossen met een verhoudingstabel. Doe dit niet uit je hoofd, maar schrijf de som op. Bij twee van de drie onderdelen rekenen mag je uitrekenpapier gebruiken. Doe dit dus ook! Door het op te schrijven voorkom je slordigheidsfoutjes!

Cito-toets 2015: enkele tips&tricks voor spelling!

Spelling van niet-werkwoorden is ook een vast onderdeel in de Cito-toets. Een paar regels die je moet kennen:

  • Bijvoeglijke naamwoorden eindigen op een -e, behalve wanneer het een materiaal betreft (de houten tafel) of wanneer een voltooid deelwoord van een sterk werkwoord bijvoeglijk wordt gebruikt (het gebroken sieraad).
  • Een trema wordt geschreven om problemen met de uitspraak te voorkomen (efficiënt, coördineren). Of je bij het meervoud van woorden die op -ie eindigen één of twee e’s schrijft, hangt af van waar de klemtoon valt. Valt de klemtoon niet op ‘ie’, dan schrijf je één e met trema (bacteriën). Valt de klemtoon wel op ‘ie’, dan schrijf je ‘ieë’ (fantasieën).
  • Bij meervoud van een woord dat eindigt op de klinker i, a, u, o en y gebruik je een apostrof omdat je anders een verkeerde uitspraak krijgt (menu’s, agenda’s, taxi’s, auto’s, baby’s).
  • Je schrijft geen ‘tussen -n‘ wanneer het eerste deel van een samenstelling verwijst naar iets dat uniek is (zonneschijn) of als het eerste woord de betekenis van het tweede versterkt (apetrots, beregoed).
  • Om snel het fout gespelde woord te vinden, kun je het woord het best in lettergrepen verdelen. Een paar voorbeelden:

Alle regelmatige werkwoorden worden op dezelfde manier vervoegd: in alle gevallen (t.t./v.t./volt.deelw.) kun je uitgaan van de ik-vorm van het werkwoord en daar achter ‘plakken’ wat op dat moment nodig is. De tegenwoordige tijd is simpel (stam+t) en voor de verleden tijd (-te of -de) en het voltooid deelwoord (-t of -d) moet je de regels van ‘t kofschip (x) kennen.

De verleden tijd kan dus soms worden geschreven met twee klinkers en twee medeklinkers. Dit geldt voor regelmatige werkwoorden die eindigen op -ten of -den:

Maar, dit geldt alleen voor regelmatige werkwoorden. Bij onregelmatige (sterke) werkwoorden schrijf je nooit twee klinkers en twee medeklinkers! Een paar voorbeelden. Wij smeetten de kleren in de hoek (smijten —> wij smeten). Zij beslootten het toch niet te doen (besluiten —> besloten). Of ook: wij verdwaaldden gisteren in het bos (verdwalen —> verdwaalden (regelmatig)).