Oefenen voor cito-toetsen van groep 8 in de zomer

Oefenen voor de Cito-toetsen in groep 8? Begin vast in de zomervakantie. Twee maanden niets doen is geen optie: dan vergeet je te veel!

In groep 8 krijgt uw kind te maken met leerlingvolgsysteemtoetsen (LVS-toetsen of LOVS-toetsen) en de Cito-Eindtoets. In oktober/november worden de LOVS-toetsen spelling, rekenen en woordenschat afgenomen en in januari volgt het onderdeel begrijpend lezen.

Schermafbeelding 2015-06-17 om 17.54.26

Na het voorlopig schooladvies dat uw kind in groep 7 heeft gekregen, zal in groep 8 het definitieve advies volgen. Een zo goed mogelijke score op de toetsen van het leerlingvolgsysteem is dus belangrijk. Een goede score op een toets haal je als je begrijpt hoe een probleem moet worden aangepakt. Zeker wat betreft de onderdelen begrijpend lezen en rekenen is een goede uitleg van de theorie dus heel belangrijk.

Juist aan die goede uitleg (lees: een goed begrip van de basis) ontbreekt het nog wel eens in de klas. Misschien krijgt uw kind niet alle aandacht of is er niet altijd tijd om nog een keer om uitleg te vragen. Het Leer- en Oefenboek voor groep 8 van Beter Bijles biedt deze uitleg wel, op een voor uw kind begrijpelijke manier, duidelijk en compleet.

Natuurlijk is veel oefenen ook belangrijk. Maar dan wel met het juiste oefenmateriaal: met opdrachten die vergelijkbaar zijn met het niveau waarop Cito toetst. En dergelijk oefenmateriaal is zeer schaars. Op internet is veel te bestellen, maar bijna alle aanbieders verkopen materiaal waarvan de opdrachten qua vraagstelling en – nog belangrijker – qua antwoordmogelijkheden slecht aansluiten bij de èchte Cito-toetsen. Vaak staat er bij de antwoordmogelijkheden één goed antwoord en drie echt foute antwoorden. Daar leer je natuurlijk niets van en dan zet oefenen weinig zoden aan de dijk.

Het Cito werkt met afleiders in de antwoorden, zodat uw kind moet nadenken welk antwoord het best past. Het is dus belangrijk dat uw kind ook op deze manier (lees: meer analytisch) leert denken. Uiteraard zijn in onze boeken alle opgaven en antwoorden volgens de Cito manier geconstrueerd en krijgt uw kind dus een optimale voorbereiding.

Een nieuw schooljaar, een nieuw Oefenboek. Met het nieuwe Leer- en Oefenboek voor groep 8 2016 van Beter Bijles is uw kind klaar voor groep 8!

Schermafbeelding 2016-07-19 om 11.58.38

 

 

CITO Eindtoets – hoofdzin en bijzin

Morgen is alweer de derde en laatste dag van de Eindtoets. Een nieuw onderdeel dat door het Cito wordt bevraagd is grammatica. Enkele onderwerpen zijn  de eerste twee dagen al aan bod gekomen, maar morgen zullen er vragen worden gesteld over hoofd- en bijzin.

Lauren gaat morgen winkelen. Diana geeft les aan groep 7. Elena vindt het leuk om morgen op vakantie te gaan.

Hierboven staan drie hoofdzinnen. Het kenmerk van een hoofdzin is dat onderwerp en persoonsvorm direct naast elkaar staan. Tussen het onderwerp en de persoonsvorm kan dus niets anders staan. Een hoofdzin ziet er over het algemeen zo uit: onderwerp + persoonsvorm (+ andere zinsdelen + ander werkwoordsvormen). De persoonsvorm staat altijd op de tweede plek in de hoofdzin (behalve bij vraagzinnen).

Schermafbeelding 2015-04-22 om 15.53.05

In een bijzin staan onderwerp en persoonsvorm vaak ver uit elkaar. Er kunnen dus wel andere woorden tussen het onderwerp en de persoonsvorm staan. Een paar voorbeelden (de bijzin is schuin gedrukt):

Ik heb gehoord, dat Thomas morgen op vakantie gaat. De hoofdzin is ‘Ik heb gehoord’ (onderwerp ‘Ik’ en persoonsvorm ‘heb’ staan naast elkaar). De bijzin is ‘dat Thomas morgen op vakantie gaat’ (het onderwerp ‘Thomas’ en de persoonsvorm ‘gaat’ staan nu niet naast elkaar).

Een handige manier om de bijzin te vinden is de volgende: in een hoofdzin staat het werkwoord vooraan en in een bijzin staat het werkwoord achteraan. Kijk maar:

Levi deed boodschappen, omdat Sterre daar geen zin in had. Zij kocht gelijk twee pakken spaghetti, omdat alle pastasoorten in de aanbieding waren.

Beter Bijles in Het Parool …

IMG_7996_2

Cito-toets : enkele tips&tricks voor rekenen!

Hoeveel is 250 x 100? Dat weet natuurlijk iedereen, want wanneer je een getal met 100 vermenigvuldigt, komen er twee nullen achter dat getal. Maar, het is beter om dit anders te formuleren: wanneer je een getal met 100 vermenigvuldigt, verschuift de komma twee plaatsen naar rechts. Nu wordt bijvoorbeeld de volgende som ook snel duidelijk: 0,055 x 100  = 5,5.

Delen door 100 of 1000 werkt op dezelfde manier, maar nu verschuift de komma natuurlijk naar links. In de som boven deze post moet 24,4 worden gedeeld door 1000; de komma moet nu dus drie plaatsen (1000 heeft drie nullen) naar links worden verplaatst. Het antwoord is B: 0,0244.

Het vermenigvuldigen van een aantal kommagetallen wordt eenvoudiger als de komma’s (tijdelijk) worden weggehaald. Kijk maar naar dit voorbeeld:

Het delen door kommagetallen wordt duidelijk aan de hand van het volgende voorbeeld:

Begrip van decimalen, maar ook van een getallenlijn is  erg belangrijk.  De getallenlijn wordt vaak als rekenhulpmiddel gebruikt bij het leren van optellen en aftrekken, maar ook op de Cito-toets worden er meerdere opgaven aan besteed.

Op de Cito-toets ziet een getallenlijn er meestal als volgt uit:

Het is dan de bedoeling de juiste waarde te bepalen die bij de pijl hoort. De beste manier om bij dit soort opgaven geen fouten te maken is de volgende: bepaal de totale afstand van het lijnstuk (in bovenstaand voorbeeld 1 – 0 = 1) en deel dit door het aantal lijnstukjes (10 stukjes). De uitkomst  (1/10) is de grootte van elk lijnstukje. Nu de grootte van elk lijnstukje bekend is, kan er vanaf nul steeds 1/10 worden bijgeteld. De pijl staat dus bij 8/10 (in decimalen: bij 0,8).

Nog een paar getallenlijnen om te oefenen:

Antwoorden: A. 2,2 :lengte 2 gedeeld door 5 lijnstukjes = 2/5 = 0,4 per lijnstukje B. 7,2: lengte 3 gedeeld door 5 lijnstukjes = 3/5 = 0,6 per lijnstukje. C. 0,48: lengte 0,1 (of 0,10) gedeeld door 5 = 0,02 per lijnstukje. D. 3,016: lengte 0,01 (of 0,010) gedeeld door 5 = 0,002 per lijnstukje. De laatste in beeld:

En misschien nog wel de belangrijkste tip: verreweg de meeste sommen kun je oplossen met een verhoudingstabel. Doe dit niet uit je hoofd, maar schrijf de som op. Bij twee van de drie onderdelen rekenen mag je uitrekenpapier gebruiken. Doe dit dus ook! Door het op te schrijven voorkom je slordigheidsfoutjes!

Cito-toets : enkele tips&tricks voor spelling!

Spelling van niet-werkwoorden is ook een vast onderdeel in de Cito-toets. Een paar regels die je moet kennen:

  • Bijvoeglijke naamwoorden eindigen op een -e, behalve wanneer het een materiaal betreft (de houten tafel) of wanneer een voltooid deelwoord van een sterk werkwoord bijvoeglijk wordt gebruikt (het gebroken sieraad).
  • Een trema wordt geschreven om problemen met de uitspraak te voorkomen (efficiënt, coördineren). Of je bij het meervoud van woorden die op -ie eindigen één of twee e’s schrijft, hangt af van waar de klemtoon valt. Valt de klemtoon niet op ‘ie’, dan schrijf je één e met trema (bacteriën). Valt de klemtoon wel op ‘ie’, dan schrijf je ‘ieë’ (fantasieën).
  • Bij meervoud van een woord dat eindigt op de klinker i, a, u, o en y gebruik je een apostrof omdat je anders een verkeerde uitspraak krijgt (menu’s, agenda’s, taxi’s, auto’s, baby’s).
  • Je schrijft geen ‘tussen -n‘ wanneer het eerste deel van een samenstelling verwijst naar iets dat uniek is (zonneschijn) of als het eerste woord de betekenis van het tweede versterkt (apetrots, beregoed).
  • Om snel het fout gespelde woord te vinden, kun je het woord het best in lettergrepen verdelen. Een paar voorbeelden:

Alle regelmatige werkwoorden worden op dezelfde manier vervoegd: in alle gevallen (t.t./v.t./volt.deelw.) kun je uitgaan van de ik-vorm van het werkwoord en daar achter ‘plakken’ wat op dat moment nodig is. De tegenwoordige tijd is simpel (stam+t) en voor de verleden tijd (-te of -de) en het voltooid deelwoord (-t of -d) moet je de regels van ‘t kofschip (x) kennen.

De verleden tijd kan dus soms worden geschreven met twee klinkers en twee medeklinkers. Dit geldt voor regelmatige werkwoorden die eindigen op -ten of -den:

Maar, dit geldt alleen voor regelmatige werkwoorden. Bij onregelmatige (sterke) werkwoorden schrijf je nooit twee klinkers en twee medeklinkers! Een paar voorbeelden. Wij smeetten de kleren in de hoek (smijten —> wij smeten). Zij beslootten het toch niet te doen (besluiten —> besloten). Of ook: wij verdwaaldden gisteren in het bos (verdwalen —> verdwaalden (regelmatig)).

Cito-toets: enkele tips&tricks voor begrijpend lezen!

Begrijpend lezen

De teksten zijn ingedeeld in vijf categorieën: informatief (nieuws, informatief boek; in deze teksten worden voornamelijk feiten opgesomd), instructief (recept, handleiding; de schrijver legt je in zo’n tekst uit wat je moet doen, wat je nodig hebt of hoe je iets moet gebruiken), betogend (recensie, ingezonden brief; in deze teksten geeft de schrijver zijn mening en deze mening wordt vaak onderbouwd met argumenten), verhalend (verhalen kunnen deels verzonnen zijn en deels echt gebeurd zijn) en poëzie (inclusief liedteksten).

Het belangrijkste bij tekstbegrip is dat je kunt herkennen wat het onderwerp van de tekst is en wat de hoofdgedachte is. Elke tekst heeft dus altijd één onderwerp, maar elke alinea heeft ook steeds een eigen onderwerp; probeer bij het lezen van een tekst dus altijd te zoeken naar waar de tekst of alinea over gaat.

In ‘Teksten met fouten’ kunnen onder andere de volgende vragen worden gesteld: wat had de schrijver beter kunnen schrijven in plaats van…, wat moet de schrijver uit deze zin weglaten (er staan dan vaak twee woorden in de zin die hetzelfde betekenen) of welke zin is overbodig en kan worden weggelaten (de betreffende zin heeft dan niets met het onderwerp van de tekst te maken).

Bij veel tekstvragen word je gevraagd één of twee regels te lezen en daar een vraag over te beantwoorden. Het is belangrijk dat je dan niet alleen die twee regels leest, maar ook het stukje erboven en de regels eronder. Wanneer er bijvoorbeeld staat: ‘lees r.19 t/m r. 21′,  begin dan te lezen bij regel 15 en lees door tot regel 25. Dan heb je de beste indruk van wat er wordt verteld en kun je de vraag beter beantwoorden.

Vragen over de stijl van schrijven komen vaak voor bij Cito-teksten. Voorbeelden hiervan zijn: 1. Welke zin valt uit de toon als je let op het taalgebruik in de tekst? 2. Welk stuk tekst had de schrijver uit de tekst kunnen weglaten? Het antwoord op de eerste vraag heeft meestal te maken met overdreven deftig of moeilijk taalgebruik; bij de tweede vraag gaat het meestal over een paar zinnen die overbodig zijn of niets met het onderwerp van de tekst te maken hebben.

Soms wordt gevraagd waar de schrijver met een nieuwe alinea had moeten beginnen. Alles wat met een onderwerp te maken heeft, staat in één alinea. Wanneer het onderwerp verandert, moet met een nieuwe alinea worden begonnen. Een andere, veel voorkomende vraag is wat er dubbelop is in een bepaalde zin. Voorbeelden hiervan zijn: ‘Daarom had zij om die reden geen boodschappen gedaan’, of: ‘Gooien jullie die folders meteen onmiddellijk in de afvalbak?’

Bij gatenteksten zijn uit de tekst stukjes weggelaten. Op de plaats waar die stukjes stonden staat nu een streep met een nummer. Je kunt steeds uit 4 mogelijkheden kiezen welk stukje het best op de plaats van de streep past. Net als bij teksten moet je ook nu een paar regels boven de streep beginnen met lezen. Vaak staat het stukje dat op de plaats van de streep moet komen, uitgelegd in de regels na de streep.

Bij veel vragen zijn er altijd wel twee antwoorden die het eerste afvallen. Maar het is niet zo dat die twee antwoorden echt onzinnig of niet verklaarbaar zijn. Van de vier antwoorden die gegeven worden, zijn er drie afleiders; dit betekent dus dat je, zeker bij tekstvragen, vaak moet zoeken naar het béste antwoord.

CITO-toets oefenen?

De Cito-eindtoets: over ruim een maand is het weer zover. Nog ruim tijd om de puntjes op de i te zetten en een beter dan verwachte Cito-score neerzetten. Heeft dat oefenen nog nut? Zeker wel!

Het definitieve schooladvies voor het voortgezet is binnen. De Cito-score lijkt hierdoor minder belangrijk te zijn geworden, maar vergis u niet: als het resultaat op de Cito-toets beduidend beter is dan het schooladvies móet de basisschool het gegeven advies heroverwegen. Er liggen dus nog genoeg kansen.

Schermafbeelding 2015-03-17 om 13.14.40

Het verschil tussen bijvoorbeeld een vmbo-t score en een havo score bedraagt slechts drie Cito-punten! Drie Cito-punten komen overeen met 9 fouten in de Cito-toets. Als uw kind dus van de ruim 200 vragen negen vragen meer goed weet te beantwoorden, kan dat een schoolniveau uitmaken. Een goede voorbereiding en oefenen met het juiste materiaal is daarom van groot belang!

Beter Bijles bereidt uw kind goed voor. Met het Leer- en Oefenboek voor de Cito-toets bieden wij een zeer duidelijke uitleg van de theorie van alle onderdelen die door het Cito worden bevraagd op de toets. Duidelijke stappenplannen en goede strategieën zijn hierbij belangrijk en geven uw kind inzicht, zodat hij of zij begrijpt hoe een probleem moet worden aangepakt. Begrijpend lezen, taal  of rekenen is immers minder moeilijk als je weet hóe je tot het juiste antwoord moet komen.

Aan de hand van ruim voldoende opgaven in Cito-stijl (dus geen onzinantwoorden, maar ‘afleiders’ zoals het Cito dit ook doet) kan de leerling zijn vaardigheden op spelling, rekenen, grammatica, studievaardigheden en begrijpend lezen verbeteren. Het Leer- en Oefenboek  is daarmee voor kinderen uit groep 8 een perfecte voorbereiding op de Cito Eindtoets van 2015.

U kunt het Leer- en Oefenboek voor de Cito-toets hier bestellen.

Schermafbeelding 2016-07-19 om 11.58.38

Het basisschooladvies – een goede score op de CITO Eindtoets blijft van belang!

Omdat het basisschooladvies kan worden bijgesteld en een vo-school een leerling hóger kan plaatsen dan dit schooladvies aangeeft, blijft een relatief goede score op de CITO eindtoets van groot belang. Zeker wanneer het schooladvies – dat u vóór 1 maart zult ontvangen – lager is dan verwacht, zal extra oefenen met taal en rekenen wellicht nog educatieve vruchten afwerpen!

Volgens de nieuwe regelgeving is het basisschooladvies bindend voor de toelating tot de middelbare school. Hoewel er wat dit betreft – vergeleken met voorgaande jaren – niet veel is veranderd, heeft de stem van de basisschool – door het pas in april afnemen van de Cito-toets – wel meer gewicht gekregen.

Een gedegen schooladvies is gebaseerd op een aantal zaken. Ten eerste zij  er de test- en toetsgegevens: de leerlingvolgsysteem (Cito) toetsen, eventueel aangevuld met een drempeonderzoek of intelligentieonderzoek. Daarnaast moeten ook de leerlingkenmerken bij het advies worden meegenomen; zo kunnen werkhouding, concentratievermogen of karakter zeer bepalend zijn.

(bron:BOVO)

Het schooladvies is in principe bindend voor toelating tot het voortgezet onderwijs. De vo-school (voortgezet onderwijs) kan een leerling wel hoger plaatsen dan het schooladvies. Deze mogelijkheid bestaat als het resultaat op de eindtoets in groep 8 hoger uitvalt dan de basisschool had verwacht. De basisschool moet het eerder gegeven advies dan heroverwegen: de basisschool kan dan besluiten het advies naar boven bij te stellen. Wanneer het resultaat lager is dan verwacht, heroverweegt de basisschool het schooladvies niet.

Er kan maar één schooladvies bestaan; omdat sommige basisscholen zowel een schooladvies als een plaatsingsadvies opstellen, leidt dit tot problemen. De leerling krijgt bijvoorbeeld te horen dat hij een havo/vwo-advies heeft, terwijl de vo-school geadviseerd wordt de leerling in de havo te plaatsen. Dat mag niet.

Kortom, zorg voor een gedegen voorbereiding op de Cito eindtoets van 2015! Een goed begrip van de theorie van bijvoorbeeld begrijpend lezen en rekenen zou wel eens een groot verschil kunnen maken met het oog op de keuze van een middelbare school.

Schermafbeelding 2016-07-19 om 11.58.38

(bron:Inspectie van het Onderwijs)

Wij zijn met z’n allen heel erg voor goed onderwijs …

Jee, wat zijn we lekker aan het brainstormen over onderwijs met z’n allen! Van onderwijs hebben alle 16,8 miljoen Nederlanders verstand, dat treft. Onderwijs kan altijd stukken beter, dus iedereen heeft altijd een beetje gelijk. Wij zijn met z’n allen heel erg voor heel goed onderwijs, net zoals we hartgrondig tégen kanker zijn. Goed hè, van ons?

Staatssecretaris Dekker van Onderwijs betwijfelt of kinderen nog wel de juiste dingen leren op school. In 2032, als de kleuters van nu aan hun eerste baan beginnen, zal de wereld immers compleet anders zal zijn dan nu. Dekker mist ‘een samenhangende visie’ over de inhoud van onderwijs en roept iedereen op hem met ideeën te voeden.

Zou er ooit een samenhangende visie zijn ontwikkeld door miljoenen meepraters? De ideeëntrommel loopt al aardig vol. Ook nu mogen door een reclamebureau geselecteerde bekende Nederlanders op filmpjes vertellen wat er moet veranderen aan onderwijs, terwijl het klootjesvolk hun duiten in de Twitter-zak mag werpen.

De wereld verandert razendsnel, dús moet het onderwijs als een dolle mee veranderen. Toch?

Verrassend: techneuten wijzen op de onontbeerlijk aandacht voor techniek, VVD’ers bepleiten het vak ondernemerschap, iPadproducenten bestempelen alles wat zonder scherm gebeurt als achterlijk, historici promoten hun gesmade vak, de Hartstichting wil lessen reanimatie. Ha, daar hebben we de lobbyisten van mindfullness op school, de duurzaamheidsprofeten, de voorstanders van meer sport/ yoga/tuinieren/kleien/blokfluiten op school. De commerciële onderwijsbureaus ruiken een kans de mythe van het zelfstandig lerende, zelfsturende kind op te poetsen. Ieder zijn belangetje.

Ook het kind komt aan het woord, in een propagandafilmpje. Dat jochie roept niet baldadig: ‘Elke middag eerder vrij! Gratis snoep!’, maar verzekert ons dat in zijn toekomst alles anders gaat, want hij werkt straks niet meer in een fabriek (hij is geen robot). Hij leert meer van internet dan van zijn schoolboek. Hij mijmert: ‘Moeten kinderen vooral taal en rekenen leren, of is er méér?’ Moeten ze meer Engels leren, en ook Chinees? Programmeren? De toon van zijn vragen is zo dat wij snappen dat wij Ja, ja! moeten roepen. De wereld verandert razendsnel, dús moet het onderwijs als een dolle mee veranderen. Toch?

Ik weet ook een paar retorische vragen. Wie heeft er verstand van lerende kinderen? Wie werkt dagelijks met leerlingen, legt de basis voor wat zij weten en kunnen? Ik las een interessante tweet van Sander Dekker: ‘Ook leraren denken natuurlijk mee over #onderwijs2032!’

Onderwijs dient niet om nieuw werkvee, voor de lopende band van de economie, aan te leveren

Dat is inderdaad opmerkelijk. Bij alle grote vorige veranderingen in het onderwijs, zoals de Tweede Fase en het Studiehuis, en het vrijwel landelijk ingevoerde competentieleren in het mbo en hbo, is de leraar stelselmatig genegeerd. En al helemaal bij de grootste en slechtste wijziging, begin jaren tachtig, toen de verantwoordelijkheid voor het onderwijs geheel aan de schoolbesturen werd overgedragen. Net als de semi-privatisering van de ouderenzorg heeft die wijziging noch geleid tot een beter ‘product’ voor de afnemer, noch tot meer autonomie van de professional. Deze werd volkomen afhankelijk van zijn schoolbestuurders, die hem via het management dicteerden wat hij moest doen. Weg met de eigenwijze koninkjes in hun klaslokalen! Hoogopgeleide leraren waren duur en lastig, leraren die hoge eisen stelden eveneens.

Daarover zou de discussie eens moeten gaan. Net als hun voorgangers praten Dekker en Bussemaker niet met leraren, maar met hun werkgevers in de onderwijsraden. Daarom klinkt het ‘tegeltje’ dat Dekker bijdroeg aan de discussie ook zo cynisch: ‘Als je dingen moet doen waarvan je denkt dat ze geen zin hebben, stop ermee! (…) Zeg: ik wil mijn tijd besteden aan de kinderen!’ Dekker heeft gelijk, maar dacht hij dat leraren die macht hebben?

Onderwijs kan zich helemaal niet voorbereiden op onbekende technologische veranderingen, en een onvoorspelbare arbeidsmarkt. Onderwijs dient niet om nieuw werkvee, voor de lopende band van de economie, aan te leveren. Op school zitten de mensen die straks samen de wereld vormgeven. Die kinderen opvoeden, oplossingen verzinnen, schoonheid creëren, valsheid doorzien, troost bieden, perspectieven openen. Die moet je geen tijdgebonden technieken meegeven, maar wapenen met een brede ontwikkeling, basisvaardigheden, een open hart en een kritisch verstand. Onderwijs moet het kind niet aanpassen aan de toekomst, maar het de werktuigen bieden om straks elke toekomst aan te kunnen. Dat is – ploink! – mijn duit in Dekkers trommel.

Door: Aleid Truijens

Klaar voor de LOVS-toetsen en de CITO Eindtoets ?

Een goede score op de Cito eindtoets wordt voor een groot deel bepaald door het resultaat op begrijpend lezen. Het is dus belangrijk dat je weet hoe je de verschillende tekstsoorten aan moet pakken. Er worden drie tekstsoorten bevraagt op de Cito-toets: foutenteksten, gatenteksten en verhaalteksten. Voor elke soort zijn er duidelijke stappenplannen die precies duidelijk maken hoe je een tekst moet aanpakken. Als je dan ook nog leert welk soort vragen je kunt verwachten, ben je goed voorbereid.

 

  1. De Cito-toets van dit schooljaar bestaat uit taal en rekenen. Naast begrijpend lezen en rekenen komt bijvoorbeeld ook het onderdeel grammatica uitvoerig aan bod. Wat is het lijdend voorwerp in deze zin, wat is een bijvoeglijk naamwoord, wat is het voegwoord in die zin, geef aan welk gedeelte van de zin de hoofdzin is, staan de aanhalingstekens  goed in die zin etc. Grammatica hoort natuurlijk bij het onderdeel Taal (en dat is de reden dat Cito het bevraagt), maar het probleem is dat weinig basisscholen de leerlingen hierop voldoende voorbereiden. U zoekt dus een goede voorbereiding op alle grammatica vragen, zodat uw kind met dit onderdeel geen problemen heeft.
  2. Het goed kunnen interpreteren van een tabel of grafiek is een vaardigheid die door het Cito steeds intensiever wordt getoetst. Ook wat betreft dit onderdeel is de begeleiding op school vaak ondermaats. “Tabellen en grafieken krijgen onze leerlingen onderwezen bij aardrijkskunde”, zeggen veel docenten. Ja, dat is waar, maar de vraagstelling zoals het Cito die hanteert, vind je niet bij een vak als aardrijkskunde. Goed oefenen op dit onderdeel is dus geen overbodige luxe.
  3. Een volgend onderdeel dat intensief aan bod komt in lovs-toetsen en in de nieuwe Cito-toets is ‘Samenvatten’. Samenvatten wordt gezien als een belangrijk onderdeel van Taal en is een vaardigheid die gerelateerd is aan het leren studeren. Het gaat erom dat er na het begrijpen en interpreteren van de informatie iets met die informatie gedaan moet worden: hoofd- en bijzaken moeten worden onderscheiden, de tekst moet worden verkort en de informatie moet op de een of andere manier opgeslagen worden om deze op een ander moment paraat te hebben. Leerlingen die goed samenvatten, zetten de tekst om in een verkorte tekst of in een schema of tabel.  Maar hoe leer je dit? Om hier bedreven in te worden, zal een goede uitleg moeten worden gegeven. Aan de hand van stappenplannen wordt dan duidelijk hoe je een samenvatting moet maken door hoofd- en bijzaken te scheiden.
  4. Bij werkwoordspelling vormt het bijvoeglijk gebruik van het voltooid deelwoord vaak een probleem, zo merken wij in onze lessen. Hoewel een duidelijke uitleg dit probleem snel verhelpt, verdient dit onderdeel van spelling toch extra aandacht omdat het al bij de lovs-toetsen van oktober aan bod zal komen.
  5. In oktober al beginnen de basisscholen dus al met leerlingvolgsysteemtoetsen (lovs- of lvs-toetsen). Er is dus niet heel veel tijd om rustig achterover te gaan zitten. Een voorlopig schooladvies zal overgaan in een definitief schooladvies. De scores op de lovs-toetsen vormen voor een groot deel de basis om tot dit definitieve schooladvies te komen.
  6. In januari volgen de lovs-toetsen begrijpend lezen. Begrijpend Lezen is uiteraard het belangrijkste onderdeel: scoor je goed voor alle onderdelen, maar voor begrijpend lezen onvoldoende dan zal de totaalscore relatief laag zijn. De prestaties  op het onderdeel Begrijpend lezen hebben een relatief groot gewicht in zowel de Cito-toetsen als in het te geven schooladvies. U wilt dus duidelijke stappenplannen, zodat uw kind weet hoe hij of zij een tekst moet aanpakken. Het is belangrijk te weten hoe je de kernzin uit een alinea haalt, hoe je omgaat met verwijswoorden of hoe je tekstverbanden kunt vinden. En, met deze duidelijke stappenplannen voor ogen, kan elke tekst of elk artikel op nu.nl of jeugdjournaal.nl worden ontleed: oefenmateriaal genoeg. Handig als je weet hoe het moet.
  7. En dan natuurlijk het onderdeel Rekenen. Zonder een goede kennis van de basis kan het lastig zijn een som uit een verhaaltje te halen. Maar, geen paniek, ook daarvoor bestaat een duidelijk uitleg. Bij rekenen is het belangrijk dat je eerst leert hoe je een probleem moet aanpakken en daarna moet je kilometers maken: oefenen en nog eens oefenen, net zolang dat je het in je vingers krijgt. En dat kan natuurlijk mooi in zes weken zomervakantie!

8 redenen om vast te oefenen voor groep 8. Als u daarbij hulp wilt dan is dit natuurlijk mogelijk: een duidelijke uitleg van alles wat je moet weten voor de lovs-toetsen en de Cito-toets van groep 8, uitstekende stappenplannen die duidelijk maken wat nooit helemaal werd begrepen en ruim voldoende oefeningen in Cito-stijl, die uw kind optimaal voorbereiden op alle toetsen van groep 8: het nieuwe Leer- en Oefenboek voor Groep 8 van Beter Bijles is overcompleet. En dat het een echt goed boek is, bewijzen de vele basisscholen die inmiddels met onze boeken werken.

Mocht u geïnteresseerd zijn dan kunt u het boek via deze link bestellen.

Schermafbeelding 2016-07-19 om 11.58.38