Tagarchief: getallenlijn

Cito-toets 2015: enkele tips&tricks voor rekenen!

Hoeveel is 250 x 100? Dat weet natuurlijk iedereen, want wanneer je een getal met 100 vermenigvuldigt, komen er twee nullen achter dat getal. Maar, het is beter om dit anders te formuleren: wanneer je een getal met 100 vermenigvuldigt, verschuift de komma twee plaatsen naar rechts. Nu wordt bijvoorbeeld de volgende som ook snel duidelijk: 0,055 x 100  = 5,5.

Delen door 100 of 1000 werkt op dezelfde manier, maar nu verschuift de komma natuurlijk naar links. In de som boven deze post moet 24,4 worden gedeeld door 1000; de komma moet nu dus drie plaatsen (1000 heeft drie nullen) naar links worden verplaatst. Het antwoord is B: 0,0244.

Het vermenigvuldigen van een aantal kommagetallen wordt eenvoudiger als de komma’s (tijdelijk) worden weggehaald. Kijk maar naar dit voorbeeld:

Het delen door kommagetallen wordt duidelijk aan de hand van het volgende voorbeeld:

Begrip van decimalen, maar ook van een getallenlijn is  erg belangrijk.  De getallenlijn wordt vaak als rekenhulpmiddel gebruikt bij het leren van optellen en aftrekken, maar ook op de Cito-toets worden er meerdere opgaven aan besteed.

Op de Cito-toets ziet een getallenlijn er meestal als volgt uit:

Het is dan de bedoeling de juiste waarde te bepalen die bij de pijl hoort. De beste manier om bij dit soort opgaven geen fouten te maken is de volgende: bepaal de totale afstand van het lijnstuk (in bovenstaand voorbeeld 1 – 0 = 1) en deel dit door het aantal lijnstukjes (10 stukjes). De uitkomst  (1/10) is de grootte van elk lijnstukje. Nu de grootte van elk lijnstukje bekend is, kan er vanaf nul steeds 1/10 worden bijgeteld. De pijl staat dus bij 8/10 (in decimalen: bij 0,8).

Nog een paar getallenlijnen om te oefenen:

Antwoorden: A. 2,2 :lengte 2 gedeeld door 5 lijnstukjes = 2/5 = 0,4 per lijnstukje B. 7,2: lengte 3 gedeeld door 5 lijnstukjes = 3/5 = 0,6 per lijnstukje. C. 0,48: lengte 0,1 (of 0,10) gedeeld door 5 = 0,02 per lijnstukje. D. 3,016: lengte 0,01 (of 0,010) gedeeld door 5 = 0,002 per lijnstukje. De laatste in beeld:

En misschien nog wel de belangrijkste tip: verreweg de meeste sommen kun je oplossen met een verhoudingstabel. Doe dit niet uit je hoofd, maar schrijf de som op. Bij twee van de drie onderdelen rekenen mag je uitrekenpapier gebruiken. Doe dit dus ook! Door het op te schrijven voorkom je slordigheidsfoutjes!