Categorie archief: pubers

Multitasking

Terwijl veel mensen zeggen dat multitasking hen productiever maakt, komt onderzoek tot een tegenovergestelde conclusie. Wetenschappers zeggen dat mensen die veel en vaak multitasken meer problemen hebben om irrelevante informatie buiten te sluiten. Bovendien hebben zij vaker last van stress.

Jongeren zijn tegenwoordig erg handig met alle mogelijkheden die de computer biedt. Terwijl het huiswerk wordt gemaakt, staat de MSN aan, worden smsjes beantwoord, wordt de Hyves-account geupdate en worden, terwijl er een leuk muziekje opstaat,  e-mails verstuurd.

De consumptie van media is over de laatste 40 jaar verdrievoudigd. Vroeger werd alleen tv gekeken, nu wordt de aandacht continu verdeeld. Onderzoek heeft aangetoond dat computergebruikers op hun werk tot 37 keer per uur van venster wisselen of hun e-mails of andere toepassingen checken.

Onze hersenen kunnen profiteren van het gebruik van verschillende technologieën en studies hebben aangetoond dat het brein van internetgebruikers steeds efficiënter wordt bij het zoeken naar informatie. Zo wordt ook de visuele vaardigheid van mensen die videogames spelen  beter ontwikkeld.  Toch menen wetenschappers dat het jongleren met e-mail, telefoongesprekken en andere binnenkomende informatie invloed heeft op de manier waarop mensen denken en zich gedragen. Zij zeggen dat ons vermogen om te kunnen focussen door de brei aan informatie wordt ondermijnd.

Uit een test van de universiteit van Stanford, waarbij zware multitaskers en mensen die dat niet zijn werden onderzocht op de invloed van multitasking op de hersenen, is gebleken dat de vaardigheid om te kunnen focussen op relevante onderwerpen bij multitaskers afneemt. Eveneens bleek dat deze groep meer tijd nodig had voor en minder efficiënt was in het beginnen met een nieuwe opdracht. Het grootste probleem waar deze groep mensen volgens het onderzoek mee te maken heeft, is dat zij, wanneer zij niet aan het multitasken zijn, de drang (of verslaving) om te multitasken niet kunnen onderdrukken. Het gevolg is dat zij snel zijn afgeleid en meer last hebben van stress, dat weer van negatieve invloed is op het korte termijn geheugen.

Bovengenoemde test kunt u vinden via de onderstaande link. Misschien toch maar even proberen? Klik: http://www.nytimes.com/interactive/2010/06/07/technology/20100607-distraction-filtering-demo.html?ref=technology.

Advertenties

Het slaapprobleem van pubers

Een puber gaat graag laat naar bed. En dat heeft zo z’n gevolgen voor gedrag en prestaties. Zelf ben ik ’s avonds regelmatig bezig mijn 14-jarige dochter te bewegen naar haar kamer te gaan om alvast te gaan douchen. Na het douchen volgt dan automatisch de gang naar bed. Maar steeds gaat het met tegenzin: “Op MSN is de hele wereld nog wel wakker, dus waarom moet ik zo vroeg naar bed?”.

Door hormonale veranderingen, een biologische klok en tal van sociale redenen hebben pubers de neiging laat naar bed te gaan. Bovendien voelt een puber zich geen kind meer: kinderen stuur je vroeg naar bed, bij pubers kan dat niet meer. Het zijn al bijna volwassenen, althans, dat denken ze.  Maar ja, laat naar bed betekent ook een tekort aan slaap, want de volgende morgen gaat toch echt die wekker weer af. Uit ontwikkelingsstudies blijkt dat pubers, omdat ze nog in de groei zijn, meer slaap nodig hebben dan volwassenen. Door de hormonale veranderingen hebben ze zelfs meer slaap nodig dan kinderen op de basisschool.

Een (chronisch) tekort aan slaap leidt, volgens een onderzoek van Columbia University in New York, tot gedragsproblemen of zelfs depressies: tieners die van hun ouders vóór 10 uur ’s avonds naar bed moesten, bleken 24 procent minder kans te hebben op een depressie dan pubers die tot 12 uur of later mochten opblijven. Van de tieners die maar 4 tot 5 uur per nacht sliepen, had zelfs 70 % meer kans op een depressie.

Zo bestaat er ook een duidelijk verband tussen slaaptekort en prestaties op school. Hoewel een adolescent voor optimale prestaties en een goede concentratie 9 uur slaap nodig heeft, is gebleken dat scholieren gemiddeld 7,3 uur per nacht slapen. Een onderzoek onder 3000 scholieren heeft uitgewezen dat leerlingen met veel onvoldoendes gemiddeld 25 minuten minder slaap kregen en 40 minuten later naar bed gingen dan leerlingen met goede cijfers.

Te veel leerlingen die om half negen in de schoolbanken zitten, hebben hun hersens nog op het kussen liggen. Ze zien er uit als wandelende zombies maar moeder natuur weerhoudt hen ervan vroeger naar bed te gaan. In Amerika zijn er al scholen die een uur later dan gebruikelijk beginnen met de lessen. Het past beter bij het biologisch ritme van de leerlingen en het heeft, ook weer volgens een onderzoek, zichtbaar gevolgen voor de prestaties. Het cognitieve brein – waar de denkkracht vandaan komt die je op school nodig hebt – doet dan duidelijk beter zijn werk. Misschien moeten we op het voortgezet onderwijs in Nederland ook maar een uur later beginnen; het slaapgedrag van pubers is misschien niet effectief te beïnvloeden maar de schoolprestaties zullen er duidelijk baat bij hebben.

Het puberbrein

Ooit zijn ouders ook zelf jong geweest en we hebben allemaal gepuberd. Voor sommigen was dat een mooie tijd, voor anderen minder; voor de één kort van duur, voor de ander leek het een eeuwigheid. Zelf heb ik nooit helemaal begrepen wat er allemaal (niet) met me gebeurde. Misschien maakten alle veranderingen op mij niet zo’n indruk of, en dat is waarschijnlijker, had ik zelf niet door dat ik aan het puberen was. Mijn ouders hadden het duidelijk wel in de gaten.

Inmiddels zit mijn 14-jarige dochter midden in de puberteit en dus probeer ik als ouder (be)grip te krijgen op (van) de geestelijke metamorfose die momenteel plaatsvindt. Het is een leuk, boeiend, moeilijk en een soms (ook voor mij) ongrijpbaar proces van verandering. Maar ondanks mijn opvoedingsonzekerheid en relatieve onwetendheid is het toch heel mooi om te zien hoe zij zich ontwikkelt en haar eigen wereld nu aan het inrichten is. Eigenlijk maak ik me geen zorgen; zij gaat haar eigen weg heus vinden, vooralsnog binnen de door mij aangegeven grenzen.

Deze week heb ik van een vriend het boek “Puberbrein binnenstebuiten’ cadeau gekregen. Een mooi en verhelderend boek, dat een vinger weet te leggen op voor volwassenen soms moeilijk begrijpbare ontwikkelingen in het puberbrein.

Twee pakkende citaten uit het boek:
Het enige wat ik eigenlijk wil, is veel aandacht. Met emmers tegelijk! Gewoon dat mensen naar mijn verhaal willen luisteren en proberen te begrijpen dat ik iets goeds probeer te doen, maar dat het heel vaak gewoon niet lukt. Dan gaat het mis en dan weet je niet meer hoe je het terug moet draaien. Op zo’n moment zoek je eigenlijk een volwassene die gewoon zegt hoe het moet, zonder de hele tijd te zeiken dat je het eigenlijk niet kan. Dat weet ik zelf dan ook wel.
Omar, 16 jaar
Ik word gek van mijn moeder. Roept ze dat ik moet komen eten, dan denkt ze dat ik zomaar even uit mijn game kan stappen! Dat je niet in je eentje gamet en dat ik mijn vrienden dan niet zomaar in de steek kan laten, begrijpt ze echt niet. De enige games die zij kent, zijn mens-erger-je-niet en monopoly.’
Joost, 14 jaar

Natuurlijk, pubers hebben structuur en duidelijke grenzen nodig. Maar in veel situaties verdienen zij begrip en begeleiding van ouders, omdat ze nog niet goed kunnen omgaan met de aan hen – door die ouders – gegeven vrijheden en verantwoordelijkheden. In sommige conflictsituaties zijn het soms de ouders die een wijze les kunnen gebruiken.