Categorie archief: cito-toets

CITO 2013/2014: de Eindtoets Basis en de Eindtoets Niveau

Volgend schooljaar verschijnt de Eindtoets Basisonderwijs in twee versies, op papier en digitaal: de Eindtoets Basis en de Eindtoets Niveau. Deze twee toetsen bevatten dezelfde taken, in dezelfde volgorde, met hetzelfde aantal opgaven. Het grootste deel van de opgaven in de toetsen is verschillend. De opgaven in de Eindtoets Basis zijn gemiddeld wat moeilijker dan de opgaven in de Eindtoets Niveau.

Eindtoets Basis

De Eindtoets Basis is bestemd voor leerlingen (landelijk ongeveer 75%) van wie u verwacht dat zij doorstromen naar de gemengde/theoretische leerweg van vmbo, of havo of vwo. De scores van deze leerlingen op de toetsen van het Cito Volgsysteem vallen in het C-, B- of A-niveau. Deze Eindtoets is qua niveau vergelijkbaar met de papieren Eindtoetsen tot en met 2012.

Eindtoets Niveau

De Eindtoets Niveau is bestemd voor leerlingen (landelijk ongeveer 25%) die wat minder hoog scoren op de schoolse vaardigheden taal en rekenen. Het zijn de leerlingen van wie u verwacht dat zij het best op hun plaats zijn in de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van vmbo. Voor leerlingen die meestal onder het gemiddelde presteren (Bij de toetsen van het Cito Volgsysteem vallen hun scores vaak in het E- of D-niveau., is de Eindtoets Niveau de beste keuze.

Twee Eindtoetsen, twee uitslagen?

Beide versies zijn niet helemaal verschillend. Ongeveer 25% van de opgaven zit zowel in de Eindtoets Basis als in de Eindtoets Niveau. Door die overlap loopt de moeilijkheid van de twee versies niet te veel uit elkaar. En deze overlap zorgt er ook voor dat de scores van de twee versies op één schaal gezet kunnen worden. In de praktijk is het dus zo dat elke leerling (net als in vorige jaren) een standaardscore krijgt tussen 501 en 550. De Eindtoets Niveau is gemakkelijker dan de Eindtoets Basis. Om een bepaalde standaardscore te halen, moet je bij de Eindtoets Niveau daarom méér opgaven goed hebben dan bij de Eindtoets Basis.

Bij een twijfelgeval of een leerling de eindtoets basis dan wel de eindtoets niveau zal moeten maken (bijvoorbeeld omdat de LOVS-scores wisselend C en D zijn), zal deze keuze dan mede afhangen van motivatie, ambitie, onzekerheid, doorzettingsvermogen, faalangst, de eigen voorkeur van de leerling en eventuele andere eigenschappen of omstandigheden van de leerling.

(bron cito)

Advertenties

Oefenboek voor de CITO-toets 2013!

Met gepaste trots presenteren wij hèt Oefenboek voor de Cito-toets 2013. De oude versie bevatte 142 pagina’s; de nieuwe versie van het boek omvat ruim 170 pagina’s. Deze syllabus, dit jaar al verkozen tot “Het beste boek ter voorbereiding op de Cito-toets“, biedt alles om de Cito-toets – die zal worden afgenomen op 5, 6 en 7 februari 2013 – met een zo goed mogelijk resultaat te kunnen maken.

Alles wat een leerling van groep 8 voor de Cito-toets moet weten, wordt in ruim 170 pagina’s beschreven, uitgelegd, geoefend en getest. Hoe pak je een tekst met tekstvragen aan, op welke manier kun je werkwoordspelling zo goed mogelijk maken, hoe leer je sommen met breuken, procenten of kommagetallen goed te maken, wèlke rekensommen worden er gevraagd, hoe zet je een stuk tekst in een schema of hoe lees je tabellen en grafieken? Op al deze vragen geeft het Oefenboek voor de Cito-toets antwoord.

Het boek is onlangs op een aantal punten aangepast en verbeterd. De aanpassingen hebben te maken met de verwerking van alle nieuwe gegevens van de laatste Cito-toets 2012 in het boek. De verbetering heeft te maken met een uitbreiding van de onderdelen begrijpend lezen en studievaardigheden. Zowel de uitleg van de theorie als het aantal oefenopgaven is – vergeleken met de versie van vorig jaar – in omvang fors toegenomen.

In het onderdeel begrijpend lezen zijn meer oefenteksten toegevoegd; ook de uitleg van de onderliggende theorie is duidelijker geworden. De scores op het onderdeel studievaardigheden van zowel de Cito-toets als de Entreetoets van 2012 vielen – landelijk gezien – uit de toon. Om te voorkomen dat zich dit op de Cito-toets van 2013 herhaalt, hebben wij de uitleg van alle onderwerpen uitgebreid. Het werken met en kunnen interpreteren van kaarten, grafieken, tabellen en diagrammen wordt uitgebreid behandeld en vervolgens geoefend. Omdat een relatief groot deel van de vragen in het onderdeel studievaardigheden gaat over het in schema kunnen zetten van een stuk tekst, wordt ook dit onderwerp in ons boek uitgebreider dan voorheen behandeld.

Het eindresultaat is een overcompleet boek met een duidelijke uitleg van alle theorie en ruim voldoende oefeningen die uw kind optimaal zullen voorbereiden op de eindtoets van groep 8.

U kunt het Oefenboek voor de Cito-toets hier bestellen.

 

Uitstel verplichte CITO-toets

Komend jaar zijn basisscholen nog niet verplicht om de eindtoets af te nemen bij Cito. De verplichting om deze toets te gebruiken, wordt waarschijnlijk met een jaar uitgesteld. Ook de verplaatsing van het afnamemoment van de eindtoets, van februari naar april, gaat waarschijnlijk pas in 2014 van start. Vooralsnog gaat Cito ervan uit dat de Eindtoets Basisonderwijs plaatsvindt op 5, 6 en 7 februari 2013.

Met de verplaatsing van het afnamemoment naar april wil het ministerie van onderwijs bereiken dat de voorbereiding op de Cito-toets  intensiever en daardoor beter wordt. De overgang naar het voortgezet onderwijs zou daarmee soepeler gaan verlopen.

Vanwege tijdsgebrek bij de Eerste Kamer moeten 180.000 leerlingen in 2013 het dus nog doen met een korte effectieve leertijd, zal de NIO-toets nog even blijven bestaan en zal de vraag naar goede uitleg en verantwoord oefenmateriaal voor de Cito-toets weer bovengemiddeld zijn.

De Cito-toets van dit jaar werd door leerkrachten als relatief moeilijk beoordeeld; op veel basisscholen werden door leerlingen van groep acht dan ook lagere scores behaald dan in voorgaande jaren. Vreemd genoeg blijkt dit niet uit de gegevens van Cito. Uit die resultaten blijkt dat leerlingen in 2012 gemiddeld een standaardscore van 535,5 behaalden. Dit is hetzelfde als vorig jaar.

 

Cito-toets 2012 – wat je moet weten (deel 3)

In de Cito-toets zijn opgaven met cirkeldiagrammen altijd ruim vertegenwoordigd. De diagrammen kunnen worden weergegeven met procenten, met breuken of gewoon met aantallen. In procenten gemeten, is de hele cirkel altijd 100%. 1/3 deel van de cirkel is dan 33,3% en zo is bijvoorbeeld 1/7 deel van de cirkel (zie de figuur hierboven) ongeveer gelijk aan 14 %.

Een voorbeeld van een cirkeldiagram met aantallen zie je hieronder:

Het is ook mogelijk om van een staafdiagram een cirkeldiagram te maken. In het voorbeeld hieronder kan bijvoorbeeld het gedeelte van de staafdiagram dat over ‘beeldende kunst’ gaat, ook worden weergegeven in een cirkeldiagram:

Aan beeldende kunst is in drie jaar tijd totaal € 80.000 uitgegeven: in 2004 € 40.000 (= 4/8 deel), in 2005 € 10.000 (= 1/8 deel) en in 2006 € 30.000 (=3/8 deel). Hieronder zie je deze verdeling in een cirkeldiagram:


Cito-toets 2012 – wat je moet weten (deel 2)

Teksten en gatenteksten zijn een vast en steeds prominenter onderdeel van de Cito-toets. Van de 100 vragen waar het onderdeel taal uit bestaat, gaan er 60 over begrijpend lezen, in de vorm van teksten met tekstvragen en gatenteksten.

Bij veel tekstvragen word je gevraagd één of twee regels te lezen en daar een vraag over te beantwoorden. Het is belangrijk dat je dan niet alleen die twee regels leest, maar ook het stukje erboven en de regels eronder. Wanneer er bijvoorbeeld staat: ‘lees r.19 t/m r. 21’,  begin dan te lezen bij regel 15 en lees door tot regel 25. Dan heb je de beste indruk van wat er wordt verteld en kun je de vraag beter beantwoorden.

Vragen over de stijl van schrijven komen vaak voor bij Cito-teksten. Voorbeelden hiervan zijn: 1. Welke zin valt uit de toon als je let op het taalgebruik in de tekst? 2. Welk stuk tekst had de schrijver uit de tekst kunnen weglaten? Het antwoord op de eerste vraag heeft meestal te maken met overdreven deftig of moeilijk taalgebruik; bij de tweede vraag gaat het meestal over een paar zinnen die overbodig zijn of niets met het onderwerp van de tekst te maken hebben.

Soms wordt gevraagd waar de schrijver met een nieuwe alinea had moeten beginnen. Alles wat met een onderwerp te maken heeft, staat in één alinea. Wanneer het onderwerp verandert, moet met een nieuwe alinea worden begonnen. Een andere, veel voorkomende vraag is wat er dubbelop is in een bepaalde zin. Voorbeelden hiervan zijn: ‘Daarom had zij om die reden geen boodschappen gedaan’, of: ‘Gooien jullie die folders meteen onmiddellijk in de afvalbak?’

Bij gatenteksten zijn uit de tekst stukjes weggelaten. Op de plaats waar die stukjes stonden staat nu een streep met een nummer. Je kunt steeds uit 4 mogelijkheden kiezen welk stukje het best op de plaats van de streep past. Net als bij teksten moet je ook nu een paar regels boven de streep beginnen met lezen. Vaak staat het stukje dat op de plaats van de streep moet komen, uitgelegd in de regels na de streep. Een voorbeeld:

Cito-toets 2013 – wat je moet weten (deel 1)

Goed kunnen rekenen met procenten is natuurlijk een vereiste voor de Cito-toets. Goed om te weten is dat procenten eigenlijk hetzelfde zijn als breuken; 12% betekent niets anders dan 12/100, oftewel 12 van de honderd. 12/100 kun je dan weer vereenvoudigen (kleiner maken) door zowel teller als noemer door 4 te delen: 3/25. Omgekeerd kun je natuurlijk van een breuk eenvoudig een percentage maken:  12/25 is hetzelfde als 48/100 (teller en noemer met 4 vermenigvuldigen, want procent betekent ‘van de 100’). 48/100 is dus 48%.

In de Cito-toets kunnen opgaven over procenten op een aantal verschillende manieren worden gesteld. Van de vaak voorkomende soorten zie je hieronder een voorbeeld:

BeterBijles.nl – procenten

Entreetoets uitslag 2011

De uitslag van de Entreetoets 2011 druppelt inmiddels bij veel basisscholen binnen. In veel gevallen wordt aan deze uitslag een schooladvies (en een verwachte Cito-score) gekoppeld. Hoe dit schooladvies er uit ziet,  is echter niet alleen afhankelijk van de behaalde score op de toets.

In voorgaande jaren kon aan de hand van het leerlingprofiel  in één oogopslag worden gezien met welk schooladvies rekening kon worden gehouden. Tot 2010 correspondeerden de romeinse cijfers op het uitslagformulier met een type middelbare school; tegenwoordig wordt bij de omschrijving een andere betekenis aan deze cijfers toegekend (I = ver boven het gemiddelde, II = boven het gemiddelde, III = gemiddelde, IV = onder het gemiddelde en V = ver onder het gemiddelde). De reden hiervoor is, dat het te geven schooladvies mede afhankelijk is van de gegevens van het leerlingvolgsysteem en de houding en motivatie van de leerling.

Ook dit jaar krijgen wij veel reacties en vragen van ouders die onaangenaam verrast zijn door het behaalde resultaat op de Entreetoets. Vaak ligt de oorzaak hiervan in het feit dat de resultaten van hun kind op school altijd goed zijn geweest (in 10-minuten gesprekken vaak bevestigd door de leerkracht), maar dat de uitslag van de toets niet met deze resultaten in overeenstemming is. Een aantal redenen hiervoor heb ik al in een eerdere post beschreven, maar een van de belangrijkste oorzaken blijft toch dat er een grote discrepantie is tussen  de manier van vragen stellen op school en in de Entree- of Cito-toets.

Niet alleen de manier van vragen stellen in proefwerken maar zeker ook de uitleg in de klas voldoet niet altijd aan de eisen die (door het Cito) aan een leerling worden gesteld om een toets met goed gevolg te kunnen afleggen. Daarnaast kan het ook zo zijn dat een leerling, op het moment dat de Cito-toets moet worden gemaakt, door onvoldoende voorbereiding nog nerveuzer wordt dan hij al is.

Natuurlijk wilt u graag dat uw kind straks op de Cito-toets een score haalt die in overeenstemming is met zijn of haar capaciteiten. Niet dat de leerkracht straks zegt dat uw kind het op school altijd beter heeft gedaan dan uit de uitslag van de Cito-toets valt op te maken. Zeker omdat veel middelbare scholen de toelating van een kind laten afhangen van de Cito-score is een meer dan goede voorbereiding op de Cito-toets van belang. Met een duidelijke en uitgebreide uitleg van de basisstof wordt voorkomen dat een leerling onder zijn niveau presteert.

Beter-Bijles biedt u en uw kind hiertoe de mogelijkheid: het Oefenboek voor de Cito-toets. Een letterlijk unieke syllabus vanwege de complete uitleg van alles wat een leerling voor de Cito-toets moet weten (ander materiaal omvat alleen oefeningen). De benodigde theoretische kennis wordt eerst uitvoerig besproken en verduidelijkt en een en ander wordt doorspekt met oefeningen. Aan het eind van elk onderdeel staan oefentoetsen, waarvan de vragen lijken op de vragen zoals deze worden gesteld op de Cito-toets. Als u geïnteresseerd bent, kunt u dit (vernieuwde) oefenboek hier bestellen.

Bijvoeglijk gebruik van een voltooid deelwoord

In de bijlessen die worden gegeven bij Beter-Bijles blijkt vaak dat kinderen het moeilijk vinden om bijvoeglijk gebruikte voltooide deelwoorden correct te schrijven. Omdat in zowel de Entree- als de Cito-toets een leerling de juiste spelling moet kunnen herkennen, volgt hieronder een korte uitleg.

De tafel is geverfd; de foto is vergroot; de pannenkoek is gebakken. Het voltooid deelwoord kun je ook bijvoeglijk gebruiken (een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord); het komt dan voor het zelfstandig naamwoord te staan: de geverfde tafel, de vergrote foto en de gebakken pannenkoek.

Over het algemeen eindigen bijvoeglijke naamwoorden op een -e. Dat geldt ook voor bijvoeglijk gebruikte voltooide deelwoorden van zwakke werkwoorden. Veel voltooide deelwoorden van sterke werkwoorden eindigen op -en. Wanneer een voltooid deelwoord van een sterk werkwoord bijvoeglijk wordt gebruikt, blijft de -en staan (de gebakken pannenkoek, het gestolen sieraad, de gebarsten vaas).

Een tweede regel is dat een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord altijd zo kort mogelijk moet worden geschreven. De vergrote foto in plaats van de vergrootte foto; de verbrande kolen in plaats van de verbrandde kolen. Overigens geldt het ‘zo kort mogelijk schrijven’ ook voor de verleden tijd meervoud van sterke werkwoorden: wij betraden het huis (i.p.v. betraadden) of zij boden op het schilderij (i.p.v. zij boodden).

Cito-toets wordt verplicht

Alle leerlingen in groep 8 van de basisschool maken voortaan een verplichte  landelijke eindtoets voor taal en rekenen (inclusief studievaardigheden). De centrale eindtoets zal voor het eerst worden afgenomen in het voorjaar van 2013.

De huidige Cito-eindtoets wordt begin februari afgenomen. Minister van Bijsterveldt stelt voor de nieuwe landelijke toets af te nemen tussen 15 april en 15 mei. Volgens de bewindsvrouw wordt met het verplaatsen van de eindtoets, de onderwijstijd voor taal en rekenen in het laatste schooljaar optimaal benut. Dit draagt ook bij aan een soepele overgang naar het voortgezet onderwijs: “Met het verplaatsen van de Cito-toets naar april/mei gaat het advies van de school zwaarder wegen. Tot nu toe was de Cito-toets vaak te leidend bij een keuze voor het middelbaar onderwijs. De toets is eigenlijk slechts een foto, terwijl het schooladvies meer de film is van het kind van de afgelopen jaren. De eerste stap van aanmelding op middelbaar onderwijs kan nu al gedaan worden op basis van het schooladvies, en de Cito-toets wordt dan meer een second-opinion. Als die ernstig afwijkt van het advies kan altijd nog een discussie aangegaan worden over het geadviseerde voortgezet onderwijs.”

De eindtoets is dus een belangrijk objectief gegeven dat het schooladvies aanvult. De eindtoets helpt ook om de onderwijsopbrengsten van de school in kaart te brengen. Dat geldt eveneens voor de gegevens in het leerling- en onderwijsvolgsysteem (lovs). Naast de invoering van de centrale eindtoets worden alle scholen verplicht te werken met een lovs voor alle leerlingen. Het
gebruik van gegevens uit het lovs bij het inrichten en aanpassen van het onderwijs schiet nog te kort. De Inspectie van het Onderwijs heeft geconstateerd dat niet meer dan 37% van alle basisscholen de gegevens uit het leerling- en onderwijsvolgsysteem optimaal, als hulpmiddel bij opbrengstgericht werken, gebruiken. Het verplicht stellen van een geordend lovs-systeem zal nu ook duidelijker gaan maken waar de school staat ten opzichte van andere scholen.

De effecten van de nieuwe regeling zullen ook voor ouders merkbaar worden. Ouders kunnen nu beter worden geïnformeerd over de vorderingen van hun kind mede op basis van het leerlingvolgsysteem, zij krijgen eenduidige informatie over de leervorderingen van hun kinderen tijdens en aan het einde van de basisschool en ouders kunnen (na verloop van tijd) scholen beter onderling vergelijken op basis van de resultaten van het lovs en de centrale eindtoets.

CITO 2011 – de toets

Vandaag was de laatste dag van drie dagen Cito-toets voor de leerlingen van groep 8 van de basisschool. De conclusie is dat het meeviel; geen van de gestelde vragen waren echt lastig.  Voor de kinderen die bij ons Cito-training hebben gevolgd en voor de leerlingen die ons Oefenboek Cito-toets hebben bestudeerd, waren er geen verrassingen: alles is behandeld, uitgelegd en geoefend.

De 1e toetsdag bestond uit de vaste onderdelen taal en rekenen. In het taalonderdeel waar de leerlingen moesten aangeven in welke van de vier zinnen het dikgedrukte woord fout was gespeld, stond slechts één gevaarlijke opgave: de leerling moest weten dat e-mail met een streepje wordt geschreven. Werkwoordspelling was zelfs gemakkelijk te noemen. Een tekst over adrenaline was lang maar de vragen waren goed te doen.

Het leeuwendeel van de 2e toetsdag werd weer in beslag genomen door het onderdeel studievaardigheden. Meestal zitten er in dit onderdeel wel een paar ‘instink-vragen’ bij, maar dit jaar was dat niet het geval. Ook alle vragen met tabellen, grafieken en diagrammen waren op z’n minst goed te begrijpen. Van de 4 schema’s die van een aantal teksten moesten worden gemaakt, was er slechts één iets aan de moeilijke kant.

Het derde en laatste deel van de toets, met weer taal als hoofdmoot, begint steeds meer op de NIO-toets te lijken. Vragen over ‘wat past het beste bij de betekenis van… ‘ of ‘vul het rijtje van de volgende drie woorden aan’ zijn relatief nieuw voor de Cito-toets.  Maar als je wist wat een blikvanger en wat popelen is, had je in ieder geval een goed start op de 3e toetsdag. Behoudens (toch) een lastige opgave over de omtrek van een boom waren de rekensommen van dag 3 zelfs bijna gemakkelijk te noemen.