Categorie archief: basisschool

Summer School … een paar foto’s

Schermafbeelding 2013-07-10 om 22.57.44

Schermafbeelding 2013-07-10 om 22.49.45

Schermafbeelding 2013-07-10 om 22.49.55

Schermafbeelding 2013-07-25 om 15.01.58 Schermafbeelding 2013-07-25 om 15.02.08

Schermafbeelding 2013-07-25 om 15.01.58

Schermafbeelding 2013-07-25 om 15.01.50

Schermafbeelding 2013-07-10 om 22.49.16

Schermafbeelding 2013-07-10 om 22.49.04

Volg ons op facebook !

6 weken vakantie … alleen lekker niksen?

De zomervakantie staat voor de deur. Na een jaar zwoegen is er eindelijk tijd om te relaxen, vakantie te vieren en te genieten. Zes weken lang geen school, zes weken alleen maar leuke dingen doen … of niet?

Schermafbeelding 2013-07-04 om 21.45.12

Onderzoek heeft aangetoond dat gedurende de zomervakantie het kennisniveau en vaardigheden van leerlingen achteruitgaan; na zes weken niets doen staat het verlies aan kennis ongeveer gelijk aan een maand les op school. Vooral vaardigheden in rekenen gaan beduidend achteruit. Leerlingen blijken na de vakantie bovendien meer tijd nodig te hebben om nieuwe stof in zich op te nemen. Het meest verontrustend is dat het kennisverlies in de zomermaanden cumulatief blijkt te zijn.

Volgens hetzelfde onderzoek zullen studieresultaten positief worden beïnvloed wanneer in de zomermaanden wél wordt doorgeleerd of in ieder geval iets wordt ondernomen. Niet alleen wordt het verlies aan kennis teniet gedaan, maar in veel gevallen kan zelfs vooruitgang in schoolprestaties worden geboekt!

Dit is een van de redenen waarom wij Summer’S Cool organiseren: de duur van Summer’S Cool in de zomer is weliswaar één week, maar de leerlingen krijgen na die week voldoende oefenmateriaal mee om de rest van hun vakantie hun net aangeleerde vaardigheden in rekenen of begrijpend lezen op niveau te houden of zelfs aan te scherpen. Omdat bekend is dat het effect van een zomerschool (of blijven leren in de zomer) langer dan twee jaar in stand blijft, lijkt het op z’n minst nuttig om na te denken over hoe de komende zes weken op een effectieve manier ingevuld gaan worden.

Summer’S Cool is natuurlijk niet de enige optie. Een goed leer- en oefenboek, bij voorkeur over de stof die past bij het volgende schooljaar, draagt eraan bij dat de vaardigheden van uw kind straks op minimaal hetzelfde niveau zijn als nu.

Twee zaken zijn wel belangrijk: kwaliteit en regelmaat. Zorg er dus voor dat u over goed oefenmateriaal beschikt waarbij tevens een duidelijke uitleg van de theorie wordt gegeven en probeer minstens twee maal per week tijd te besteden aan rekenen en begrijpend lezen. Begrijpend lezen kan goed worden geoefend met behulp van kranten op internet: zoek een interessant artikel, lees dit en probeer het artikel samen te vatten in één of twee zinnen. Zoek dan tevens alle moeilijke woorden op: goed voor de woordenschat.

Mocht u geïnteresseerd zijn in onze leer- en oefenboeken (die als enige zowel een duidelijke uitleg van de theorie als oefenmateriaal op Cito-niveau bieden), dan kunt u een keuze maken uit het Oefenboek voor de Entreetoets (groep 7), het Oefenboek voor de Cito-toets (groep 8) of het Boek Begrijpend Lezen. U kunt hier bestellen.

Cito-toets 2013 – wat je moet weten (deel 9)

Studievaardigheden kent drie onderdelen: opzoekvaardigheden, tabellen en grafieken en studieteksten. Bij studieteksten gaat het om het samenvatten en het in een schema kunnen zetten van een stuk tekst. Er zijn verschillende soorten schema’s: een matrix (bijvoorbeeld een afstandstabel), een kringloop (vaak natuurteksten), een stroomdiagram (‘wat moet je doen’-teksten), een lineair schema (bijvoorbeeld teksten over geschiedenis) of een boomstructuur (zie het voorbeeld hieronder).

Bij studieteksten wordt ook vaak gevraagd naar het doel van de schrijver (waarom heeft de auteur dit geschreven of voor welk publiek). Verder kan worden gevraagd naar overkoepelende of samenvattende woorden; het belangrijkste is dus dat je steeds weet wat het onderwerp van het stuk tekst of van de alinea is; het onderwerp is bijna altijd in één woord samen te vatten. Een ander onderdeel is het samenvatten in de vorm van een plaatje. Bij welke alinea past dit plaatje het best?

In het onderdeel tabellen en grafieken bij studievaardigheden moet je gegevens in een schema, een beeldgrafiek, een staafgrafiek, een lijngrafiek of een cirkeldiagram kunnen uitleggen. Je moet trends kunnen herkennen (vanaf wanneer gingen de verkopen omhoog bijvoorbeeld) en je moet combinaties van gegevens kunnen herkennen en uitleggen (bijvoorbeeld welke lijn is van de verkoop van schaatsen – die is dan in december/januari het hoogst).

Bij opzoekvaardigheden moet je weten welke zoektermen je moet gebruiken, welke link je moet aanklikken of waar je bepaalde informatie kunt vinden. Hierbij is het belangrijk dat je nooit het antwoord kiest waar letterlijke woorden uit de vraag worden genoemd; er wordt altijd gezocht naar een bovenliggend begrip. In de afleiders (de antwoorden die goed lijken maar het niet zijn) vind je dan vaak woorden uit de inleiding op de vraag terug, maar die antwoorden zijn juist vaak fout!

CITO 2013/2014: de Eindtoets Basis en de Eindtoets Niveau

Volgend schooljaar verschijnt de Eindtoets Basisonderwijs in twee versies, op papier en digitaal: de Eindtoets Basis en de Eindtoets Niveau. Deze twee toetsen bevatten dezelfde taken, in dezelfde volgorde, met hetzelfde aantal opgaven. Het grootste deel van de opgaven in de toetsen is verschillend. De opgaven in de Eindtoets Basis zijn gemiddeld wat moeilijker dan de opgaven in de Eindtoets Niveau.

Eindtoets Basis

De Eindtoets Basis is bestemd voor leerlingen (landelijk ongeveer 75%) van wie u verwacht dat zij doorstromen naar de gemengde/theoretische leerweg van vmbo, of havo of vwo. De scores van deze leerlingen op de toetsen van het Cito Volgsysteem vallen in het C-, B- of A-niveau. Deze Eindtoets is qua niveau vergelijkbaar met de papieren Eindtoetsen tot en met 2012.

Eindtoets Niveau

De Eindtoets Niveau is bestemd voor leerlingen (landelijk ongeveer 25%) die wat minder hoog scoren op de schoolse vaardigheden taal en rekenen. Het zijn de leerlingen van wie u verwacht dat zij het best op hun plaats zijn in de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van vmbo. Voor leerlingen die meestal onder het gemiddelde presteren (Bij de toetsen van het Cito Volgsysteem vallen hun scores vaak in het E- of D-niveau., is de Eindtoets Niveau de beste keuze.

Twee Eindtoetsen, twee uitslagen?

Beide versies zijn niet helemaal verschillend. Ongeveer 25% van de opgaven zit zowel in de Eindtoets Basis als in de Eindtoets Niveau. Door die overlap loopt de moeilijkheid van de twee versies niet te veel uit elkaar. En deze overlap zorgt er ook voor dat de scores van de twee versies op één schaal gezet kunnen worden. In de praktijk is het dus zo dat elke leerling (net als in vorige jaren) een standaardscore krijgt tussen 501 en 550. De Eindtoets Niveau is gemakkelijker dan de Eindtoets Basis. Om een bepaalde standaardscore te halen, moet je bij de Eindtoets Niveau daarom méér opgaven goed hebben dan bij de Eindtoets Basis.

Bij een twijfelgeval of een leerling de eindtoets basis dan wel de eindtoets niveau zal moeten maken (bijvoorbeeld omdat de LOVS-scores wisselend C en D zijn), zal deze keuze dan mede afhangen van motivatie, ambitie, onzekerheid, doorzettingsvermogen, faalangst, de eigen voorkeur van de leerling en eventuele andere eigenschappen of omstandigheden van de leerling.

(bron cito)

Beter Bijles SpecialiCITOdagen

Tijdens onze Winter’S Cool trainingen, krijgen de leerlingen les in alle vakken die bij de Cito-eindtoets worden bevraagd: begrijpend lezen, studievaardigheden, taal, rekenen en spelling. Niet alle kinderen hebben behoefte aan instructie en oefening in àlle vakken, omdat ze bv. erg goed in rekenen of juist in de taalvakken zijn.

Speciaal voor die kinderen organiseren we in december twee dagen die gericht zijn op training van één vakgebied. Op zaterdag 8 december kan het kind dat moeite heeft met rekenen of onderdelen van rekenen, bij ons terecht voor een dag vol met rekeninstructie en oefenstof. Zaterdag 15 december is gereserveerd voor die kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen en studievaardigheden.

Op de rekendag (8 december) komt het volgende aan de orde:

  • breuken, procenten, kommagetallen en de relatie daartussen;
  • verhoudingen en schaalbegrip;
  • maten en gewichten (omtrek, oppervlakte, inhoud, werken met metriek stelsel);
  • rekenkundige bewerkingen;
  • rekenen met geld en tijd.

Natuurlijk oefent het kind alleen die onderdelen die het nog niet beheerst. Om te bepalen welke onderdelen dit zijn zullen we vooraf een instaptoets afnemen.

Op de taaldag (15 december) behandelen we:

A. Begrijpend lezen

  • Welke strategie pas je toe op een begrijpend lezen tekst?
  • Welke tekstsoorten kun je verwachten?
  • Wat voor soort vragen kun je verwachten?
  • Hoe pak je een gatentekst aan?
  • Hoe ga je om met een foutentekst?

B. Studievaardigheden

  • Welke grafieken komen voor? Hoe lees je die? Welke vragen kun je erbij verwachten?
  • Hoe lees je informatie af uit een tabel en welke vragen kun je krijgen?
  • Wat zijn studieteksten en hoe analyseer je die?
  • Wat is het verschil tussen studieteksten en begrijpend lezen?
  • Welke bronnen zijn er om informatie te vinden en hoe bepaal je welke bron je nodig hebt?
  • Hoe zoek je in een encyclopedie en een woordenboek?
  • Welke zoektermen moet je invullen om informatie op internet te vinden?
  • Hoe kies je de juiste link uit een rijtje internetlinks?
  • Welke basisbegrippen moet je kennen om een kaart te kunnen lezen?
  • Hoe bepaal je de afstanden tussen twee plekken op een kaart?

Een lesdag duurt van 10.00 tot 16.00 uur en kent twee keer een half uur pauze. Naast deze pauzes zorgen we uiteraard voor voldoende energizers om de dag vol te houden. Een hele dag les in hetzelfde vak is immers veel gevraagd van een kind! Maar, het kind zal ervaren dat het na deze dag zoveel heeft geleerd dat het de Cito-toets met vertrouwen tegemoet kan zien. En daar doen we het uiteindelijk allemaal voor!

De maximale groepsgrootte voor deze dagen is 12 leerlingen. De lessen worden gegeven door twee docenten, zodat elke leerling veel individuele aandacht kan krijgen.

Voor meer informatie of om uw kind op te geven voor een van deze twee dagen:

Stuur een e-mail naar: info@beter-bijles.nl of bel ons op 020-6277764. Onze site: www.beter-bijles.nl

Summer’S Cool

De eerste twee weken Summer’s Cool zit erop. Op maandagochtend 30 juli ontvingen we twaalf enigszins gespannen leerlingen met hun ouders in onze locatie aan de Herengracht in Amsterdam. Sommigen kwamen van dichtbij, anderen van heel ver. Waalwijk, Utrecht, Harlingen: sommige kinderen en hun ouders hadden er al een hele reis op zitten!

Op de grote instructietafel stond een schaal met fruit, er waren kannen citroenwater en glazen, en natuurlijk lagen er werkmappen en schrijfmaterialen.

Nadat de ouders vertrokken waren, zijn we begonnen met een kennismakingsrondje. Wie ben je, en waarom ben je hier? Wat wil je leren? Met welke vakonderdelen heb je vooral moeite? Waarom ga je in je zomervakantie vrijwillig naar Summer’s Cool? De motivatie was bij alle kinderen gelijk: ik wil een goede Cito-toets maken omdat ik naar een zo hoog mogelijke vorm van voortgezet onderwijs wil.

De structuur van de dag was elke dag gelijk: we startten met spelling van onveranderlijke woorden, daarna kwam de werkwoordspelling aan de orde, gevolgd door een uur inzichtelijk rekenen. Om 12 uur werd de lunch bezorgd (broodjes naar keuze), en speelden we een half uur op het pleintje aan de Herenmarkt. De middag begon dan met de taalonderdelen grammatica, begrijpend lezen en studievaardigheden. Hierna was er weer ruimte om een half uur buiten te spelen. Elke middag werd afgesloten met een uur rekenen, dat dan vooral gericht was op getallen en bewerkingen. Bij alle vakken is ook specifiek aandacht besteed aan de vraagwijze zoals het Cito die hanteert. Aan de hand van stappenplannen en strategieën leerden de leerlingen hoe ze de Cito-vragen moeten aanpakken.

Na een korte instructie konden de leerlingen vooral veel zelf aan het werk. Kinderen met problemen op bepaalde vakonderdelen werden apart genomen, terwijl de anderen doorwerkten onder begeleiding van de tweede leerkracht. Doordat de groep klein was, kreeg elk kind voldoende aandacht.

Al op dag twee bleek het enthousiasme van de kinderen uit de reacties van ouders. ‘Mijn kind is nog nooit zo vrolijk thuisgekomen na een schooldag!’ of ‘Mijn dochter snapt nu ineens hoe dat zit met procenten!’

Op de laatste vrijdag bleek tijdens de uitstaptoets hoeveel de kinderen tijdens de week Summer’s Cool hebben geleerd. In de individuele rapportage die alle ouders over hun kind hebben ontvangen, staat precies aangegeven waar nog extra op geoefend moet gaan worden. Dit kan op school, maar natuurlijk ook thuis met behulp van het Beter Bijles oefenboek voor de Cito-toets.

Veel van de kinderen die wij begeleid hebben, komen terug tijdens de Winter’S Cool. Tijdens deze driedaagse of vierdaagse zullen we gericht aandacht besteden aan training voor de Cito-toets.

Wilt u informatie over Winter’s Cool of wilt u uw kind opgeven voor deze trainingsdagen? Klik hier en neem contact op met Beter Bijles.

 

Oefenboek voor de CITO-toets 2013!

Met gepaste trots presenteren wij hèt Oefenboek voor de Cito-toets 2013. De oude versie bevatte 142 pagina’s; de nieuwe versie van het boek omvat ruim 170 pagina’s. Deze syllabus, dit jaar al verkozen tot “Het beste boek ter voorbereiding op de Cito-toets“, biedt alles om de Cito-toets – die zal worden afgenomen op 5, 6 en 7 februari 2013 – met een zo goed mogelijk resultaat te kunnen maken.

Alles wat een leerling van groep 8 voor de Cito-toets moet weten, wordt in ruim 170 pagina’s beschreven, uitgelegd, geoefend en getest. Hoe pak je een tekst met tekstvragen aan, op welke manier kun je werkwoordspelling zo goed mogelijk maken, hoe leer je sommen met breuken, procenten of kommagetallen goed te maken, wèlke rekensommen worden er gevraagd, hoe zet je een stuk tekst in een schema of hoe lees je tabellen en grafieken? Op al deze vragen geeft het Oefenboek voor de Cito-toets antwoord.

Het boek is onlangs op een aantal punten aangepast en verbeterd. De aanpassingen hebben te maken met de verwerking van alle nieuwe gegevens van de laatste Cito-toets 2012 in het boek. De verbetering heeft te maken met een uitbreiding van de onderdelen begrijpend lezen en studievaardigheden. Zowel de uitleg van de theorie als het aantal oefenopgaven is – vergeleken met de versie van vorig jaar – in omvang fors toegenomen.

In het onderdeel begrijpend lezen zijn meer oefenteksten toegevoegd; ook de uitleg van de onderliggende theorie is duidelijker geworden. De scores op het onderdeel studievaardigheden van zowel de Cito-toets als de Entreetoets van 2012 vielen – landelijk gezien – uit de toon. Om te voorkomen dat zich dit op de Cito-toets van 2013 herhaalt, hebben wij de uitleg van alle onderwerpen uitgebreid. Het werken met en kunnen interpreteren van kaarten, grafieken, tabellen en diagrammen wordt uitgebreid behandeld en vervolgens geoefend. Omdat een relatief groot deel van de vragen in het onderdeel studievaardigheden gaat over het in schema kunnen zetten van een stuk tekst, wordt ook dit onderwerp in ons boek uitgebreider dan voorheen behandeld.

Het eindresultaat is een overcompleet boek met een duidelijke uitleg van alle theorie en ruim voldoende oefeningen die uw kind optimaal zullen voorbereiden op de eindtoets van groep 8.

U kunt het Oefenboek voor de Cito-toets hier bestellen.

 

Rekenniveau in Nederland

Integraal overgenomen van de site van GeenStijl: een betoog over de dramatische stand van zaken van het Nederlands rekenonderwijs, geschreven door iemand met verstand van zaken.

Open brief aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Geachte mevrouw Van Bijsterveldt,

Anderhalf jaar geleden haalde mijn dochter tweeën en drieën voor haar wiskundeproefwerken in klas 3vwo. Ik keek waar het mis ging. Ze bleek vooral niet met breuken te kunnen omgaan. Toch is mijn dochter een slimme meid. Ze had destijds op de basisschool de maximale Citoscore gehaald. Kennelijk deugen zowel het rekenonderwijs op de basisschool als de Citotoets niet. Hoe kan dat? Het Traditioneel Rekenen is rond de 40 jaar geleden afgeschaft; nu is er het rampzalige Realistisch Rekenen. Jan van de Craats schrijft daarover in het zwartboek: “Waarom Daan en Sanne niet kunnen rekenen.”

Mijn zoon gaat binnenkort Wiskunde studeren in Leiden, net als ik 33 jaar geleden. Hij heeft net VWO eindexamen gedaan in de Wiskunde B variant, die voorbereidt op de exacte wetenschappen. Ik heb naar dat examen (pdf) gekeken. Het was een vreselijk ratjetoe, 12 vellen dik (ik dacht dat 1 A4-tje normaal was). Inzicht in wiskundige functies werd nauwelijks getoetst; wel de behendigheid om knopjes op een rekenmachine in te drukken.

Nutteloze vormen van wiskunde
Er was een paginagroot verhaal bij over een kunstenares. Leuk voor het vak Nederlands of CKV, maar misplaatst op een wiskundetoets. Op de volgende bladzijde stonden er drie priegelige tekeningetjes naast elkaar, en daaronder een vraag over het middelste tekeningetje; eigenlijk een soort ogentest. Andere opgaven gingen over wirwarren van driehoeken, vierhoeken en cirkels: een nutteloze vorm van wiskunde. Erger nog: je weet gewoon niet waar je moet beginnen om de vraag te beantwoorden. Dit toetst nauwelijks een wiskundige vaardigheid. Inmiddels heeft het College voor Examens laten weten dat maar liefst 3 van de 17 opgaven Wiskunde-B niet meetellen (pdf) voor de beoordeling. De reden vertelt men niet, maar het zal iets met kwaliteit te maken hebben.

Een sterke lobby verdedigt de rekenramp met blabla-verhaaltjes en drogredenen over het belang van inzicht, ‘handig rekenen’, en verhaaltjesrekenen. Zo schreven achttien hoogleraren in 2008 in NRC: “‘Realistisch rekenen’ niet goed? Kinderen presteren juist beter.” Onder hen was Diederik Stapel, bekend van de verzonnen onderzoeksgegevens. Het realistisch rekenen is een nog veel grotere en schadelijkere oplichterij: er is geen empirische onderbouwing dat die methode goed werkt – integendeel.

Slecht rekenen is moord
Ik vond deze twee citaten op BeterOnderwijsNederland.nl:

“In arren moede zijn we op onze faculteit maar weer begonnen om in de eerste weken van het collegejaar het elementaire rekenen met breuken te behandelen, tot grote verbazing en hilariteit van onze buitenlandse studenten (Chinezen en Koreanen) die zich terecht afvragen in wat voor land ze eigenlijk terechtgekomen zijn.”

“Het beroemdste voorbeeld is natuurlijk de verpleegster die voor moord werd aangeklaagd omdat ze een patiënt een overdosis insuline had gegeven. Haar (oprechte) verweer was dat ze simpelweg het recept van de dokter had uitgevoerd: “Vorige week moest ik 0,1 mg geven, en deze week stond er plotseling 0,10 mg, dat is dus 10 keer zoveel…”

Eind 2011 dienden D66 en de SGP in de Tweede Kamer een motie in om het gebruik van de rekenmachine bij toetsen en examens te beperken. Maar, mevrouw de minister, u wilde eerst advies inwinnen, en de motie werd aangehouden. In april kwamen de adviezen binnen, van het College voor Examens en het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling SLO. U schreef de kamer dat er geen verdere maatregelen nodig zijn. Maar, zoals uit de bijlage van het SLO-rapport blijkt, zowel de vereniging Beter Onderwijs Nederland als de Stichting Goed Rekenonderwijs keurden het advies van SLO af. En Jan Karel Lenstra, voorzitter van de KNAW-rekenonderwijscommissie schreef over het SLO-advies: “(…) het rekenonderzoek in ons land heeft een ongewenste traditie van vooringenomenheid en ik verzet me daartegen. Dat een verdere inperking van het gebruik van de rekenmachine op school in strijd is met wat men buiten de school doet is een heel slecht argument. Buiten de school viert de gemakzucht hoogtij. Een taak van de school is nu juist de kinderen te leren daaraan zo lang mogelijk te ontsnappen.” De facto diskwalificeert Lenstra hiermee het SLO-rapport.

In 2010 had de Tweede Kamer besloten dat vanaf 2013 alle leerlingen in het voortgezet onderwijs een rekentoets moeten afleggen. U heeft toen als staatssecretaris gezegd dat de leerlingen daarbij geen rekenmachine zouden mogen gebruiken. Tegen deze afspraak in blijkt nu dat toch ruim 80% van de vragen met een rekenmachine mag worden opgelost. Verhaaltje lezen, plaatje kijken, knopjes drukken, antwoord intypen: wie dat goed kan slaagt; geen probleem als je niet kan rekenen en zelfs de tafel van 2 niet kent. De overige ‘echte’ rekenopgaven zijn eenvoudig en kunnen met “handig rekenen” worden opgelost, dus zonder standaardrekenmethodes.

Rekenramplobby
Eigenlijk hadden we dit bedrog kunnen verwachten; de machtige rekenramplobby saboteerde een serieuze rekentoets die haar zou kunnen ontmaskeren. Maar deze maand bleek uit een proef dat scholieren zelfs met de quasirekentoets dramatisch slecht scoren.

Mevrouw de minister: gooit u alstublieft al die onzinrapporten in de prullenbak; smijt de rekenmachines, deze ‘weapons of math destruction‘, het wiskundelokaal uit, en stop de rekenramp. Onze kinderen hebben daar recht op.

André van Delft
Wetenschapper en software-ontwikkelaar

P.S. Ohja, dit is ook leuk. Ik kwam bij BeterOnderwijsNederland de methode ZOEFI tegen. Dit is echt verschrikkelijk. Totale debilisering van groep 8. Zie ook de link in die comment naar deze video. “fi” in de URL staat voor Hans Freudenthal; de wiskundige die vorige eeuw met goede bedoelingen het rekenen om zeep heeft geholpen.

 

Uitslag Entreetoets en de te verwachten Cito-score

De uitslagen van de Entreetoets van groep 7 zijn inmiddels deels bekend. Veel ouders hebben vragen over de betekenis van de Entreetoetsscores. Ook is er onduidelijkheid over het schooladvies en de te verwachten Cito-score, die kan worden afgeleid uit het resultaat op de Entreetoets.

Nadat de Entreetoetsscores binnen zijn, volgt er een prognose voor de te verwachten score op de Cito eindtoets. Deze prognose van Cito komt meestal pas drie maanden na de uitslag van de Entreetoets, omdat volgens Cito pas dan alle toetsgegevens zijn verwerkt en geanalyseerd. De prognose geeft de te verwachten score voor de leerling aan en is gebaseerd op de resultaten van de Entreetoets. Een uitleg over de percentielscore kunt u hier vinden.

Het prognosegetal ligt tussen de 500 en de 550, net als bij de Cito eindtoets. De marges zijn 7 punten naar boven en 7 punten naar beneden. Is de prognose bijvoorbeeld 535, dan moet er ook rekening mee worden gehouden dat de uiteindelijke score ook 528 kan worden, of juist 542. Dit is het verschil tussen vmbo-basis/kader en havo/vwo, dus een hele ruime en daardoor geen overduidelijke prognose.

Het voorlopige schooladvies wordt gebaseerd op de uitslag van de Entreetoets, de prognose van het Cito èn de resultaten van het leerlingvolgsysteem. Wanneer de Entreetoets relatief slecht is gemaakt, kunnen positieve schoolresultaten uit het verleden er dus wel voor zorgen dat het schooladvies beter is dan uit de Entreetoetsscore zou blijken.

Scholen gebruiken de tijd na de Entreetoets om hiaten op te lossen die in de leerstof zitten. Dit gebeurt meestal aan de hand van de groepsoverzichten. Scoort de hele klas laag bij bijvoorbeeld werkwoordspelling, dan zal daar extra aandacht voor zijn. Een tegenvallende score op de Entreetoets zal op school niet in alle gevallen leiden tot een betere en intensievere begeleiding; wanneer slechts een deel van de klas op een onderdeel onvoldoende heeft gepresteerd – veel voorkomende probleempunten zijn bijvoorbeeld begrijpend lezen, informatiebronnen en kaartlezen – zal er vaak geen tijd zijn voor extra aandacht. Een achterstand wordt dan op school moeilijk ingehaald.

Uitstel verplichte CITO-toets

Komend jaar zijn basisscholen nog niet verplicht om de eindtoets af te nemen bij Cito. De verplichting om deze toets te gebruiken, wordt waarschijnlijk met een jaar uitgesteld. Ook de verplaatsing van het afnamemoment van de eindtoets, van februari naar april, gaat waarschijnlijk pas in 2014 van start. Vooralsnog gaat Cito ervan uit dat de Eindtoets Basisonderwijs plaatsvindt op 5, 6 en 7 februari 2013.

Met de verplaatsing van het afnamemoment naar april wil het ministerie van onderwijs bereiken dat de voorbereiding op de Cito-toets  intensiever en daardoor beter wordt. De overgang naar het voortgezet onderwijs zou daarmee soepeler gaan verlopen.

Vanwege tijdsgebrek bij de Eerste Kamer moeten 180.000 leerlingen in 2013 het dus nog doen met een korte effectieve leertijd, zal de NIO-toets nog even blijven bestaan en zal de vraag naar goede uitleg en verantwoord oefenmateriaal voor de Cito-toets weer bovengemiddeld zijn.

De Cito-toets van dit jaar werd door leerkrachten als relatief moeilijk beoordeeld; op veel basisscholen werden door leerlingen van groep acht dan ook lagere scores behaald dan in voorgaande jaren. Vreemd genoeg blijkt dit niet uit de gegevens van Cito. Uit die resultaten blijkt dat leerlingen in 2012 gemiddeld een standaardscore van 535,5 behaalden. Dit is hetzelfde als vorig jaar.