Categorie archief: voortgezet onderwijs

PISA: Nederlandse leerlingen presteren goed

PISA-resultaten vormen indicatoren in internationaal beleid (Europese Unie) en nationaal onderwijsbeleid.

Rekenen is prima, maar begrijpend lezen helaas niet ...

Rekenen is prima, maar begrijpend lezen helaas niet …

Wiskunde

Vooral op het gebied van wiskunde hebben de Nederlandse leerlingen goed gescoord. Ten opzichte van 2009, toen wiskunde als minor domain werd getest zijn de Nederlandse scores in 2012 bijna op hetzelfde niveau gebleven: 526 punten in 2009, 523 punten in 2012. Het gemiddelde van OECD-lidstaten is 494. In de rangorde staan in 2012 evenals in 2009 Chinese steden/gebieden bovenaan. In de rangorde van de OECD- lidstaten (de hoog ontwikkelde landen) staat Nederland vierde achter Zuid Korea Japan en Zwitserland, maar vóór Finland. Bij de vier subdomeinen van wiskunde staat Nederland in de OECD ranglijst met algebra en meetkunde op de 7e en 8e plaats en met statistiek en rekenvaardigheden tweemaal op de tweede plaats, achter Zuid-Korea.

Lezen

Bij leesvaardigheid en natuurwetenschappelijke vaardigheden hebben Nederlandse leerlingen op een slechter naar internationale maatstaven niveau gescoord. 512 punten resp. 522 punten, ofwel een 17e plaats voor lezen en de 19e plaats voor science bij de OECD.

Even een paar vragen maken?

Maths

Question 1. Mount Fuji is only open to the public for climbing from 1 July to 27 August each year. About 200,000 people climb Mount Fuji during this time. On average, about how many people climb Mount Fuji each day?

A. 340 B. 710 C. 3,400 D. 7,100 E. 7,400

Question 2. The Gotemba walking trail up Mount Fuji is about 9km long. Walkers need to return from the 18km walk by 8pm. Toshi estimates that he can walk up the mountain at 1.5km/h on average, and down at twice that speed. These speeds take into account meal breaks and rest times. Using Toshi’s estimated speeds, what is the latest time he can begin his walk so that he can return by 8pm?

Question 3. Toshi wore a pedometer to count his steps on his walk along the Gotemba trail. His pedometer showed that he walked 22,500 steps on the way up. Estimate Toshi’s average step length for his walk up the 9km Gotemba trail. Give your answer in centimetres.

Reading

Peanut Allergy Alert
Lemon Cream Biscuits

Date of alert: 04 February
Manufacturer’s Name: Fine Foods Ltd
Product Information: 125g Lemon Cream Biscuits (Best before 18 June and best before 01 July)
Details: Some biscuits in these batches may contain pieces of peanut, which are not included in the ingredient list. People with an allergy to peanuts should not eat these biscuits.
Consumer action: If you have bought these biscuits you may return the product to the place of purchase for a full refund.
Or call 1800 034 241 for further information.

Question 1. What is the purpose of this notice?

A. To advertise Lemon Cream Biscuits.

B. To tell people when the biscuits were made.

C. To warn people about the biscuits.

D. To explain where to buy Lemon Cream Biscuits.

Question 2. What is the name of the company that made the biscuits?

Question 3. Why does the notice include “best before” dates?

PROBLEM SOLVING

It is Alan’s birthday and he is having a party. Seven other people will attend: Amy, Brad, Beth, Charles, Debbie, Emily and Frances.

Everyone will sit around the circular dining table. The seating arrangement must meet the following conditions:

• Amy and Alan sit together

• Brad and Beth sit together

• Charles sits next to either Debbie or Emily

• Frances sits next to Debbie

• Amy and Alan do not sit next to either Brad or Beth

• Brad does not sit next to Charles or Frances

• Debbie and Emily do not sit next to each other

• Alan does not sit next to either Debbie or Emily

• Amy does not sit next to Charles

Arrange the guests around the table to meet all of the conditions listed above.

Beter Bijles breidt uit!

Beter Bijles, nu van A(msterdam) tot Z(evenaar)!

Na de zeer succesvolle samenwerking tussen Peter Meijer en Jacquelien Bredenoord tijdens de Summer’s Cool weken, heeft Beter-Bijles besloten haar diensten uit te breiden. Vanaf 1 september kunnen kinderen in de regio Arnhem/Nijmegen ook lessen volgen bij Beter-Bijles.

Jacquelien Bredenoord is leerkracht in het basisonderwijs. Ze heeft jaren achtereen in groep 8 lesgegeven. Verder werkt ze al vele jaren voor het Cito in Arnhem, waar ze opgaven construeert voor diverse toetsen. Zij weet daarom precies welke vaardigheden kinderen moeten beheersen om een goede Cito-toets te maken.

Net als in Amsterdam kunnen leerlingen van de basisschool ook op onze Beter- Bijles locatie in Zevenaar terecht voor bijlessen van een kwalitatief hoogstaand niveau. Bijlessen worden gegeven in de vakken rekenen, taal, spelling, begrijpend lezen en studievaardigheden. De lessen zullen gericht zijn op het wegwerken van kennishiaten en het aanleren van strategieën om teksten aan te pakken en te verklaren. Tijdens de lessen zal veel aandacht geschonken worden aan de vraagwijze die het Cito hanteert, zodat de leerling beter voorbereid de Entreetoets of de Cito eindtoets kan maken.

Op onze locatie in Amsterdam wordt zes dagen per week bijles gegeven (maandag tot en met zaterdag); in Zevenaar kunnen leerlingen terecht op maandag, dinsdag, woensdag en zaterdag. De bijles wordt één op één of in een klein groepje van maximaal drie kinderen gegeven; dit laatste gebeurt uiteraard in overleg.

Scholieren van het voortgezet onderwijs kunnen bij ons terecht voor gerichte bijlessen in diverse vakken en voor intensieve huiswerkbegeleiding. Studenten van MBO of HBO kunnen we begeleiden bij het maken van goed opgebouwde verslagen.

Jacquelien Bredenoord tijdens Summer’S Cool van Beter Bijles.

De kosten bedragen € 30,- per uur voor bijles in een klein groepje. Het lesgeld voor individuele bijlessen bedraagt € 35,- voor 45 minuten (bijles aan leerlingen van het VO, MBO en HBO is altijd individueel). Wij rekenen geen inschrijfkosten of andere extra kosten.

Voor meer informatie of het maken van een afspraak voor bijles in Zevenaar kunt u contact opnemen met Jacquelien: 0316-333881 of 06-25253733. Uiteraard kunt u ons ook een e-mail sturen: info@beter-bijles.nl

Graag tot ziens in Amsterdam of Zevenaar!

Entreetoets uitslag 2011

De uitslag van de Entreetoets 2011 druppelt inmiddels bij veel basisscholen binnen. In veel gevallen wordt aan deze uitslag een schooladvies (en een verwachte Cito-score) gekoppeld. Hoe dit schooladvies er uit ziet,  is echter niet alleen afhankelijk van de behaalde score op de toets.

In voorgaande jaren kon aan de hand van het leerlingprofiel  in één oogopslag worden gezien met welk schooladvies rekening kon worden gehouden. Tot 2010 correspondeerden de romeinse cijfers op het uitslagformulier met een type middelbare school; tegenwoordig wordt bij de omschrijving een andere betekenis aan deze cijfers toegekend (I = ver boven het gemiddelde, II = boven het gemiddelde, III = gemiddelde, IV = onder het gemiddelde en V = ver onder het gemiddelde). De reden hiervoor is, dat het te geven schooladvies mede afhankelijk is van de gegevens van het leerlingvolgsysteem en de houding en motivatie van de leerling.

Ook dit jaar krijgen wij veel reacties en vragen van ouders die onaangenaam verrast zijn door het behaalde resultaat op de Entreetoets. Vaak ligt de oorzaak hiervan in het feit dat de resultaten van hun kind op school altijd goed zijn geweest (in 10-minuten gesprekken vaak bevestigd door de leerkracht), maar dat de uitslag van de toets niet met deze resultaten in overeenstemming is. Een aantal redenen hiervoor heb ik al in een eerdere post beschreven, maar een van de belangrijkste oorzaken blijft toch dat er een grote discrepantie is tussen  de manier van vragen stellen op school en in de Entree- of Cito-toets.

Niet alleen de manier van vragen stellen in proefwerken maar zeker ook de uitleg in de klas voldoet niet altijd aan de eisen die (door het Cito) aan een leerling worden gesteld om een toets met goed gevolg te kunnen afleggen. Daarnaast kan het ook zo zijn dat een leerling, op het moment dat de Cito-toets moet worden gemaakt, door onvoldoende voorbereiding nog nerveuzer wordt dan hij al is.

Natuurlijk wilt u graag dat uw kind straks op de Cito-toets een score haalt die in overeenstemming is met zijn of haar capaciteiten. Niet dat de leerkracht straks zegt dat uw kind het op school altijd beter heeft gedaan dan uit de uitslag van de Cito-toets valt op te maken. Zeker omdat veel middelbare scholen de toelating van een kind laten afhangen van de Cito-score is een meer dan goede voorbereiding op de Cito-toets van belang. Met een duidelijke en uitgebreide uitleg van de basisstof wordt voorkomen dat een leerling onder zijn niveau presteert.

Beter-Bijles biedt u en uw kind hiertoe de mogelijkheid: het Oefenboek voor de Cito-toets. Een letterlijk unieke syllabus vanwege de complete uitleg van alles wat een leerling voor de Cito-toets moet weten (ander materiaal omvat alleen oefeningen). De benodigde theoretische kennis wordt eerst uitvoerig besproken en verduidelijkt en een en ander wordt doorspekt met oefeningen. Aan het eind van elk onderdeel staan oefentoetsen, waarvan de vragen lijken op de vragen zoals deze worden gesteld op de Cito-toets. Als u geïnteresseerd bent, kunt u dit (vernieuwde) oefenboek hier bestellen.

Het nut van bijles (2)

In de media gaat het weer eens over de kwaliteit van het onderwijs. Aankomende mbo-studenten halen bij de start van hun opleiding vaak niet eens het niveau dat ze aan het eind van de basisschool bereikt moeten hebben. Vooral met rekenen is het probleem zeer precair.

Met taal blijft 25% van de leerlingen steken onder het gemiddelde niveau van de basisschool; met rekenen haalt zelfs 50% (!) dit gemiddelde niveau van groep 8 niet. Het betreft hier niet zo maar een steekproef: 60.000 studenten van het mbo zijn de afgelopen maanden getoetst op hun vaardigheden. De toetsen, opgesteld door Bureau ICE, sluiten aan bij de zogeheten referentieniveaus die sinds het begin van dit schooljaar in de wet vastliggen. Daarin is per schoolsoort bepaald wat een leerling aan de eindstreep moet kunnen op het gebied van rekenen en taal.

Eerder heeft de overheid al aangegeven voor de periode 2010-2013 50 miljoen per jaar extra te investeren om de taal- en rekenvaardigheid  te verbeteren. Misschien dat deze investering de komende jaren zijn vruchten gaat afwerpen, maar de conclusie vooralsnog luidt wel dat de kwaliteit van het onderwijs ver ondermaats is. Want wanneer 50% van de mbo-studenten slechter rekent dan een gemiddelde achtste-groeper betekent dit natuurlijk wel dat het genoten onderwijs ruim onvoldoende is geweest. Het nut van bijlessen is hiermee eveneens aangetoond. Met twee uur bijles per week worden hier zonder problemen de voorgeschreven referentieniveaus gehaald. Waarom lukt dat niet in vijf dagen school per week?

Laten we beginnen met gewoon weer ouderwets veel aandacht te besteden aan taal en rekenen en minder tijd te besteden aan het stimuleren van sociale vaardigheden en ‘gefröbel’ in de klas. En investeren in primair en voortgezet onderwijs is natuurlijk van belang, maar een zwaarder accent op het verbeteren van lerarenopleidingen lijkt van primair belang om de kwaliteit van het onderwijs op een acceptabel niveau te krijgen.

Multitasking

Terwijl veel mensen zeggen dat multitasking hen productiever maakt, komt onderzoek tot een tegenovergestelde conclusie. Wetenschappers zeggen dat mensen die veel en vaak multitasken meer problemen hebben om irrelevante informatie buiten te sluiten. Bovendien hebben zij vaker last van stress.

Jongeren zijn tegenwoordig erg handig met alle mogelijkheden die de computer biedt. Terwijl het huiswerk wordt gemaakt, staat de MSN aan, worden smsjes beantwoord, wordt de Hyves-account geupdate en worden, terwijl er een leuk muziekje opstaat,  e-mails verstuurd.

De consumptie van media is over de laatste 40 jaar verdrievoudigd. Vroeger werd alleen tv gekeken, nu wordt de aandacht continu verdeeld. Onderzoek heeft aangetoond dat computergebruikers op hun werk tot 37 keer per uur van venster wisselen of hun e-mails of andere toepassingen checken.

Onze hersenen kunnen profiteren van het gebruik van verschillende technologieën en studies hebben aangetoond dat het brein van internetgebruikers steeds efficiënter wordt bij het zoeken naar informatie. Zo wordt ook de visuele vaardigheid van mensen die videogames spelen  beter ontwikkeld.  Toch menen wetenschappers dat het jongleren met e-mail, telefoongesprekken en andere binnenkomende informatie invloed heeft op de manier waarop mensen denken en zich gedragen. Zij zeggen dat ons vermogen om te kunnen focussen door de brei aan informatie wordt ondermijnd.

Uit een test van de universiteit van Stanford, waarbij zware multitaskers en mensen die dat niet zijn werden onderzocht op de invloed van multitasking op de hersenen, is gebleken dat de vaardigheid om te kunnen focussen op relevante onderwerpen bij multitaskers afneemt. Eveneens bleek dat deze groep meer tijd nodig had voor en minder efficiënt was in het beginnen met een nieuwe opdracht. Het grootste probleem waar deze groep mensen volgens het onderzoek mee te maken heeft, is dat zij, wanneer zij niet aan het multitasken zijn, de drang (of verslaving) om te multitasken niet kunnen onderdrukken. Het gevolg is dat zij snel zijn afgeleid en meer last hebben van stress, dat weer van negatieve invloed is op het korte termijn geheugen.

Bovengenoemde test kunt u vinden via de onderstaande link. Misschien toch maar even proberen? Klik: http://www.nytimes.com/interactive/2010/06/07/technology/20100607-distraction-filtering-demo.html?ref=technology.

Wildgroei aan bijlesinstituten?

Volgens een artikel in de Telegraaf van afgelopen zaterdag bestaat er een wildgroei aan huiswerkinstituten. Er wordt betoogd dat van veel kleinere aanbieders de kwaliteit niet kan worden vastgesteld. Ook zijn de kosten voor de bijlessen of huiswerkbegeleiding meestal niet transparant.

Allereerst die kosten dan maar. In Amsterdam worden bijvoorbeeld bijlessen aangeboden van € 7,50 tot € 22 per uur. Dat zijn natuurlijk mooie prijzen, maar die worden dan ook meestal gevraagd door mensen die wat willen bijklussen. Meer gerenommeerde instituten vragen meestal rond de € 35 per uur, maar er zijn ook bijlessen voor bedragen van boven de € 50 (!) per uur te krijgen. Grotere instituten doen zelfs geen uitspraak over de hoogte van de kosten die ze in rekening brengen; vaak wordt er een verhaal opgehangen dat vanwege specifieke situaties de prijs per kind kan verschillen. Onzin natuurlijk, de leerling heeft begeleiding nodig en die moet gewoon gegeven worden, (prijs)onafhankelijk van wat het precieze probleem is.

Uiteindelijk gaat het alleen om de kwaliteit van de bijles. Die kwaliteit is niet gewaarborgd als het om een groter instituut gaat of wanneer de hoofdprijs wordt betaald, maar heeft te maken met de lesmethode die wordt gehanteerd, het vermogen van de bijlesleraar om goed te kunnen uitleggen, het kunnen signaleren en oplossen van eventuele leerproblemen en kennis van zaken als het gaat om lesmateriaal.

Uitgangspunt van bijles aan leerlingen van het voortgezet onderwijs is, naast de genoemde zaken, dat er veel aandacht wordt besteed aan het aanleren van een betere studiemethode, zodat de leerling uiteindelijk zelf in staat is op een effectieve manier te studeren. Leren om te leren staat aan de basis voor succes op school. Met betrekking tot de keuze van een bijlesinstituut als het gaat om voorbereiding op de entree- of Cito-toets op de basisschool, kan het verstandig zijn om te vragen naar een ‘track-record’; prestaties in het verleden bieden in dit geval wel degelijk garanties voor de toekomst.

Huiswerkbegeleiding heeft meestal niet zo veel met bijles te maken, maar is in veel gevallen een veredelde kinderopvang. Meestal gaat het er om dat de ouders er zeker van willen zijn dat hun kind voldoende tijd aan huiswerk besteedt. Juist in de huiswerkklassen zou het accent moeten liggen op het aanleren van ‘leren om te leren’; het gebrek aan deze vaardigheid is immers de reden dat deze leerlingen überhaupt aanwezig zijn. In principe kan de leerling in de huiswerkklas wel om uitleg vragen, maar enig initiatief voor meer persoonlijke begeleiding of een specifiek lesprogramma ontbreekt meestal. Vreemd eigenlijk, want een goede bijles draait juist om persoonlijke begeleiding.

Ouders worstelen met huiswerk

83% van de ouders ondervindt problemen bij het helpen van hun kind met huiswerk. Een onderzoek onder 2000 ouders en 2000 kinderen van 9 tot 13 jaar geeft aan dat er bij beide groepen, ouders en kinderen, veel behoefte is aan een intensievere begeleiding door de school.

Het onderzoek kwam tot een aantal – soms wel opzienbarende – conclusies: de meeste ouders (81%) willen graag meer worden betrokken bij het onderwijs van hun kind en op de hoogte worden gehouden hoe zij hun kind het beste kunnen helpen met huiswerk. 84% van de ouders gaf aan dat op dit moment de school geen of weinig hulp biedt om kinderen te ondersteunen bij het maken van hun huiswerk. Bijna een kwart van de ouders geeft toe dat zij zichzelf niet voldoende in staat achten hun kind te helpen bij het maken van huiswerk.

Van de ondervraagde kinderen zei 37% regelmatig hun huiswerk niet te kunnen maken omdat er niemand was om ze daarmee te helpen. Van deze groep voelde 36% zich daardoor gefrustreerd en wilde in het vervolg geen huiswerk meer maken, had 29% van deze kinderen hierdoor een schaamtegevoel en was 27% van mening dat ze, omdat ze het huiswerk niet konden maken, niet goed zijn in het betreffende vak.

Een combinatie van twee factoren zou kunnen bijdragen aan een oplossing van deze problemen: enerzijds een betere communicatie naar ouders over de lesmethode en inhoud van de vakken en anderzijds meer aandacht op school voor een vak als ‘leren om te leren’.  Ouders willen meer worden betrokken bij het wel en wee van hun kind op school en in staat worden gesteld hun kind te helpen met huiswerk. Voor leerlingen zullen de kwaliteit van het onderwijs en de schoolprestaties beter worden als zij beter worden onderwezen in begrijpend lezen. Een belangrijk onderdeel van dit vak is het leren maken van een uitreksel: wanneer je in staat bent een goede samenvatting van een stuk tekst te maken, met andere woorden wanneer je in staat bent om hoofd- van bijzaken te onderscheiden, is daarmee de belangrijkste basis voor begrijpend lezen al gelegd. Kinderen die goed zijn in begrijpend lezen hebben minder problemen op school én met het maken van huiswerk.

Met het oog op de voorbereiding op de entreetoets in groep 7 en de Cito-toets in groep 8 hebben wij daar op ingespeeld:  omdat ouders willen dat hun kind goed is voorbereid op de toetsen van groep 7 en 8, staan er in onze oefensyllabi, naast een uitgebreide theoretische uitleg van alle toetsonderdelen, een groot aantal oefenopgaven om – samen – te kunnen oefenen. Het op een vergelijkbare manier aanbieden van algemeen lesmateriaal door scholen zou kunnen bijdragen aan meer betrokkenheid van ouders. De technologie om op een innovatieve en praktische manier ouders te adviseren over hoe zij hun kinderen beter kunnen ondersteunen – middels het digitaliseren van lesmateriaal en huiswerkopdrachten – is voor scholen al beschikbaar. Implementatie van die technologie zal bijdragen aan het belangrijkste einddoel: betere schoolprestaties.