Categorie archief: entreetoets oefenen

Entreetoets (2): matige voorbereiding op basisschool

Een goede voorbereiding is het halve werk. Laat dat nu net het probleem zijn bij de entreetoets: op de meeste basisscholen sluit de gehanteerde lesmethode niet goed aan bij de normen die de Cito-groep hanteert. Bovendien wordt er niet specifiek geoefend op de belangrijkste onderdelen van de entreetoets, zoals dat wel gebeurt ter voorbereiding op de Cito-toets van groep 8.

Het reden die de scholen hiervoor geven, is dat er een eerlijker beeld kan worden gevormd over de capaciteiten van een leerling. Dit kan op zich een argument zijn, mits de basisvaardigheden in bijvoorbeeld rekenen en spelling voldoende zijn aangeboden op de basisschool. Toch is het in mijn ogen opzienbarend, omdat (meer) oefenen op de in de entreetoets gevraagde vaardigheden ongetwijfeld leidt tot betere resultaten. Eveneens zou een betere voorbereiding op zijn plaats zijn, omdat het behaalde resultaat voor de entreetoets van grote invloed is op het schooladvies voor het voortgezet onderwijs.

Met betrekking tot rekenen werken veel basisscholen met de methode ‘wereld in getallen’. In deze methode komen sommen over afstand, inhoud, oppervlakte en de relatie tussen breuken, procenten en decimalen weinig aan bod. In de entreetoets worden dit soort sommen juist wél gevraagd. Wanneer een leerkracht van de basisschool dan niet zelf extra aandacht schenkt aan deze categorieën zal een leerling op die onderwerpen dus niet goed presteren. Dat zegt in principe niets over de mogelijkheden van een leerling maar eerder over het gebrek aan aanbod vanuit de methode en/of de school. Zoals ik al eerder beschreef, wordt er op school eveneens (te) weinig aandacht besteed aan ‘handig rekenen’: bij het onderdeel ‘hoofdrekenen’ op de entreetoets is vaardigheid hierin van groot belang.

Hetzelfde probleem geldt voor de onderdelen ‘gatenteksten’ en ‘husselverhalen’ op de entreetoets. Bij gatenteksten wordt een tekst gegeven waar stukjes uit missen. De leerling kan dan uit 5 mogelijkheden kiezen om de tekst compleet te maken. Bij de husselverhaaltjes worden er vijf zinnen gegeven in een willekeurige volgorde. De leerling moet dan aangeven wat de eerste zin is of wat de laatste zin is. Het zijn beide belangrijke onderdelen van de entreetoets, die echter ook niet altijd voorkomen in de lesmethode van de basisschool. Door wél te oefenen op deze – toch best wel lastige – onderdelen van de toets krijgt een leerling vanzelfsprekend meer vaardigheid in het benaderen van het probleem. Zeker bij een onderdeel als ‘husselverhalen’, zijn er – ook weer – een aantal handigheidjes die helpen om het juiste antwoord te vinden.

De ervaring leert dat de entreetoets relatief moeilijker is dan de Cito-toets. Het niveau van toetsen is vergelijkbaar maar leerlingen die de entree toets maken, hebben minder onderwijs gehad ten opzichte van leerlingen die de Cito-toets maken. Het resultaat voor de entreetoets is wel te beïnvloeden; op de verschillende onderdelen is met voldoende oefening een goed resultaat te halen. Omdat de op de scholen gehanteerde lesmethode niet per se aansluit bij de gestelde vragen op de entreetoets, kan in sommige gevallen bijles van toegevoegde waarde zijn. De voordelen van bijles komen tot uiting in het specifiek voorbereiden van een leerling op de essentiële onderdelen van de entreetoets: (handig) rekenen, spelling, gatenteksten en de logica van husselverhalen. Juist omdat het basisschooladvies gebaseerd wordt op de resultaten van de entreetoets is een goede voorbereiding aan te bevelen.

Entreetoets (1): wat kunnen we verwachten?

Op de meeste basisscholen wordt medio april de entree toets van groep 7 afgenomen. Met nog ongeveer negen weken te gaan, wordt het tijd voorbereidingen te treffen door goed te oefenen op de toets die vanaf dit jaar de belangrijkste, in ieder geval de meest invloedrijke toets van de basisschool is. Vanaf dit jaar is het verplicht om na de entree toets een voorlopig basisschooladvies uit te brengen. Veel ouders waren al niet op de hoogte hoe belangrijk de toets was, maar dit jaar is dat belang dus verder toegenomen.

In een eerder artikel heb ik al eens uiteengezet hoe het scoreblad van de entreetoets gelezen moet worden. Een korte versie: de percentielen die op de scorekaart staan, geven aan hoe een leerling de toets heeft gemaakt ten opzichte van het landelijk gemiddelde; heeft een scholier bijvoorbeeld een percentiel van 80 dan heeft 20% van de leerlingen de toets beter gemaakt en 80% even goed of slechter. Hierdoor kan makkelijk een verkeerd beeld van de prestaties worden verkregen: wanneer een leerling een onderdeel best goed heeft gemaakt en slechts 2 fouten heeft in een onderdeel van bijvoorbeeld 10 vragen, terwijl de meeste leerlingen hier slechts één fout hebben gemaakt, kan het percentiel makkelijk bijvoorbeeld 20 bedragen.

Wat kunnen de leerlingen uit groep 7 verwachten? In hoofdlijnen ziet de entree toets er hetzelfde uit als de Cito-toets; er zijn drie hoofdonderdelen, te weten taal, rekenen en studievaardigheden. Over het onderdeel studievaardigheden kan ik kort zijn: op voorwaarde dat de leerling voldoende vaardigheid heeft in begrijpend lezen en genoeg heeft geoefend met het lezen van tabellen, schema’s en grafieken, is dit onderdeel goed te maken. Bij rekenen, in totaal 90 vragen, komen hetzelfde soort vragen voor als bij de Cito-toets: vragen over afstand, oppervlakte, inhoud en natuurlijk wordt er ruim aandacht besteed aan de drie-eenheid procenten, breuken en kommagetallen. Hoofdrekenen is ook een vast onderdeel; bijna alle sommen in dit onderdeel zijn goed te maken mits de leerling de strategieën van handig rekenen beheerst. Wij van beter-bijles besteden veel aandacht aan het trainen van onder andere deze strategieën.

Net als bij de Cito-toets is ook bij de entree toets het onderdeel taal het grootst van omvang en daarmee het meest belangrijk. Onderwerpen waar goed op gescoord kan worden zijn het ‘herkennen van de persoonsvorm’ en spelling (werkwoorden en niet-werkwoorden). Begrijpend lezen drukt een belangrijk stempel op de entree toets. Kenmerkend zijn de onderwerpen ‘gatenteksten’ en ‘husselverhalen’. Bij gatenteksten wordt een tekst gegeven waar stukjes uit missen. De leerling kan dan uit 5 mogelijkheden kiezen om te tekst compleet te maken. Bij de husselverhaaltjes worden er vijf zinnen gegeven in een willekeurige volgorde. De leerling moet dan aangeven wat de eerste zin is of wat de laatste zin is. De logica bij dit onderdeel is goed te oefenen; er zijn handigheidjes die helpen om het juiste antwoord te vinden. Uiteraard moeten ook deze handigheidjes wél worden geoefend.

Uitslag entreetoets – een uitleg

Misschien wel nuttig als ik de score van de entreetoets even in de schijnwerpers zet. Wat betekenen al die getallen en sterretjes? Hoe meer mensen ik spreek, des te duidelijker wordt het mij dat slechts weinigen begrijpen hoe ze de uitslag moeten lezen.
Allereerst worden de verschillende toetsonderdelen opgesomd: taal, rekenen-wiskunde en studievaardigheden en ook waar deze hoofdcategorieën uit bestaan. Daarnaast staan een viertal kolommen.
In de eerste kolom (A) wordt van de verschillende onderdelen vermeld hoeveel vragen er waren. In de tweede kolom (B) staat hoeveel procent van deze vragen door de leerling goed is beantwoord. In de derde kolom (C) staat het percentiel: dit getal geeft aan hoe de leerling op dit onderdeel heeft gescoord ten opzichte van alle andere leerlingen in Nederland.
Scoort een leerling daar 68, dan heeft 68% van alle leerlingen in Nederland het even goed of slechter gedaan dan deze leerling en heeft 32% het beter gedaan.

Het percentiel zegt iets over de moeilijkheidsgraad van de opgaven en over de relatieve prestatie van een leerling; als de leerling bijvoorbeeld 80% van alle opgaven goed heeft maar de meeste andere kinderen hebben 90% goed, dan zal het percentiel relatief laag uitvallen (bijv. 40). Hebben de meeste andere leerlingen bijvoorbeeld maar 70% van deze opgaven goed beantwoord en heeft deze leerling het dus relatief heel goed gedaan, dan zal het percentiel van de leerling juist hoog zijn (bijv. 95).
Het percentiel is de belangrijkste score van de entreetoets; op basis hiervan wordt een voorlopig schooladvies gegeven. In de laatste kolom (D) wordt de percentielscore met een sterretje aangegeven. Hoe meer naar rechts het sterretje staat, hoe beter de leerling scoort ten opzichte van de rest. De Romeinse cijfers (rood kader) die boven de sterretjes staan, corresponderen met het schooltype dat wordt geadviseerd:
V=VMBO-b, IV=VMBO-k, III=VMBO, II=HAVO, I=VWO

Update: Onderstaande uitleg (die dateert van 2010) is niet meer helemaal correct. Vanaf dit jaar wordt de rapportage deels op een nieuwe manier gepresenteerd: de tweede kolom (B) ‘percentage goed’ is vervangen door ‘aantal goed’. De bijbehorende uitleg kunt u hier vinden.

De plaats van de sterretjes in de blauwe balk geeft dus als eerste een schooladvies aan, maar er kan ook worden afgeleid aan welke (zwakke) onderdelen nog moet gewerkt of waar de leerling goed in is.

In het witte kader staan de onderdelen die horen bij het “Begrijpen van teksten”. De bijbehorende scores tellen niet mee (behalve die voor ‘Begrijpend lezen’)  voor de einduitslag van de entreetoets.
In de groene balk is het totaaloverzicht te zien; het uiteindelijke schooladvies kunt u hier het beste aflezen.