Categorie archief: rekentoets

Decimalen

Een goede vaardigheid in het rekenen met decimalen is de sleutel voor een goed resultaat op het rekengedeelte van de Cito-toets. Decimalen kennen we natuurlijk allemaal: van het bedrag € 625,17 staat de 1 voor 1/10 deel van de euro en staat de 7 voor 7/100 deel van de euro.

Zo weet je waarschijnlijk ook dat vermenigvuldigen met 100 hetzelfde is als de komma twee plaatsen naar rechts verschuiven: 123,05 x 100 = 12305. Zo betekent bijvoorbeeld delen door 1000 dat de komma drie plaatsen naar links verschuift:  14,67 : 1000 = 0,01467. Bij het optellen en aftrekken van kommagetallen moet je er goed op letten dat de komma’s onder elkaar staan.

Voor alle kinderen van groep 8 staan hieronder een paar oefeningen met decimalen. Eventueel kun je de antwoorden opvragen door ons een email te sturen (info@beter-bijles.nl).

Beter-Bijles.nl

Entreetoets: oefenen met procenten

Het onderdeel rekenen van de entreetoets is met 90 vragen goed vertegenwoordigd. Wanneer je alle rekenopgaven van de toets bekijkt, valt op dat bijna de helft gaat over procenten, breuken en kommagetallen. Op de bijlessen hier leg ik altijd uit dat al dit soort sommen goed zijn op te lossen met een verhoudingstabel: als je eenmaal begrijpt hoe verhoudingen werken, kun je geen fouten meer maken met procentensommetjes.

Om een indruk te geven van het soort sommen dat je kunt verwachten op de entreetoets heb ik hieronder een voorbeeldtoets gezet. Als je deze opgaven goed kunt maken, hoef je je voor dit onderdeel van de  rekentoets geen zorgen te maken.

procenten, breuken, decimalen

CITO: het zweten viel wel mee…..

Vandaag de laatste dag van de Cito-toets. Taal 3 & 4 en rekenen 3 stonden op het programma. En ook vandaag was het weer goed te doen. De eerste toetsdag met ook de onderdelen taal en rekenen zou ik zelfs willen omschrijven als ‘niet moeilijk’. Het onderdeel ‘studievaardigheden’ van gisteren bevatte enkele lastige vragen. Lastig, omdat er even heel goed gelezen moest worden en dat is bij veel leerlingen toch een heikel punt.

Een opgave uit de Cito-toets taal van vandaag

De kinderen die bij ons bijlessen hebben gevolgd zullen ongetwijfeld blij zijn geweest met de rekensommen die ze deze drie dagen voorgeschoteld kregen. Bijna alle lastige opgaven waren met het oefenen in de afgelopen tijd al de revue gepasseerd.

Een opgave uit de Cito-toets rekenen

Misschien was dit wel de laatste Cito-toets in de geschiedenis van de basisschool. Vanaf dit jaar wordt immers de entreetoets in groep 7 bepalend voor het basisschooladvies. En, de entreetoets heeft de reputatie moeilijker te zijn dan de cito-toets, dus misschien wordt het over ongeveer 9 weken dan wél zweten.

CITO: nog enkele ‘tips and tricks’

Ik heb het al eerder gezegd, rekenen wordt een stuk gemakkelijker als je op de hoogte bent van een paar handigheidjes. Specifiek voor de komende CITO-toets zal ik er nog een paar noemen. De volledige lijst met ‘Tips and Tricks’ kunt u vinden in ons Oefenboek voor de Cito-toets.

Het Cito-onderdeel ‘taal’ bestaat onder meer uit een aantal teksten waarover vragen worden gesteld.  De vragen hebben meestal betrekking op een paar nader genoemde zinnen, bijvoorbeeld zin 27 en 28; lees in dit geval niet alleen de twee zinnen die worden genoemd, maar begin al te lezen bij bijvoorbeeld regel 20. Het gezochte antwoord staat meestal beschreven in het voorafgaande stuk tekst.

Op het onderdeel werkwoordspelling is een goede score te behalen als rekening wordt gehouden met een paar regels: bedenk, ter controle van de juiste spelling, altijd eerst wat het hele werkwoord is. Gebruik, als de zin in de tegenwoordige tijd staat, het werkwoord ‘lopen’ om te controleren of je wel of niet een -t moet schrijven. Staat de zin in de verleden tijd, of betreft het een voltooid deelwoord, controleer dan of de laatste letter van de stam wel of niet een letter van ’t kofschip (x) is. Is dit het geval, dan moet de verleden tijd op -te(n) eindigen en het voltooid deelwoord op -t. Zo niet, dan eindigen de werkwoordsvormen op respectievelijk -de(n) en -d. Tenslotte moet een voltooid deelwoord dat als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt, altijd zo kort mogelijk worden geschreven, bijvoorbeeld ‘de foto’s zijn vergroot‘ wordt: ‘de vergrote foto’s’.

O ja…..de ochtenden voor de CITO-toets goed ontbijten, want dat is goed voor de concentratie. En tijdens de toets géén suiker (snoep) eten, dat zorgt alleen voor een tijdelijke opleving. Ik wens iedereen veel succes!

Oefenen voor de CITO: een rekentoets

Een rekentoets van Beter-Bijles.nl. Deze toets is afkomstig uit ons boek ‘Oefenboek Cito-toets‘. Het niveau van deze toets ligt iets hoger dan dat van de Cito-toets.

rekentoets beter-bijles