Categorie archief: voortgezet onderwijs

Het slaapprobleem van pubers

Een puber gaat graag laat naar bed. En dat heeft zo z’n gevolgen voor gedrag en prestaties. Zelf ben ik ’s avonds regelmatig bezig mijn 14-jarige dochter te bewegen naar haar kamer te gaan om alvast te gaan douchen. Na het douchen volgt dan automatisch de gang naar bed. Maar steeds gaat het met tegenzin: “Op MSN is de hele wereld nog wel wakker, dus waarom moet ik zo vroeg naar bed?”.

Door hormonale veranderingen, een biologische klok en tal van sociale redenen hebben pubers de neiging laat naar bed te gaan. Bovendien voelt een puber zich geen kind meer: kinderen stuur je vroeg naar bed, bij pubers kan dat niet meer. Het zijn al bijna volwassenen, althans, dat denken ze.  Maar ja, laat naar bed betekent ook een tekort aan slaap, want de volgende morgen gaat toch echt die wekker weer af. Uit ontwikkelingsstudies blijkt dat pubers, omdat ze nog in de groei zijn, meer slaap nodig hebben dan volwassenen. Door de hormonale veranderingen hebben ze zelfs meer slaap nodig dan kinderen op de basisschool.

Een (chronisch) tekort aan slaap leidt, volgens een onderzoek van Columbia University in New York, tot gedragsproblemen of zelfs depressies: tieners die van hun ouders vóór 10 uur ’s avonds naar bed moesten, bleken 24 procent minder kans te hebben op een depressie dan pubers die tot 12 uur of later mochten opblijven. Van de tieners die maar 4 tot 5 uur per nacht sliepen, had zelfs 70 % meer kans op een depressie.

Zo bestaat er ook een duidelijk verband tussen slaaptekort en prestaties op school. Hoewel een adolescent voor optimale prestaties en een goede concentratie 9 uur slaap nodig heeft, is gebleken dat scholieren gemiddeld 7,3 uur per nacht slapen. Een onderzoek onder 3000 scholieren heeft uitgewezen dat leerlingen met veel onvoldoendes gemiddeld 25 minuten minder slaap kregen en 40 minuten later naar bed gingen dan leerlingen met goede cijfers.

Te veel leerlingen die om half negen in de schoolbanken zitten, hebben hun hersens nog op het kussen liggen. Ze zien er uit als wandelende zombies maar moeder natuur weerhoudt hen ervan vroeger naar bed te gaan. In Amerika zijn er al scholen die een uur later dan gebruikelijk beginnen met de lessen. Het past beter bij het biologisch ritme van de leerlingen en het heeft, ook weer volgens een onderzoek, zichtbaar gevolgen voor de prestaties. Het cognitieve brein – waar de denkkracht vandaan komt die je op school nodig hebt – doet dan duidelijk beter zijn werk. Misschien moeten we op het voortgezet onderwijs in Nederland ook maar een uur later beginnen; het slaapgedrag van pubers is misschien niet effectief te beïnvloeden maar de schoolprestaties zullen er duidelijk baat bij hebben.

De gymnasia raken overvol

De Cito-toets was niet al te lastig dit jaar. Het resultaat daarvan komt ongetwijfeld tot uiting in de scores die over drie weken bekend worden gemaakt. Wanneer relatief veel kinderen dit jaar op bijvoorbeeld een score van 545 of hoger uitkomen, zal dit leiden tot een run op de toch al populaire vwo-opleidingen. En omdat het aantal beschikbare plaatsen beperkt is, zullen dit jaar meer kandidaten dan ooit worden uitgeloot (vorig jaar ging het om 10% van de kinderen).

Wanneer ook het schooladvies naar boven wordt bijgesteld – met een veel beter gemaakte toets is die kans aannemelijk – zijn leerlingen met een cito-score van 545 of hoger automatisch toelaatbaar voor het vwo. En de meesten, uitzonderingen daargelaten, willen dan naar een gymnasium. Zeker de – toch al heel populaire – categorale gymnasia krijgen dan te maken met een explosieve groei van het aantal aanmeldingen.

Maar, niet elke leerling die voor de Cito-toets een score van 545 punten of meer haalt, is per definitie geschikt voor een gymnasiale opleiding. Het kan net zo goed een typisch ‘atheneum-kind’ zijn. Hoewel de capaciteiten van een leerling goed kunnen worden ingeschat met behulp van het Leerling Volg Systeem (mede op basis daarvan wordt het schooladvies gegeven), kan een basisschool boven de 545 punten niet kiezen tussen een vwo- of een gymnasium advies.

Het invoeren van een nieuwe Cito-bandbreedte kan de toenemende druk op – met name – de categorale gymnasia verminderen. Stel, de bestaande vwo-bandbreedte van 545 en hoger wordt opgesplitst in twee nieuwe bandbreedtes: 545 tot 547 punten voor vwo en 548 en hoger voor gymnasium. Met deze nieuwe indeling krijgt een basisschool de mogelijkheid om tot een passender en verfijnder schooladvies te komen, atheneum dan wel gymnasium. Introductie van de extra bandbreedte kan tevens een oplossing zijn voor de enorme toestroom die de gymnasia elk jaar te verwerken krijgen. Ook de jaarlijks terugkerende problemen van stress en teleurstelling bij uitloting zullen dan minder worden.

Het puberbrein

Ooit zijn ouders ook zelf jong geweest en we hebben allemaal gepuberd. Voor sommigen was dat een mooie tijd, voor anderen minder; voor de één kort van duur, voor de ander leek het een eeuwigheid. Zelf heb ik nooit helemaal begrepen wat er allemaal (niet) met me gebeurde. Misschien maakten alle veranderingen op mij niet zo’n indruk of, en dat is waarschijnlijker, had ik zelf niet door dat ik aan het puberen was. Mijn ouders hadden het duidelijk wel in de gaten.

Inmiddels zit mijn 14-jarige dochter midden in de puberteit en dus probeer ik als ouder (be)grip te krijgen op (van) de geestelijke metamorfose die momenteel plaatsvindt. Het is een leuk, boeiend, moeilijk en een soms (ook voor mij) ongrijpbaar proces van verandering. Maar ondanks mijn opvoedingsonzekerheid en relatieve onwetendheid is het toch heel mooi om te zien hoe zij zich ontwikkelt en haar eigen wereld nu aan het inrichten is. Eigenlijk maak ik me geen zorgen; zij gaat haar eigen weg heus vinden, vooralsnog binnen de door mij aangegeven grenzen.

Deze week heb ik van een vriend het boek “Puberbrein binnenstebuiten’ cadeau gekregen. Een mooi en verhelderend boek, dat een vinger weet te leggen op voor volwassenen soms moeilijk begrijpbare ontwikkelingen in het puberbrein.

Twee pakkende citaten uit het boek:
Het enige wat ik eigenlijk wil, is veel aandacht. Met emmers tegelijk! Gewoon dat mensen naar mijn verhaal willen luisteren en proberen te begrijpen dat ik iets goeds probeer te doen, maar dat het heel vaak gewoon niet lukt. Dan gaat het mis en dan weet je niet meer hoe je het terug moet draaien. Op zo’n moment zoek je eigenlijk een volwassene die gewoon zegt hoe het moet, zonder de hele tijd te zeiken dat je het eigenlijk niet kan. Dat weet ik zelf dan ook wel.
Omar, 16 jaar
Ik word gek van mijn moeder. Roept ze dat ik moet komen eten, dan denkt ze dat ik zomaar even uit mijn game kan stappen! Dat je niet in je eentje gamet en dat ik mijn vrienden dan niet zomaar in de steek kan laten, begrijpt ze echt niet. De enige games die zij kent, zijn mens-erger-je-niet en monopoly.’
Joost, 14 jaar

Natuurlijk, pubers hebben structuur en duidelijke grenzen nodig. Maar in veel situaties verdienen zij begrip en begeleiding van ouders, omdat ze nog niet goed kunnen omgaan met de aan hen – door die ouders – gegeven vrijheden en verantwoordelijkheden. In sommige conflictsituaties zijn het soms de ouders die een wijze les kunnen gebruiken.

Maatschappelijke stage op de middelbare school

Na een opleiding in het voortgezet onderwijs ben je weer een stuk slimmer geworden, welk soort onderwijs je ook gekozen hebt. Maar het blijft natuurlijk wel heel theoretisch, al die kennis. Ook in het geval dat er na het voortgezet onderwijs wordt gekozen voor een vervolgopleiding, is het best handig als je al een beetje meer streetwise bent. Het zorgt waarschijnlijk voor een beter begrip van de aangeboden materie. Een stage gedurende de middelbare schooltijd zou daarvoor kunnen zorgen.

Al sinds 2007 zijn er verschillende scholen in het voortgezet onderwijs die tijdens de schoolperiode aan een maatschappelijke stage doen. De ministerraad heeft op 15 januari besloten dat dit vanaf het schooljaar 2011/2012 zal gelden voor alle leerlingen die instromen in het voortgezet onderwijs. Doel van deze stage, 72 uur die buiten de schooluren afgewerkt moet worden, is jongeren kennis te laten maken met de samenleving. Ze doen dit door vrijwilligerswerk te verrichten en zo een beter begrip te krijgen van de sociale samenhang van de maatschappij. Sociale interactie en een prima kweekvijver voor vrijwilligers dus, op zich wel iets wat op sommigen een positieve uitwerking zou kunnen hebben. Maar in alle situaties?

Nuttig, maar toch ook wel spijtig dat het accent alleen wordt gelegd op het sociale aspect. De maatschappij en het bedrijfsleven van nu vragen om persoonlijke ontwikkeling, om visie, om praktijk gerichtheid, om flexibele kennis en vaardigheden. Verschillende eigenschappen die bij leerlingen van het voortgezet onderwijs al gestimuleerd zouden kunnen worden. Een werkstage, naast een maatschappelijke stage, zou daarom geen overbodige luxe zijn.

Latijn en Grieks

Onrust in de klassieke gelederen in Nederland. De gymnasiale wereld verzet zich tegen het voorstel van de Verkenningscommissie Klassieke Talen om de proefvertaling te laten vallen op de eindexamens van de vakken Latijn en Grieks. Het probleem is dat een immer toenemend aantal gymnasiasten steeds minder enthousiast is over deze talen. En daar heeft men dus een oplossing voor bedacht: op het eindexamen komt het vertalen van een tekst, die de leerling nog niet eerder heeft gezien, te vervallen. Het accent moet nu meer komen te liggen op klassieke taal en cultuur in het algemeen.

De onrust is voornamelijk ontstaan bij de gymnasia zelf. Het schrappen van de proefvertaling wordt gezien als een mutilatie van de gymnasiale opleiding, terwijl het juist kan zorgen voor een hernieuwde interesse in de oude talen. Het tanende enthousiasme van de laatste jaren kan dan worden omgebogen in een hernieuwde liefde voor de Oudheid. Er blijft meer tijd over die gespendeerd kan worden aan de nog steeds actuele ideeën van Homerus, Plato, Aristoteles of Cicero, er kan meer aandacht worden besteed aan de inhoud van hun prachtige -vertaalde- verhalen en er kan zelfs tijd worden ingeruimd om leerlingen de kunst van de retorica bij te brengen; in de Oudheid stond dit vak centraal in het onderwijs. Het nut, de waarde voor later en het genot daarvan zijn vele malen groter dan het vertalen van een onbekend stuk tekst.  Bovendien is het percentage leerlingen dat wél warm loopt voor een proefvertaling waarschijnlijk te verwaarlozen.

Daarbij komt dat de pluspunten van het volgen van Grieks en/of Latijn toch wel intact blijven; het taalgevoel wordt beter, de taalstructuur duidelijker, het logisch en analytisch nadenken wordt gestimuleerd. Deze vaardigheden zijn al onderdeel van de rugzak van een gymnasiast, maar misschien is het tijd om op te houden met navelstaren en nu die nieuwe klassieke weg in te slaan.

En als er dan toch over vernieuwingen wordt gesproken, laat er dan ook een Verkenningscommissie Rekenen en Taal opstaan, die het niveau van de reken- en taallessen op de basisschool aan een onderzoek onderwerpt. Want zonder een degelijke basis hierin is ook het leren van Latijn en Grieks, zelfs zonder proefvertaling, een problematische opgave.

CITO stress…?

De meeste kinderen die bij ons bijlessen volgen ter voorbereiding op de cito-toets zijn er helemaal klaar voor. De leerachterstanden zijn weggewerkt en de basis voor een goed begrip van taal en rekenen is gelegd. De laatste 4 weken gaat het er om de puntjes op de i te zetten.

Het accent van de bijlessen ligt op het wegwerken van leerachterstand, het zorgen voor een brede (kennis)basis op het gebied van spelling, begrijpend lezen en rekenen en het geven van zelfvertrouwen aan de leerling. Zonder een goed gevormde basis is het moeilijk om verder te komen. Alleen oefenen met opgaven uit oude cito-toetsen heeft slechts beperkte zin; er wordt alleen een korte-termijneffect mee bereikt. En een tijdelijke piek in de prestaties is niet iets om na te streven. Integendeel, een brede basis en doelgerichte aandacht zorgen in de eerste plaats voor een maximaal rendement en in de tweede plaats wordt het (opnieuw) oplopen van een achterstand voorkomen.

Maar goed, momenteel wordt alle aandacht wel opgeëist door de cito-toets. Wat wordt er allemaal gevraagd in deze drie dagen? Een kleine samenvatting:

Het onderdeel wereldoriëntatie telt niet mee voor de uiteindelijke score. Er blijven dus 200 vragen over die voor de score even zwaar meetellen. Met 100 vragen telt het onderdeel taal dus het zwaarst (50%) mee in de toets. Het verdient aanbeveling nog een keertje de regels voor werkwoordspelling door te nemen (tegenwoordige tijd-verleden tijd-voltooid deelwoord). Ook het lezen van nog één of twee boeken voor eind januari kan eigenlijk alleen maar goed doen voor het -relatief grote onderdeel- begrijpend lezen. Voor oefenen op het onderdeel rekenen kan ik u verwijzen naar een eerdere post.

Zoals al eerder besproken, wordt de invloed van de cito-score op de keuze voor een vervolgschool in het voortgezet onderwijs steeds kleiner. En daarmee waarschijnlijk ook de hype van de cito-toets. De alomvattende aandacht die ook de media elk jaar in februari aan de cito-toets geven, zal kleiner worden. Het accent zal verschuiven naar de entreetoets: de basisschool zal na deze toets al met een advies voor schoolkeuze komen.

Begrijpend lezen

Wat maakt een entreetoets of cito-toets op de basisschool zo moeilijk?
Natuurlijk is het voor een goed resultaat van groot belang de basisvaardigheden in spelling en rekenen te beheersen. Maar zelfs als deze vaardigheden in orde zijn, hangt het resultaat van een toets in belangrijke mate af van de mate waarin een leerling goed is in begrijpend lezen. En dat geldt niet alleen op de basisschool; in het voortgezet onderwijs spaart het veel tijd en moeite wanneer van een grote hoeveelheid leerstof snel een goede samenvatting gemaakt kan worden. Voor het vinden van de belangrijkste tekstdelen speelt begrijpend lezen ook dan een hoofdrol.

Bij de entree- en cito-toets komt begrijpend lezen terug in alle toetsonderdelen. Niet alleen bij de verschillende taalopgaven, maar ook bij rekenen en studievaardigheden. Alle opgaven worden ook hier in een verhaalvorm gegoten. Veel fouten die bij het onderdeel rekenen worden gemaakt, zijn dan ook terug te voeren op het slecht lezen van de opgave, niet op een gebrek aan rekenvaardigheid.

Eigenlijk is er maar één goed advies van toepassing op het optimaliseren van begrijpend lezen: elke dag lezen, of het een boek is, een stuk uit de krant of zelfs een stripverhaal, oefening baart kunst.