Categorie archief: cito-toets

Cito-toets 2012 – wat je moet weten (deel 3)

In de Cito-toets zijn opgaven met cirkeldiagrammen altijd ruim vertegenwoordigd. De diagrammen kunnen worden weergegeven met procenten, met breuken of gewoon met aantallen. In procenten gemeten, is de hele cirkel altijd 100%. 1/3 deel van de cirkel is dan 33,3% en zo is bijvoorbeeld 1/7 deel van de cirkel (zie de figuur hierboven) ongeveer gelijk aan 14 %.

Een voorbeeld van een cirkeldiagram met aantallen zie je hieronder:

Het is ook mogelijk om van een staafdiagram een cirkeldiagram te maken. In het voorbeeld hieronder kan bijvoorbeeld het gedeelte van de staafdiagram dat over ‘beeldende kunst’ gaat, ook worden weergegeven in een cirkeldiagram:

Aan beeldende kunst is in drie jaar tijd totaal € 80.000 uitgegeven: in 2004 € 40.000 (= 4/8 deel), in 2005 € 10.000 (= 1/8 deel) en in 2006 € 30.000 (=3/8 deel). Hieronder zie je deze verdeling in een cirkeldiagram:


Cito-toets 2012 – wat je moet weten (deel 2)

Teksten en gatenteksten zijn een vast en steeds prominenter onderdeel van de Cito-toets. Van de 100 vragen waar het onderdeel taal uit bestaat, gaan er 60 over begrijpend lezen, in de vorm van teksten met tekstvragen en gatenteksten.

Bij veel tekstvragen word je gevraagd één of twee regels te lezen en daar een vraag over te beantwoorden. Het is belangrijk dat je dan niet alleen die twee regels leest, maar ook het stukje erboven en de regels eronder. Wanneer er bijvoorbeeld staat: ‘lees r.19 t/m r. 21’,  begin dan te lezen bij regel 15 en lees door tot regel 25. Dan heb je de beste indruk van wat er wordt verteld en kun je de vraag beter beantwoorden.

Vragen over de stijl van schrijven komen vaak voor bij Cito-teksten. Voorbeelden hiervan zijn: 1. Welke zin valt uit de toon als je let op het taalgebruik in de tekst? 2. Welk stuk tekst had de schrijver uit de tekst kunnen weglaten? Het antwoord op de eerste vraag heeft meestal te maken met overdreven deftig of moeilijk taalgebruik; bij de tweede vraag gaat het meestal over een paar zinnen die overbodig zijn of niets met het onderwerp van de tekst te maken hebben.

Soms wordt gevraagd waar de schrijver met een nieuwe alinea had moeten beginnen. Alles wat met een onderwerp te maken heeft, staat in één alinea. Wanneer het onderwerp verandert, moet met een nieuwe alinea worden begonnen. Een andere, veel voorkomende vraag is wat er dubbelop is in een bepaalde zin. Voorbeelden hiervan zijn: ‘Daarom had zij om die reden geen boodschappen gedaan’, of: ‘Gooien jullie die folders meteen onmiddellijk in de afvalbak?’

Bij gatenteksten zijn uit de tekst stukjes weggelaten. Op de plaats waar die stukjes stonden staat nu een streep met een nummer. Je kunt steeds uit 4 mogelijkheden kiezen welk stukje het best op de plaats van de streep past. Net als bij teksten moet je ook nu een paar regels boven de streep beginnen met lezen. Vaak staat het stukje dat op de plaats van de streep moet komen, uitgelegd in de regels na de streep. Een voorbeeld:

Cito-toets 2013 – wat je moet weten (deel 1)

Goed kunnen rekenen met procenten is natuurlijk een vereiste voor de Cito-toets. Goed om te weten is dat procenten eigenlijk hetzelfde zijn als breuken; 12% betekent niets anders dan 12/100, oftewel 12 van de honderd. 12/100 kun je dan weer vereenvoudigen (kleiner maken) door zowel teller als noemer door 4 te delen: 3/25. Omgekeerd kun je natuurlijk van een breuk eenvoudig een percentage maken:  12/25 is hetzelfde als 48/100 (teller en noemer met 4 vermenigvuldigen, want procent betekent ‘van de 100’). 48/100 is dus 48%.

In de Cito-toets kunnen opgaven over procenten op een aantal verschillende manieren worden gesteld. Van de vaak voorkomende soorten zie je hieronder een voorbeeld:

BeterBijles.nl – procenten

Entreetoets uitslag 2011

De uitslag van de Entreetoets 2011 druppelt inmiddels bij veel basisscholen binnen. In veel gevallen wordt aan deze uitslag een schooladvies (en een verwachte Cito-score) gekoppeld. Hoe dit schooladvies er uit ziet,  is echter niet alleen afhankelijk van de behaalde score op de toets.

In voorgaande jaren kon aan de hand van het leerlingprofiel  in één oogopslag worden gezien met welk schooladvies rekening kon worden gehouden. Tot 2010 correspondeerden de romeinse cijfers op het uitslagformulier met een type middelbare school; tegenwoordig wordt bij de omschrijving een andere betekenis aan deze cijfers toegekend (I = ver boven het gemiddelde, II = boven het gemiddelde, III = gemiddelde, IV = onder het gemiddelde en V = ver onder het gemiddelde). De reden hiervoor is, dat het te geven schooladvies mede afhankelijk is van de gegevens van het leerlingvolgsysteem en de houding en motivatie van de leerling.

Ook dit jaar krijgen wij veel reacties en vragen van ouders die onaangenaam verrast zijn door het behaalde resultaat op de Entreetoets. Vaak ligt de oorzaak hiervan in het feit dat de resultaten van hun kind op school altijd goed zijn geweest (in 10-minuten gesprekken vaak bevestigd door de leerkracht), maar dat de uitslag van de toets niet met deze resultaten in overeenstemming is. Een aantal redenen hiervoor heb ik al in een eerdere post beschreven, maar een van de belangrijkste oorzaken blijft toch dat er een grote discrepantie is tussen  de manier van vragen stellen op school en in de Entree- of Cito-toets.

Niet alleen de manier van vragen stellen in proefwerken maar zeker ook de uitleg in de klas voldoet niet altijd aan de eisen die (door het Cito) aan een leerling worden gesteld om een toets met goed gevolg te kunnen afleggen. Daarnaast kan het ook zo zijn dat een leerling, op het moment dat de Cito-toets moet worden gemaakt, door onvoldoende voorbereiding nog nerveuzer wordt dan hij al is.

Natuurlijk wilt u graag dat uw kind straks op de Cito-toets een score haalt die in overeenstemming is met zijn of haar capaciteiten. Niet dat de leerkracht straks zegt dat uw kind het op school altijd beter heeft gedaan dan uit de uitslag van de Cito-toets valt op te maken. Zeker omdat veel middelbare scholen de toelating van een kind laten afhangen van de Cito-score is een meer dan goede voorbereiding op de Cito-toets van belang. Met een duidelijke en uitgebreide uitleg van de basisstof wordt voorkomen dat een leerling onder zijn niveau presteert.

Beter-Bijles biedt u en uw kind hiertoe de mogelijkheid: het Oefenboek voor de Cito-toets. Een letterlijk unieke syllabus vanwege de complete uitleg van alles wat een leerling voor de Cito-toets moet weten (ander materiaal omvat alleen oefeningen). De benodigde theoretische kennis wordt eerst uitvoerig besproken en verduidelijkt en een en ander wordt doorspekt met oefeningen. Aan het eind van elk onderdeel staan oefentoetsen, waarvan de vragen lijken op de vragen zoals deze worden gesteld op de Cito-toets. Als u geïnteresseerd bent, kunt u dit (vernieuwde) oefenboek hier bestellen.

Bijvoeglijk gebruik van een voltooid deelwoord

In de bijlessen die worden gegeven bij Beter-Bijles blijkt vaak dat kinderen het moeilijk vinden om bijvoeglijk gebruikte voltooide deelwoorden correct te schrijven. Omdat in zowel de Entree- als de Cito-toets een leerling de juiste spelling moet kunnen herkennen, volgt hieronder een korte uitleg.

De tafel is geverfd; de foto is vergroot; de pannenkoek is gebakken. Het voltooid deelwoord kun je ook bijvoeglijk gebruiken (een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord); het komt dan voor het zelfstandig naamwoord te staan: de geverfde tafel, de vergrote foto en de gebakken pannenkoek.

Over het algemeen eindigen bijvoeglijke naamwoorden op een -e. Dat geldt ook voor bijvoeglijk gebruikte voltooide deelwoorden van zwakke werkwoorden. Veel voltooide deelwoorden van sterke werkwoorden eindigen op -en. Wanneer een voltooid deelwoord van een sterk werkwoord bijvoeglijk wordt gebruikt, blijft de -en staan (de gebakken pannenkoek, het gestolen sieraad, de gebarsten vaas).

Een tweede regel is dat een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord altijd zo kort mogelijk moet worden geschreven. De vergrote foto in plaats van de vergrootte foto; de verbrande kolen in plaats van de verbrandde kolen. Overigens geldt het ‘zo kort mogelijk schrijven’ ook voor de verleden tijd meervoud van sterke werkwoorden: wij betraden het huis (i.p.v. betraadden) of zij boden op het schilderij (i.p.v. zij boodden).

Cito-toets wordt verplicht

Alle leerlingen in groep 8 van de basisschool maken voortaan een verplichte  landelijke eindtoets voor taal en rekenen (inclusief studievaardigheden). De centrale eindtoets zal voor het eerst worden afgenomen in het voorjaar van 2013.

De huidige Cito-eindtoets wordt begin februari afgenomen. Minister van Bijsterveldt stelt voor de nieuwe landelijke toets af te nemen tussen 15 april en 15 mei. Volgens de bewindsvrouw wordt met het verplaatsen van de eindtoets, de onderwijstijd voor taal en rekenen in het laatste schooljaar optimaal benut. Dit draagt ook bij aan een soepele overgang naar het voortgezet onderwijs: “Met het verplaatsen van de Cito-toets naar april/mei gaat het advies van de school zwaarder wegen. Tot nu toe was de Cito-toets vaak te leidend bij een keuze voor het middelbaar onderwijs. De toets is eigenlijk slechts een foto, terwijl het schooladvies meer de film is van het kind van de afgelopen jaren. De eerste stap van aanmelding op middelbaar onderwijs kan nu al gedaan worden op basis van het schooladvies, en de Cito-toets wordt dan meer een second-opinion. Als die ernstig afwijkt van het advies kan altijd nog een discussie aangegaan worden over het geadviseerde voortgezet onderwijs.”

De eindtoets is dus een belangrijk objectief gegeven dat het schooladvies aanvult. De eindtoets helpt ook om de onderwijsopbrengsten van de school in kaart te brengen. Dat geldt eveneens voor de gegevens in het leerling- en onderwijsvolgsysteem (lovs). Naast de invoering van de centrale eindtoets worden alle scholen verplicht te werken met een lovs voor alle leerlingen. Het
gebruik van gegevens uit het lovs bij het inrichten en aanpassen van het onderwijs schiet nog te kort. De Inspectie van het Onderwijs heeft geconstateerd dat niet meer dan 37% van alle basisscholen de gegevens uit het leerling- en onderwijsvolgsysteem optimaal, als hulpmiddel bij opbrengstgericht werken, gebruiken. Het verplicht stellen van een geordend lovs-systeem zal nu ook duidelijker gaan maken waar de school staat ten opzichte van andere scholen.

De effecten van de nieuwe regeling zullen ook voor ouders merkbaar worden. Ouders kunnen nu beter worden geïnformeerd over de vorderingen van hun kind mede op basis van het leerlingvolgsysteem, zij krijgen eenduidige informatie over de leervorderingen van hun kinderen tijdens en aan het einde van de basisschool en ouders kunnen (na verloop van tijd) scholen beter onderling vergelijken op basis van de resultaten van het lovs en de centrale eindtoets.

CITO 2011 – de toets

Vandaag was de laatste dag van drie dagen Cito-toets voor de leerlingen van groep 8 van de basisschool. De conclusie is dat het meeviel; geen van de gestelde vragen waren echt lastig.  Voor de kinderen die bij ons Cito-training hebben gevolgd en voor de leerlingen die ons Oefenboek Cito-toets hebben bestudeerd, waren er geen verrassingen: alles is behandeld, uitgelegd en geoefend.

De 1e toetsdag bestond uit de vaste onderdelen taal en rekenen. In het taalonderdeel waar de leerlingen moesten aangeven in welke van de vier zinnen het dikgedrukte woord fout was gespeld, stond slechts één gevaarlijke opgave: de leerling moest weten dat e-mail met een streepje wordt geschreven. Werkwoordspelling was zelfs gemakkelijk te noemen. Een tekst over adrenaline was lang maar de vragen waren goed te doen.

Het leeuwendeel van de 2e toetsdag werd weer in beslag genomen door het onderdeel studievaardigheden. Meestal zitten er in dit onderdeel wel een paar ‘instink-vragen’ bij, maar dit jaar was dat niet het geval. Ook alle vragen met tabellen, grafieken en diagrammen waren op z’n minst goed te begrijpen. Van de 4 schema’s die van een aantal teksten moesten worden gemaakt, was er slechts één iets aan de moeilijke kant.

Het derde en laatste deel van de toets, met weer taal als hoofdmoot, begint steeds meer op de NIO-toets te lijken. Vragen over ‘wat past het beste bij de betekenis van… ‘ of ‘vul het rijtje van de volgende drie woorden aan’ zijn relatief nieuw voor de Cito-toets.  Maar als je wist wat een blikvanger en wat popelen is, had je in ieder geval een goed start op de 3e toetsdag. Behoudens (toch) een lastige opgave over de omtrek van een boom waren de rekensommen van dag 3 zelfs bijna gemakkelijk te noemen.

Oefenen voor de Cito-toets of niet?

In het tijdschrift Psychologie Magazine staat in het nieuwste (februari)nummer een artikel over ‘Het Cito-dilemma’, waarin Manon Sikkel een antwoord probeert te vinden op de vraag of oefenen voor de Cito-toets wel of niet zinvol is. Hieronder vindt u het betreffende artikel.

Eindtoets (Cito-toets) voor ouders

Het Centraal Instituut voor Toets Ontwikkeling geeft ook dit jaar weer een kijkje in de keuken.  Om de ouders te informeren over wat hun kind de eerste drie dagen van februari te wachten staat,  heeft het Cito weer een oefentoets voor ouders (via een omweg ook hier bij ‘downloads’ te vinden) online gezet. De reeks van 20 vragen (waarvan helaas vijf over wereldoriëntatie – een onderdeel dat toch niet meetelt voor de eindscore) laat zien wat de scholieren van groep 8 ongeveer kunnen verwachten. U kunt de toets hier bekijken.

Voor meer informatie over onder meer hoe de toets in elkaar zit en de uitslag van de Cito-toets kunt u hier de ‘Ouderkrant’ downloaden (eveneens verkrijgbaar in het Engels, Arabisch en Turks).

Cito-toets oefenen!

Begin februari begint de Cito-toets. Op veel basisscholen is al een begin gemaakt met het oefenen van de stof en de manier van vraagstelling, maar is die voorbereiding wel voldoende? Waarschijnlijk is het aan te bevelen, voordat het echte werk begint, eerst nog een Oefen-Cito te maken. Niet alleen om de kennis te testen, maar ook om straks beter met de Cito-stress te kunnen omgaan.

Beter-Bijles heeft al een aantal oefenboeken op haar naam staan, beide een uitgebreide en succesvolle leermethode, waarmee een leerling van groep 7 of groep 8 zich op een efficiënte manier kan voorbereiden op de Entree- en Cito-toets.

Nu hebben wij een Oefen-toets samengesteld die is gebaseerd op opgaven uit de meest recente CITO-toetsen (2008 tot en met 2010). Alle onderdelen komen aan bod: taal, begrijpend lezen, spelling, rekenen en studievaardigheden. De toets is qua grootte vergelijkbaar met de helft van de eigenlijke Cito-toets en de inhoud, de samenstelling en het gewicht van de verschillende onderdelen zijn hetzelfde als in de ‘echte’ Cito-toets.

Door het maken van deze Oefen-Cito kan uw kind alvast vertrouwd raken met procedure, tijdsdruk, problematiek en vraagstelling zoals deze bij de eigenlijke toets naar voren zullen komen. Hierdoor wordt een realistisch beeld verkregen van de actuele kennis en krijgt u een nauwkeurige indicatie van de te verwachten Cito-score. Bovendien kan, naar aanleiding van het resultaat van de gemaakte Oefen-Cito, bijtijds worden ingegrepen om eventuele zwakke punten nog extra aandacht te geven.

Voor het maken van de toets staat 2 uur en 15 minuten. Nadat de antwoorden van de gemaakte toets door Beter-Bijles zijn terugontvangen, worden deze nagekeken. Vervolgens ontvangt u van ons een analyse van het resultaat, de behaalde Cito-score en een advies met betrekking tot eventuele aandachtspunten.

Wanneer u geïnteresseerd bent om uw kind deze Oefen-Cito te laten maken of als meer informatie wilt ontvangen,  kunt u ons dit laten weten door een e-mail te sturen naar: info@beter-bijles.nl.