Categorie archief: Eindtoets 2015

Eindtoets 2015 – hoofdzin en bijzin

Morgen is alweer de derde en laatste dag van de Eindtoets. Een nieuw onderdeel dat door het Cito wordt bevraagd is grammatica. Enkele onderwerpen zijn  de eerste twee dagen al aan bod gekomen, maar morgen zullen er vragen worden gesteld over hoofd- en bijzin.

Lauren gaat morgen winkelen. Diana geeft les aan groep 7. Elena vindt het leuk om morgen op vakantie te gaan.

Hierboven staan drie hoofdzinnen. Het kenmerk van een hoofdzin is dat onderwerp en persoonsvorm direct naast elkaar staan. Tussen het onderwerp en de persoonsvorm kan dus niets anders staan. Een hoofdzin ziet er over het algemeen zo uit: onderwerp + persoonsvorm (+ andere zinsdelen + ander werkwoordsvormen). De persoonsvorm staat altijd op de tweede plek in de hoofdzin (behalve bij vraagzinnen).

Schermafbeelding 2015-04-22 om 15.53.05

In een bijzin staan onderwerp en persoonsvorm vaak ver uit elkaar. Er kunnen dus wel andere woorden tussen het onderwerp en de persoonsvorm staan. Een paar voorbeelden (de bijzin is schuin gedrukt):

Ik heb gehoord, dat Thomas morgen op vakantie gaat. De hoofdzin is ‘Ik heb gehoord’ (onderwerp ‘Ik’ en persoonsvorm ‘heb’ staan naast elkaar). De bijzin is ‘dat Thomas morgen op vakantie gaat’ (het onderwerp ‘Thomas’ en de persoonsvorm ‘gaat’ staan nu niet naast elkaar).

Een handige manier om de bijzin te vinden is de volgende: in een hoofdzin staat het werkwoord vooraan en in een bijzin staat het werkwoord achteraan. Kijk maar:

Levi deed boodschappen, omdat Sterre daar geen zin in had. Zij kocht gelijk twee pakken spaghetti, omdat alle pastasoorten in de aanbieding waren.